
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Klimplant · Bignoniaceae
Pandorea
Pandorea jasminoides
In andere talen: Bower vine (English)
Pandorea jasminoides komt uit het oosten van Australië, waar hij langs bosranden en in struikgewas groeit. In het Engels heet hij bower vine. Het is een groenblijvende, windende klimmer met glanzend donkergroene, geveerde bladeren en, van juni tot in september, grote trompetvormige bloemen: roze met een donkerroze keel, of wit met een roze hart. Hij wordt 4 m hoog. Omdat hij geen vorst verdraagt, kweek je hem bij ons in een grote pot of kuip: in de zomer op een warm, zonnig terras, in de winter licht en vorstvrij binnen. Weinig klimmers bloeien zo lang.
Let op: Niet winterhard: zet hem voor de eerste nachtvorst binnen en geef hem een lichte, koele, vorstvrije plek.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
4 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een pandorea?
- Groeivorm
- Windende klimmer, tot ongeveer 4 m hoog en 1,5 m breed. Groenblijvend, met een vrij dicht, weelderig bladerdek.
- Blad
- Samengesteld en geveerd: 5–9 glanzende, donkergroene deelblaadjes per blad. Tegenoverstaand.
- Bloem
- Trompetvormig, ongeveer 4–5 cm, in trossen aan de uiteinden van de scheuten. Roze met een donkerder keel of wit; van juni tot september.
- Vrucht
- Lange, platte peulen met gevleugelde zaden; in onze streken zet hij ze zelden.
- Wortels
- Vezelig en vertakt; in een pot heeft hij ruimte en een goede afvoer nodig.
Bloei: juni–september · Planten: mei–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Grote, sierlijke trompetbloemen van juni tot in september, roze of wit met een donker hart.
- Glanzend, groenblijvend blad dat ook buiten de bloeitijd mooi blijft.
- Windt zichzelf op een rek, gaas of obelisk, en blijft in een pot een beheersbare klimmer.
- Geschikt voor een warm terras, een serre of een lichte, koele overwinteringsruimte.
- Een exotische indruk met weinig werk, zolang je hem in de winter vorstvrij zet.
Waar staat een pandorea graag?
- Volle zon en warmte: een beschut, zuid- of westgericht terras, of een serre.
- Humusrijke, goed doorlatende grond; in een pot kwaliteitspotgrond met wat zand, zuur tot neutraal.
- In de zomer gelijkmatig vochtig houden, in een pot altijd met gaten en een laagje kleikorrels onderin.
- Zet hem uit de wind: harde wind scheurt de bloemen en trekt de scheuten los van het rek.
- Kies een pot van minstens 30–40 cm; geef een rek, gaas of obelisk van 1,5–2 m als steun.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: binnen overwinteren (boven 0 °C)
Mooi samen met
- Plumbago: Hemelsblauwe bloemen naast de roze trompetten, ook een kuipplant die vorstvrij overwintert.
- Agapanthus: Blauwe bolbloemen in een kuip, die je op dezelfde manier overwintert.
- Lavendel: Een zonlievende buur met geurend, grijsgroen blad.
- Pelargonium: Bloeit de hele zomer in potten op het terras en overwintert ook binnen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pandorea?
Planten in mei–juni.
- Zet hem in mei–juni naar buiten, pas na half mei, als de nachten niet meer onder 8–10 °C zakken.
- Kies een pot of kuip van minstens 30–40 cm met gaten in de bodem en leg onderin een laag kleikorrels.
- Gebruik kwaliteitspotgrond met 10–20% scherp zand of perliet, zodat het water goed wegloopt.
- Plant even diep als in de oude pot en plaats het rek of de obelisk meteen mee, zodat je later de wortels niet beschadigt.
- Geef meteen een flinke gieter water, laat overtollig water weglopen en bind de eerste scheuten losjes aan.
Verzorgen
- Water
- In de zomer regelmatig, bij hitte soms elke dag; laat de bovenste laag tussen twee beurten lichtjes opdrogen. In de winter nauwelijks, net genoeg om de kluit niet uit te laten drogen.
- Bemesten
- Van april tot augustus om de 2 weken een kaliumrijke bloeiplantenmest in het gietwater. Na augustus stoppen.
