
Foto: Forest & Kim Starr, CC BY 3.0 · bron
Kamerplant · Pteridaceae
Pteris
Pteris cretica
In andere talen: Ptéris de Crète (Français) · Cretan brake (English)
Pteris cretica, in het Engels ‘Cretan brake’, is een tere maar stevige varen die in warme streken van Europa, Azië en Afrika voorkomt, vaak in vochtige, schaduwrijke rotsspleten en op oude muren. De geveerde bladeren van 30–50 cm hebben 3–7 smalle, lange, lichtgroene deelblaadjes aan dunne, stevige stelen. Er zijn ook bonte rassen met een witte middenstreep of een gekuifde bladtop. Hij is een van de makkelijkste varens voor binnen, groeit vrij snel en verdraagt een wat donkerdere kamer beter dan veel andere varens. In een pot of schaal geeft hij een kamer een frisse, luchtige groene sfeer.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,5 m breed
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een pteris?
- Groeivorm
- Groenblijvende varen met een pol overhangende bladeren, ongeveer 50 cm hoog en breed.
- Blad
- Geveerd, 30–50 cm, met 3–7 smalle, lange, lichtgroene deelblaadjes. De vruchtbare bladeren zijn hoger en hebben smallere deelblaadjes.
- Bladstelen
- Dun, stevig en strogeel tot lichtbruin.
- Sporen
- Geen bloemen: de sporen zitten in een lijn langs de rand onder de omgeslagen bladrand van de smalle deelblaadjes.
- Wortels
- Korte, kruipende wortelstok met fijne wortels: een brede, niet te diepe pot volstaat.
Planten: maart–april · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Fris, fijn blad dat een kamer een groene, luchtige uitstraling geeft.
- Een van de makkelijkste varens: hij groeit vrij snel en verdraagt een wat donkerdere plek.
- Bonte rassen met een witte middenstreep of een gekuifde bladtop.
- Compact (ongeveer 50 cm): mooi in een pot, op een plantenstandaard of in een schaal.
- Groenblijvend en makkelijk te verjongen door terug te knippen.
Waar staat een pteris graag?
- Helder licht tot lichte schaduw zonder directe zon: bij een oost- of noordraam of een eind van een zuidraam. Bonte rassen hebben iets meer licht nodig.
- Luchtige, humusrijke potgrond met een vijfde perliet; zuur tot neutraal, doorlatend maar vochthoudend.
- Gematigd tot warm: 15–22 °C en nooit onder 10 °C.
- Een luchtvochtigheid van 50 % of meer is mooi. Zet hem uit de buurt van radiatoren en tocht.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon of veel
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Pellaea: Een andere varen met een heel ander blad, in dezelfde lichte schaduw.
- Calathea: Opvallende bladtekening naast het fijne, lichtgroene varenblad.
- Philodendron: Groot, glanzend blad als contrast met de luchtige pluimen.
- Peperomia: Een compacte bladplant met dezelfde lichte plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pteris?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, ongeveer elk jaar of om de 2 jaar zodra de wortels de pot vullen.
- Kies een brede, niet te diepe pot met drainagegaten, een maat groter dan de vorige.
- Gebruik humusrijke potgrond met een vijfde perliet voor een luchtige, vochthoudende mix.
- Zet de plant even diep als eerst, vul aan en druk zachtjes aan. Begraaf de kroon niet.
- Geef flink water, laat overtollig water weglopen en houd de grond daarna gelijkmatig vochtig.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond gelijkmatig vochtig: nooit nat en nooit helemaal droog. De bovenste 1 cm mag net opdrogen. In de zomer meestal 1–2 keer per week, in de winter iets minder. Gebruik liefst regenwater of kalkarm water.
- Bemesten
- Van maart tot september om de 4 weken een halve dosis vloeibare kamerplantenvoeding. In de winter niet.
- Luchtvochtigheid
- Hij verdraagt gewone kamerlucht, maar bij 50 % of meer blijft het blad frisser. Een schaal met vochtige kleikorrels of af en toe een nevel helpt.
