
Foto: Forest & Kim Starr, CC BY 3.0 · bron
Klimplant · Plumbaginaceae
Plumbago
Plumbago auriculata
In andere talen: Dentelaire du Cap (Français) · Cape leadwort (English)
Plumbago (Plumbago auriculata) komt uit Zuid-Afrika, waar hij als halfklimmende, groenblijvende struik langs bosranden en op rotsachtige hellingen groeit. Hij heeft lange, buigzame takken met lichtgroene, ovale bladeren en van juni tot oktober trossen hemelsblauwe bloemen, als kleine phloxen. Er bestaan ook witte vormen. Bij ons is hij niet winterhard: je kweekt hem in een grote pot of kuip, bindt de takken op aan een rek of obelisk en overwintert hem koel, licht en vorstvrij. Een plant die in de zomer maandenlang bloeit en vlinders aantrekt.
Let op: Niet winterhard: zet hem voor de eerste nachtvorst binnen. De kleverige kelken blijven aan kleren en handschoenen plakken.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -2 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
3 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een plumbago?
- Groeivorm
- Halfklimmende, groenblijvende struik met lange, buigzame takken; tot ongeveer 3 m als je hem opbindt, in een kuip vaak 1–2 m. Ongeveer 1,5 m breed.
- Blad
- Lichtgroen, langwerpig tot spatelvormig, 3–6 cm, met een lichtjes golvende rand. In de winter verliest hij een deel van het blad.
- Bloem
- Hemelsblauwe, buisvormige bloemen met vijf lobben, in dichte trossen aan de uiteinden van de scheuten, van juni tot oktober. Er bestaan ook witte vormen.
- Kelk
- De kelk onder de bloem is bezet met kleverige klierharen; daaraan kunnen kleine insecten blijven plakken.
- Wortels
- Vezelig en vertakt; hij heeft ruimte en een goede afvoer nodig.
Bloei: juni–oktober · Planten: mei–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Hemelsblauwe bloemen van juni tot oktober: een zeldzame, frisse kleur op het zomerterras.
- Trekt vlinders aan, die graag op de bloemtrossen landen.
- Groeit snel en bloeit al in het eerste seizoen, ook als jonge plant in een pot.
- Kan als struik, als halfklimmer tegen een rek of als losse kuipplant gekweekt worden.
- Makkelijk te sturen met snoeien en eenvoudig via stekken te vermeerderen.
Waar staat een plumbago graag?
- Volle zon en warmte: een zonnig, beschut terras of een zuid- of westmuur. In halfschaduw bloeit hij minder.
- Humusrijke, goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. In een pot kwaliteitspotgrond met wat zand.
- In de zomer gelijkmatig vochtig houden, nooit nat: geef een pot gaten en een laagje kleikorrels onderin.
- Beschut tegen harde wind, die de lange takken doet afbreken.
- Gebruik een pot van minstens 30–40 cm en geef een rek, gaas of obelisk als steun voor de buigzame takken.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -2 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Pelargonium: Roze, rode of witte bloemen bij het hemelsblauw en ook een plant voor het terras die vorstvrij overwintert.
- Struikmargriet: Witte of gele madeliefjes die mooi afsteken tegen het blauw.
- Lantana: Warme geel-oranje bloemen, ook een vlinderplant in pot.
- Lavendel: Een zonlievende buur met geurend, grijsgroen blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een plumbago?
Planten in mei–juni.
- Zet hem in mei–juni buiten, na half mei, als de nachten niet meer onder 5–8 °C zakken.
- Kies een pot of kuip van minstens 30–40 cm met gaten in de bodem en leg onderin een laag kleikorrels.
- Gebruik kwaliteitspotgrond met 10–20% scherp zand of perliet voor een goede afvoer.
- Plant even diep als in de oude pot, plaats het rek of de obelisk meteen mee en bind de eerste scheuten los aan.
- Geef meteen een flinke gieter water, laat overtollig water weglopen en leg desgewenst een laag schors of grind bovenop.
Verzorgen
- Water
- In de zomer regelmatig, bij hitte soms dagelijks; laat de bovenste laag tussen twee beurten lichtjes opdrogen. In de winter nauwelijks, net genoeg om de kluit niet uit te laten drogen.
