Slangenkop (Penstemon barbatus)

Foto: Wendy McCrady https://www.inaturalist.org/people/wendybirds, CC BY 4.0 · bron

Vaste plant · Plantaginaceae

Slangenkop

Penstemon barbatus

In andere talen: Penstémon barbu (Français) · Golden-beard penstemon (English)

De slangenkop is een vaste plant uit het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico, waar hij groeit op droge, stenige hellingen en in open dennenbossen. Uit een laag bladrozet komen ranke stengels met hangende, rode buisbloemen. De onderlip van de bloem draagt gele haartjes, het ‘baardje’ waaraan hij zijn wetenschappelijke naam dankt. Tuiniers houden van zijn lange, luchtige bloei en van zijn droogtebestendigheid. Naast de rode soort zijn er rassen in roze en koraal.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand of leem

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een slangenkop?

Groeivorm
Laag bladrozet met rechtopgaande, ranke bloemstengels van 60–100 cm hoog; 30–45 cm breed.
Blad
Lancetvormig, glad en grijsgroen, vooral in een rozet aan de voet; kleiner en smaller langs de stengel.
Bloem
Hangende, buisvormige bloemen van 2–3 cm in een losse, eenzijdige aar, van juni tot augustus.
Kleur
Scharlakenrood met een gelig behaarde onderlip; er zijn ook roze en koraalkleurige rassen.
Wortels
Een compacte wortelstok die in natte grond snel rot.

Bloei: juni–augustus · Zaaien: februari–maart · Planten: april–mei · Snoeien: april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit van juni tot augustus met sierlijke, rode buisbloemen aan lange, ranke stengels.
  • Sterk droogtebestendig: ideaal voor een grindtuin, rotstuin of zonnige, droge border.
  • Bijen en hommels bezoeken de bloemen.
  • Neemt aan de grond weinig plaats in en geeft hoogte zonder zwaar te worden.
  • Weinig werk: geen mest, weinig water en één snoeibeurt in het voorjaar.

Waar staat een slangenkop graag?

  • Volle zon, liefst een warme plek op het zuiden.
  • Goed doorlatende zand- of leemgrond; zuur, neutraal of kalkrijk maakt niet uit.
  • Droge grond: in de winter mag er nooit water rond de wortels blijven staan.
  • Plant 30–40 cm uit elkaar, eventueel op een helling, in een verhoogd bed of tussen stenen.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog
Grootte
0,8 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -20 °C)

Mooi samen met

  • Vedergras: Wuivende, fijne halmen die de rode bloemen laten zweven, in dezelfde droge grond.
  • Lavendel: Grijs blad en paarse aren naast rode buisbloemen, allebei voor zon en droogte.
  • Steppesalie: Blauwpaarse aren in dezelfde maanden, ook geliefd bij bijen.
  • Kattenkruid: Een zachte, blauwe voet onder de ranke stengels.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een slangenkop?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, als de grond opgewarmd is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er grof zand of fijn grind door.
  3. Zet de plant even diep als in de pot, met de bladrozet op de grond en niet dieper.
  4. Houd 30–40 cm tussen de planten.
  5. Geef meteen goed water en leg een laag grind rond de voet, geen compost of schors.

Verzorgen

Water
De eerste weken na het planten bij droogte. Daarna enkel bij langdurige hitte; in de winter nooit.
Bemesten
Niet nodig. In arme grond blijven de stengels steviger en leeft de plant langer.
Mulchen
Een laag grind rond de wortelhals houdt de rozet droog in de winter.
Uitgebloeide bloemen
Knip uitgebloeide stengels tot aan het rozet weg; dan komen er vaak nog nieuwe bloemstengels.
Steun
In arme grond niet nodig. Vallen de stengels om, dan is de grond te rijk of de plek te schaduwrijk.

Tip: Leg een laag grind rond de voet in plaats van compost of schors: zo blijft het bladrozet ’s winters droog en overleeft de plant natte winters veel beter.

Wanneer snoei je een slangenkop?

Snoeimaanden: april.

Wanneer: Snoei in april, als je aan de voet nieuwe groei ziet. Niet in de herfst: de oude stengels beschermen het rozet in de winter.

Hoe:

  • Knip in de zomer uitgebloeide bloemstengels tot net boven het bladrozet weg.
  • Knip in april de oude, dode stengels weg tot net boven de nieuwe bladrozetten.
  • Haal dode en rottende bladeren voorzichtig uit het rozet.

Let op: Knip nooit in het bladrozet zelf: daar groeit de plant uit verder.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
In februari–maart binnen zaaien op 15–20 °C en het zaad licht bedekken. Na half mei uitplanten; de planten bloeien vaak pas het tweede jaar.
Stekken
In augustus–september stekken van 7–10 cm van niet-bloeiende scheuten nemen, in zanderige stekgrond zetten en vorstvrij overwinteren. Een goede verzekering, want de plant leeft vaak maar een paar jaar.

Hoe komt een slangenkop de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −20 °C, maar alleen in droge grond: natte winters zijn zijn grootste probleem.
  • Leg geen bladeren of compost op het rozet en laat de oude stengels staan tot april.
  • In een pot: zet hem in de winter onder een afdak of tegen een muur, uit de regen, en geef geen water.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: Het rozet wordt in de winter bruin en papperig. Oorzaak is natte grond. Plant op een drogere plek, in grind of op een helling.
  • Slakken: Vreten aan het rozet en de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds of zet een bierval.
  • Omvallende stengels: In te rijke grond of te veel schaduw worden de stengels slap. Geen mest geven en meer zon kiezen.
  • Kortlevend: Na een paar jaar wordt de plant zwakker of verdwijnt hij. Neem op tijd stekken of zaai bij.

Het jaar rond

  • Februari: Binnen zaaien.
  • Maart: Binnen zaaien. Zaailingen verspenen.
  • April: Oude stengels wegknippen tot boven de nieuwe rozetten. Planten.
  • Mei: Planten. Zaailingen na half mei uitplanten.
  • Juni: Begin van de bloei.
  • Juli: Volle bloei. Uitgebloeide stengels wegknippen.
  • Augustus: Laatste bloei. Stekken nemen.
  • September: Stekken nemen en vorstvrij zetten.
  • November: Bladeren van het rozet weghalen. Oude stengels laten staan.
  • December: Rust. Planten in een pot droog houden.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Penstemon komt uit het Grieks en betekent ‘vijf meeldraden’: de bloem heeft er vijf, waarvan er één geen stuifmeel maakt.
  • Barbatus betekent ‘gebaard’ en verwijst naar de gele haartjes op de onderlip van de bloem.
  • In het wild worden de rode buisbloemen vooral door kolibries bestoven.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…