- Licht
- Liefst zonder zon, maar niet te donker. Bonte rassen kleuren mooier bij helder licht.
- Opruimen
- Knip verdorde bladeren bij de basis weg, zodat de plant fris blijft.
Tip: Een makkelijke varen voor een lichte of wat donkerdere kamer. Houd de grond gelijkmatig vochtig en knip verdorde bladeren bij de basis weg; een slordige plant knip je in het voorjaar helemaal terug.
Wanneer snoei je een pteris?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april, voor de nieuwe groei begint. Verdorde bladeren knip je het hele jaar weg.
Hoe:
- Knip verdorde, bruine of gele bladeren met een schone schaar bij de basis weg.
- Een slordige of kale plant kun je in het voorjaar tot 2–3 cm boven de grond terugknippen: hij loopt vanuit de wortelstok opnieuw uit.
- Gebruik een schone schaar, zodat je geen ziekten overdraagt.
Let op: Knip een plant alleen helemaal terug als hij gezond is en doe dat niet in de donkere wintermaanden. Geef daarna licht en gelijkmatig vocht.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april bij het verpotten: trek of snijd de pol uit elkaar in delen met minstens 2–3 bladeren en wortels. Pot elk deel apart in vochtige potgrond en houd het enkele weken beschut en vochtig.
- Sporen
- Mogelijk maar traag: strooi sporen op vochtige, steriele potgrond onder glas of plastic op 20–22 °C en licht. Het duurt maanden tot er plantjes verschijnen. Soms kiemen sporen ook vanzelf in vochtige potten.
Hoe komt een pteris de winter door?
- Niet winterhard: de minimumtemperatuur is 10 °C. Hij overwintert binnen.
- Zet hem licht, bij 12–18 °C. Iets koeler is geen probleem, maar onder 10 °C gaat het blad verkleuren.
- Geef iets minder water, maar laat de kluit nooit uitdrogen. Bemest niet van oktober tot en met februari.
- Zet hem niet boven de radiator: droge verwarmingslucht laat de bladranden bruin worden.
Ziektes en plagen
- Bruine, verdorde bladeren of -punten: Droge grond, droge lucht of tocht. Geef gelijkmatig water, verhoog de luchtvochtigheid en knip verdorde bladeren aan de basis weg.
- Gele bladeren: Te nat, te donker of zoutophoping. Laat de bovenste laag opdrogen, spoel de grond door en zet hem lichter.
- Schildluis en wolluis: Bruine schildjes of witte pluisjes op de bladstelen en onder het blad. Veeg ze af met een wattenstaafje met zeepwater en herhaal wekelijks; varens zijn gevoelig voor veel sproeimiddelen.
- Rouwmuggen: Kleine zwarte vliegjes bij te natte grond. Laat de bovenste laag opdrogen en hang gele lijmstrips op.
Het jaar rond
- Januari: Rust: licht en 12–18 °C, iets minder water.
- Februari: Rust. Droge verwarmingslucht in de gaten houden.
- Maart: Terugknippen en verpotten of delen.
- April: Verpotten of delen kan nog. Beginnen met bemesten (halve dosis).
- Mei: Groei: gelijkmatig vochtig houden.
- Juni: Groei. Om de 4 weken bemesten.
- Juli: Groei. Letten op uitdroging bij warm weer.
- Augustus: Groei. Om de 4 weken bemesten.
- September: Laatste keer bemesten. Controleren op ongedierte.
- Oktober: Minder water. Bemesten stoppen.
- November: Rust: licht en koel.
- December: Rust. Uit de buurt van radiatoren houden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Pteris komt van het Griekse pteris, ‘varen’, dat verwant is aan pteron, ‘veer’ of ‘vleugel’, naar de veervormige bladeren.
- Ondanks zijn naam komt hij niet alleen op Kreta voor: Pteris cretica groeit in warme streken van Europa, Azië en Afrika.
- In het wild groeit hij vaak in vochtige, schaduwrijke rotsspleten en op oude muren.