- Opbinden
- Bind lange scheuten aan een rek of gaas; de tops windt hij zelf. Bind los om insnoeren te voorkomen.
- Verpotten
- Om de 2 jaar in het voorjaar in verse potgrond en een pot die 5 cm groter is; als de pot groot genoeg is, vervang je alleen de bovenste laag grond.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte trossen weg; dat houdt de plant netjes en kan een tweede bloei uitlokken.
Tip: Overwinter hem licht en koel (5–10 °C) en geef bijna geen water: een warme, donkere ruimte kost hem blad en bloemen. Snoei in maart de zijscheuten in tot 2–3 knoppen.
Wanneer snoei je een pandorea?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor hij gaat uitlopen. Hij bloeit aan jonge scheuten, dus voorjaarssnoei kost geen bloemen.
Hoe:
- Kort de zijscheuten van vorig jaar in tot 2–3 knoppen.
- Knip dode, zwakke of beschadigde takken helemaal weg.
- Dun overvolle takken uit, zodat er licht en lucht in komt.
- Laat een paar lange hoofdscheuten staan voor de vorm; ze mogen langs het rek omhoog.
- Een overwoekerde plant kun je flink terugsnoeien; hij loopt vanuit oud hout weer uit.
Let op: Snoei niet in de herfst vlak voor de overwintering: dan vind je geen vorstvrije plek meer voor te grote takken.
Vermeerderen
- Stekken
- In juli–augustus: halfrijpe stekken van 10 cm met 2–3 bladeren, onderste weg, in zandrijke stekgrond bij 20–25 °C onder plastic. Wortels na 4–8 weken.
- Afleggen
- In het voorjaar of de zomer een lage scheut in de grond vastpinnen; na een jaar loskoppelen.
- Zaaien
- In maart–april bij 18–21 °C; de zaailingen groeien langzaam en bloeien pas na een paar jaar.
Hoe komt een pandorea de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: bij 0 °C beschadigt hij al. Zet hem in oktober, voor de eerste nachtvorst, binnen.
- Overwinter hem licht en koel, bij 5–10 °C, in een serre, trapzaal of lichte garage met veel daglicht, en geef bijna geen water.
- In een te warme, donkere ruimte verliest hij zijn blad en krijgt hij spint of wolluis; zet hem dan zo licht en koel mogelijk.
- In het voorjaar geleidelijk meer water en licht geven en pas na half mei weer buiten zetten.
Ziektes en plagen
- Spint en wolluis: Fijne webjes of witte, wollige plekjes op het blad, vooral in warme, droge ruimtes. Afspoelen met lauw water, koeler zetten en wolluis met een doekje wegvegen.
- Witte vlieg en bladluis: Kleverige scheuten of kleine witte vliegjes. Afspuiten met water en gele vangplaten; lieveheersbeestjes helpen.
- Wortelrot: Gele, slappe bladeren door natte voeten, vooral in de winter. Doorlatende grond, een pot met gaten en bijna geen water in de winter.
- Geen bloemen: Te weinig licht, te veel stikstof of een te warme, donkere overwintering. Zet hem zonniger, geef kaliumrijke mest en overwinter koel en licht.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Koel en licht, bijna geen water.
- Februari: Controleren op spint en wolluis.
- Maart: Snoeien. Verpotten of de bovenste laag grond vervangen.
- April: Meer water geven. Beginnen met bemesten.
- Mei: Na half mei buiten zetten. Opbinden.
- Juni: Eerste bloei. Om de 2 weken bemesten.
- Juli: Bloei. Water geven. Stekken nemen.
- Augustus: Bloei. Water geven. Eind augustus stoppen met bemesten.
- September: Laatste bloei. Water minderen.
- Oktober: Voor de eerste nachtvorst binnen zetten.
- November: Koel en licht, weinig water.
- December: Rust. Af en toe controleren op luizen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De geslachtsnaam Pandorea verwijst naar Pandora uit de Griekse mythologie.
- Pandorea hoort bij de Bignoniaceae, de familie van de trompetbloem (Campsis) en de trompetboom (Catalpa).
- In Australië staat hij bekend als bower vine of bower of beauty: een naam die verwijst naar de pergola’s en prieeltjes waarover hij groeit.