
Foto: Hans Hillewaert, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Malvaceae
Pachira
Pachira aquatica
In andere talen: Money tree (English)
De pachira groeit in het wild als boom in moerassen en langs rivieren in Midden- en Zuid-Amerika, van Mexico tot Brazilië. Als kamerplant blijft hij 1–2 m hoog en wordt hij vaak verkocht met drie tot vijf gevlochten stammen die onderaan verdikt zijn. Bovenaan staat een kroon van glanzende, handvormige bladeren met vijf tot negen blaadjes. Hij is makkelijk, groeit rustig en verdraagt een plek zonder directe zon. In Oost-Azië geldt hij als geluksboom, vandaar de Engelse naam ‘money tree’.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 12 °C
Grootte
2 m
hoog, 1 m breed
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een pachira?
- Groeivorm
- Rechtopgaand boompje, binnen 1–2 m hoog en ongeveer 1 m breed, met een kroon van bladeren bovenaan.
- Stam
- Groen tot grijsbruin en onderaan verdikt: daarin slaat hij water op. Vaak zijn meerdere jonge stammen samen gevlochten.
- Blad
- Handvormig samengesteld, met 5–9 glanzende, langwerpige blaadjes van 10–20 cm aan een lange steel.
- Bloem
- Binnen bloeit hij vrijwel nooit. In het wild draagt hij grote bloemen met een pluim van lange, roomwitte meeldraden die ’s nachts opengaan.
- Vrucht
- In het wild een grote, houtige doosvrucht met zaden die op kastanjes lijken.
Planten: maart–april · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een makkelijke, decoratieve kamerplant die met de jaren uitgroeit tot een kleine boom.
- De gevlochten stammen maken hem een blikvanger in de woonkamer.
- Glanzend, handvormig blad dat het hele jaar fris groen blijft.
- Verdraagt een plek een eind van het raam en kan er tegen als je eens vergeet water te geven.
- Staat bekend als niet giftig voor katten en honden.
Waar staat een pachira graag?
- Licht tot halfschaduw: een lichte plek zonder felle middagzon. Wat ochtend- of avondzon verdraagt hij goed.
- Warm: 18–24 °C, nooit onder 12 °C. Geen koude tocht en niet tegen een koude ruit.
- Normale kamerlucht volstaat, maar bij heel droge lucht krijgt hij bruine bladranden.
- Draai de pot af en toe een kwartslag, zodat de kroon gelijkmatig groeit.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Weinig of gewoon
- Grootte
- 2 m hoog, 1 m breed
- Temperatuur
- Minimum 12 °C
Mooi samen met
- Gatenplant: Groot, ingesneden blad voor een tropische hoek, op dezelfde lichte plek zonder felle zon.
- Vioolbladplant: Nog een boomvormige kamerplant met groot blad die, net als de pachira, niet graag verhuist.
- Zamioculcas: Een makkelijke plant voor ernaast, die ook weinig water vraagt.
- Vrouwentong: Strak, rechtopstaand blad naast de ronde kroon; ook tevreden met weinig water.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pachira?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, om de 2–3 jaar of als de wortels uit de pot groeien.
- Kies een pot die maar 2–4 cm breder is, met een gat in de bodem: in een te grote pot blijft de grond te lang nat.
- Gebruik luchtige potgrond voor kamerplanten, gemengd met een derde perliet, grof zand of fijne schors.
- Zet de plant even diep als voordien: de verdikte stamvoet mag niet dieper onder de grond komen.
- Geef water tot het uit de bodem loopt en giet de schotel na een kwartier leeg.
Verzorgen
- Water
- Geef water als de bovenste 3–4 cm droog aanvoelt, dan grondig. Laat nooit water in de schotel of de sierpot staan. In de winter nog minder.
- Bemesten
- Van april tot september om de 3–4 weken kamerplantenvoeding op halve sterkte. In de winter niet.
- Blad
- Neem het stof met een vochtige doek van het blad. Bij heel droge lucht helpt een schaal met kiezels en water.
- Gevlochten stammen
- Haal het bandje of draadje rond de stammen weg zodra het begint te knellen.
- Verpotten
- Om de 2–3 jaar in het voorjaar, in luchtige, goed doorlatende grond.
Tip: Giet liever te weinig dan te veel en kijk na het gieten altijd of er geen water in de sierpot blijft staan. Zo blijven de gevlochten stammen gezond.
Wanneer snoei je een pachira?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april, als hij te hoog of te ijl wordt. Verder is snoeien niet nodig.
Hoe:
- Knip te lange takken terug tot net boven een bladaanzet: daar lopen nieuwe scheuten uit en wordt de kroon voller.
- Knip gele of beschadigde bladeren af aan de basis van de bladsteel.
- Gebruik de afgeknipte toppen als stek.
Vermeerderen
- Kopstekken
- In het voorjaar of de zomer toppen van 10–15 cm met een paar bladeren nemen. In vochtige stekgrond of in water zetten, warm (22–25 °C) en onder plastic. Wortels na 4–8 weken.
- Zaad
- Vers zaad kiemt vlot op 25 °C, maar is zelden te koop en verliest snel zijn kiemkracht.
Hoe komt een pachira de winter door?
- Het hele jaar binnen: hij verdraagt geen vorst en lijdt al onder 12 °C.
- Geef in de winter weinig water en geen voeding; laat de grond tussendoor goed opdrogen.
- Zet hem op een lichte plek, weg van koude ruiten, tocht en hete radiators.
- Wat bladval in de winter is normaal, zeker bij weinig licht of na een verhuis.
Ziektes en plagen
- Stamrot: Zachte, rimpelige of bruine plekken aan de stam en een muffe geur, door te natte grond. Giet minder. Een rotte stam in een vlecht snij je weg; de andere stammen leven vaak verder.
- Bladval: Na verplaatsen, tocht, kou of minder licht laat hij blad vallen. Geef hem een vaste plek: hij loopt opnieuw uit.
- Gele bladeren: Meestal door te veel water. Laat de grond tussendoor opdrogen en controleer of er water in de sierpot staat.
- Spint: Fijne lichte stipjes en spinsels bij droge lucht. Afdouchen en de luchtvochtigheid verhogen.
- Wolluis en schildluis: Witte pluisjes of bruine schildjes op stengels en bladeren. Wegvegen met een wattenstaafje met wat alcohol.
Het jaar rond
- Januari: Weinig water, geen voeding. Lichte plek, weg van koude ruiten.
- Maart: Snoeien als hij te hoog wordt. Verpotten.
- April: Verpotten of snoeien. Weer om de 3–4 weken bemesten.
- Mei: Bemesten. Kopstekken nemen.
- Juni: Bemesten. Grondig water geven als de bovenlaag droog is.
- Juli: Bemesten. Letten op spint bij warm weer.
- Augustus: Bemesten. Blad afstoffen.
- September: Laatste voeding.
- Oktober: Minder water geven. Weg van koude ruiten zetten.
- December: Weinig water. Weg van hete radiators.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Veel planten die als Pachira aquatica verkocht worden, zijn eigenlijk de nauw verwante Pachira glabra. Voor de verzorging maakt dat geen verschil.
- De zaden lijken op kastanjes; daarom heet hij in het Engels ook ‘Malabar chestnut’.
- De soortnaam aquatica verwijst naar zijn natuurlijke groeiplaats: moerassen en rivieroevers die geregeld onder water staan.