- Bemesten
- Van april tot september om de 2 weken een kaliumrijke bloeiplantenmest in het gietwater.
- Opbinden
- Bind de lange, buigzame takken aan een rek of obelisk; hij klimt zelf niet goed en moet gesteund worden.
- Verpotten
- Om de 2 jaar in het voorjaar in verse potgrond en een pot die 5 cm groter is, of vervang alleen de bovenste laag grond.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte trossen weg; dat houdt de plant netjes en stimuleert nieuwe bloemtrossen.
Tip: Snoei hem in maart flink terug, tot 2–3 knoppen of tot de helft, en bind de nieuwe scheuten op aan een rek. Overwinter hem koel (5–10 °C), licht en met bijna geen water.
Wanneer snoei je een plumbago?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor hij gaat uitlopen. Hij bloeit aan jonge scheuten, dus hard snoeien in het voorjaar kost geen bloemen.
Hoe:
- Kort alle takken van vorig jaar in tot 2–3 knoppen, of tot de helft als je een groter exemplaar wilt.
- Haal dode, zwakke of beschadigde takken helemaal weg.
- Dun overvolle takken uit, zodat er licht en lucht in komt.
- In de zomer kun je lange scheuten bijknippen en de toppen uitknijpen voor een volle, vertakte plant.
Let op: Snoei hem niet in de herfst vlak voor de overwintering: er is dan geen plek meer voor grote takken in je koele ruimte.
Vermeerderen
- Stekken
- In juli–september halfrijpe stekken van 10 cm, of in mei–juni zachte stekken van jonge scheuten. Onderste bladeren weg, in zandrijke stekgrond bij 20–25 °C onder plastic. Wortels na 3–6 weken.
- Zaaien
- In maart–april bij 18–21 °C, licht bedekt. De zaailingen groeien traag; stekken geeft sneller een bloeiende plant.
Hoe komt een plumbago de winter door?
Winterhard tot −2 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt hooguit kortstondig −2 °C. Zet hem in oktober, voor de eerste nachtvorst, binnen.
- Overwinter hem licht en koel, bij 5–10 °C, in een serre, trapzaal of lichte garage; geef nauwelijks water.
- Een deel van het blad valt af; dat is normaal. Verwijder afgevallen blad om schimmel te voorkomen.
- In het voorjaar geleidelijk meer water en licht geven, in maart snoeien en pas na half mei weer buiten zetten.
Ziektes en plagen
- Wolluis, schildluis en witte vlieg: Witte, wollige plekjes, kleverige scheuten of kleine witte vliegjes, vooral tijdens de overwintering. Afvegen of afspoelen met lauw water, koeler zetten en gele vangplaten ophangen.
- Spint: Fijne webjes en vergeelde bladeren bij droge, warme lucht. Afspoelen en de plant koeler en luchtiger zetten.
- Gele bladeren: Door te veel water, te weinig licht of ijzertekort op kalkrijke grond. Geef minder water, meer licht en gebruik zachte, bij voorkeur regenwater.
- Wortelrot: Slappe, vergeelde bladeren bij natte voeten. Doorlatende grond, een pot met gaten en bijna geen water in de winter.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Koel en licht, bijna geen water.
- Februari: Controleren op wolluis, luizen en spint.
- Maart: Snoeien. Verpotten of de bovenste laag grond vervangen.
- April: Meer water geven. Beginnen met bemesten.
- Mei: Na half mei buiten zetten. Opbinden.
- Juni: Eerste bloei. Om de 2 weken bemesten.
- Juli: Volle bloei. Water geven. Stekken nemen.
- Augustus: Bloei. Water geven. Halfrijpe stekken.
- September: Bloei. Water minderen. Laatste keer bemesten.
- Oktober: Laatste bloei. Voor de eerste nachtvorst binnen zetten.
- November: Koel en licht, weinig water.
- December: Rust. Af en toe controleren op luizen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Plumbago komt van het Latijnse plumbum, ‘lood’, en het Engelse leadwort verwijst daarnaar.
- Plumbago hoort bij de Plumbaginaceae, de familie van de zeelavendel (Limonium).
- De kleverige klierharen op de kelk laten kleine insecten soms blijven plakken.