Pellaea (Pellaea rotundifolia)

Foto: Daderot, Public domain · bron

Kamerplant · Pteridaceae

Pellaea

Pellaea rotundifolia

In andere talen: Button fern (English)

Pellaea rotundifolia komt uit Nieuw-Zeeland en groeit daar in bossen en op rotsige hellingen. In het Engels heet hij ‘button fern’, knoopjesvaren, omdat de dunne, taaie bladstelen twee rijen ronde, donkergroene, leerachtige blaadjes dragen die op knoopjes lijken. Hij vormt sierlijke, licht overhangende pluimen van 20–40 cm en blijft compact. Anders dan veel varens verdraagt hij ook wat drogere binnenlucht, en hij blijft het hele jaar groen. Daarom is hij een dankbare plant voor een kleine hangpot, een schaal of de vensterbank van een lichte kamer.

  • Licht

    Halfschaduw

    geen felle middagzon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 5 °C

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,4 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart–april
Hoogte0,3 m
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een pellaea?

Groeivorm
Compacte, groenblijvende varen van ongeveer 30 cm hoog en 40 cm breed, met lichtjes overhangende, bijna kruipende bladeren.
Blad
Elk blad is 20–40 cm lang en draagt twee rijen ronde tot eironde, leerachtige blaadjes van ongeveer 1–2 cm, donkergroen en iets glanzend.
Bladstelen
Dun, taai en donkerbruin tot zwart: ze dragen de blaadjes als knoopjes aan een draad.
Wortelstok
Korte, kruipende wortelstok net onder of op de grond: hij heeft een brede, ondiepe pot nodig.
Voortplanting
Geen bloemen: varens planten zich voort met sporen die onder het blad worden gevormd.

Planten: maart–april · Snoeien: maart–april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Opvallende, ronde blaadjes: een heel ander uiterlijk dan de fijn verdeelde bladeren van de meeste varens.
  • Verdraagt drogere kamerlucht en een gemiste gietbeurt beter dan de meeste varens.
  • Compact en sierlijk overhangend: mooi in een kleine hangpot of in een schaal.
  • Groenblijvend, dus het hele jaar mooi.
  • Makkelijk te delen en door te geven aan vrienden.

Waar staat een pellaea graag?

  • Helder licht zonder directe zon of lichte halfschaduw: een oost- of noordraam, of een eind achter een zuid- of westraam. Een paar uur zachte ochtendzon is geen probleem.
  • Luchtige, humusrijke potgrond met wat perliet, goed doorlatend en zuur tot neutraal.
  • Kamertemperatuur van 15–22 °C. Nooit onder 5 °C.
  • Hij verdraagt gewone kamerlucht; bij een droge, verwarmde kamer helpt een schaal met vochtige kleikorrels. Zet hem uit de buurt van tocht en radiatoren.
Licht
Licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
0,3 m hoog, 0,4 m breed
Temperatuur
Minimum 5 °C

Mooi samen met

  • Pteris: Een andere varen die graag in dezelfde lichte schaduw staat.
  • Peperomia: Een compacte bladplant met dezelfde lichte plek en zuinige gietbeurten.
  • Calathea: Mooie bladtekening naast de ronde blaadjes, houdt van hetzelfde licht.
  • Klimop: Een groen, hangend contrast in een lichte kamer.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een pellaea?

Planten in maart–april.

  1. Verpot in maart–april, ongeveer om de 2 jaar of zodra de wortels de pot vullen.
  2. Kies een brede, ondiepe pot met drainagegaten, een maat groter dan de vorige: de wortelstok groeit vooral zijwaarts.
  3. Gebruik luchtige potgrond met een vijfde perliet of fijne boomschors, zodat water goed wegloopt.
  4. Zet de plant even diep als eerst en bedek de wortelstok niet te diep; druk de grond zachtjes aan.
  5. Geef lichtjes water en laat de bovenste laag daarna iets opdrogen. Zet hem de eerste weken niet in de felle zon.

Verzorgen

Water
Houd de grond licht vochtig, maar nooit nat: laat de bovenste 1–2 cm tussen twee gietbeurten opdrogen. Giet aan de rand en laat overtollig water uit het schoteltje weglopen. Uitdroging geeft snel bruine, afvallende blaadjes.
Bemesten
Van maart tot september om de 4 weken een halve dosis vloeibare kamerplantenvoeding. In de winter niet.
Luchtvochtigheid
Gewone kamerlucht volstaat, maar in een droge, verwarmde kamer helpen een schaal met vochtige kleikorrels of af en toe een nevel.
Licht
Draai de pot af en toe zodat hij gelijkmatig groeit en niet naar het raam toe overhelt.
Opruimen
Knip verdorde bladstelen aan de voet weg, zodat de plant fris blijft.

Tip: Houd de grond licht vochtig maar nooit nat: in tegenstelling tot veel varens verdraagt hij drogere lucht. Zet hem in een kleine hangpot of schaal op een lichte plek zonder felle zon en knip verdorde bladstelen aan de voet weg.

Wanneer snoei je een pellaea?

Snoeimaanden: maart–april.

Wanneer: In maart–april, vlak voor de nieuwe groei begint. Daarnaast kun je verdorde bladeren het hele jaar door wegknippen.

Hoe:

  • Knip bruine of verdorde bladstelen met een schone schaar helemaal aan de voet weg.
  • Laat gezonde, groene bladeren staan: de plant heeft ze nodig om te groeien.
  • Bij een kale of slordige plant kun je in het voorjaar de oudste bladeren aan de voet wegknippen; nieuwe bladeren komen uit de wortelstok.

Let op: Knip niet te veel in één keer: een plant met te weinig blad herstelt langzaam.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In maart–april bij het verpotten: snijd de wortelstok met een schoon mes in stukken met minstens 2–3 bladeren en wortels. Pot elk stuk apart in vochtige, luchtige grond en houd het enkele weken licht, vochtig en beschut.
Sporen
Mogelijk, maar traag: strooi sporen op vochtige, steriele potgrond, dek af met glas of plastic en houd ze warm (20–22 °C) en licht. Het duurt maanden voor er kleine plantjes verschijnen.

Hoe komt een pellaea de winter door?

  • Niet winterhard in België: de minimumtemperatuur is 5 °C. Hij overwintert binnen.
  • Zet hem licht en koel (12–18 °C) en geef iets minder water: de bovenste laag mag verder opdrogen, maar de kluit nooit helemaal.
  • Houd hem uit de buurt van radiatoren en tocht: de blaadjes drogen anders snel uit en vallen af.
  • Bemest niet van oktober tot en met februari.

Ziektes en plagen

  • Afvallende blaadjes: Door droge grond, tocht of droge, warme lucht. Controleer het vocht in de pot, zet hem uit de tocht en weg van de verwarming. Afgevallen blaadjes komen niet terug, maar nieuwe groei wel.
  • Gele of bruine bladeren: Meestal te nat (wortelrot) of te veel zon. Laat de bovenste laag opdrogen, zorg voor drainage en knip aangetaste bladeren weg.
  • Schildluis en wolluis: Kleine bruine schildjes of witte pluisjes op de bladstelen. Veeg ze af met een wattenstaafje met wat zeepwater en herhaal wekelijks; varens zijn gevoelig voor veel sproeimiddelen.
  • Rouwmuggen: Kleine zwarte vliegjes boven de potgrond bij te natte grond. Laat de bovenste laag opdrogen en hang gele lijmstrips op.

Het jaar rond

  • Januari: Rust: licht en koel, matig water, niet bemesten.
  • Februari: Rust. Droge verwarmingslucht in de gaten houden.
  • Maart: Oude bladeren wegknippen. Verpotten of delen.
  • April: Verpotten of delen kan nog. Beginnen met bemesten (halve dosis).
  • Mei: Groeiseizoen: regelmatig water, beschermen tegen felle zon.
  • Juni: Groei. Om de 4 weken bemesten.
  • Juli: Groei. Letten op uitdroging bij warm weer.
  • Augustus: Groei. Om de 4 weken bemesten.
  • September: Laatste keer bemesten. Controleren op ongedierte.
  • Oktober: Minder water geven. Bemesten stoppen.
  • November: Rust: licht en koel.
  • December: Rust. Uit de buurt van radiatoren houden.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Pellaea komt van het Griekse pellos, ‘donker’, naar de donkere bladstelen.
  • In het Engels heet hij ‘button fern’: de ronde blaadjes lijken op knoopjes aan een draad.
  • Varens hebben geen bloemen en geen zaden: ze planten zich voort met sporen die onder of aan de rand van het blad worden gevormd.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…