
Foto: Johan N, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Plantaginaceae
Leeuwenbek
Antirrhinum majus
In andere talen: Muflier (Français) · Snapdragon (English)
De leeuwenbek komt uit Zuidwest-Europa en het Middellandse Zeegebied, waar hij in het wild op rotsen en oude muren groeit. Eigenlijk is het een kortlevende vaste plant, maar bij ons kweek je hem als eenjarige. Hij vormt rechte aren vol fluweelachtige bloemen met een gesloten ‘bek’ die opengaat als je zachtjes in de zijkanten knijpt. Er zijn lage rassen van 20 cm voor potten en randen, middelhoge van 40–60 cm en hoge snijrassen tot bijna een meter. Tuiniers kiezen hem voor de lange bloei van juni tot de eerste vorst en de vele kleuren.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | april en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een leeuwenbek?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, vertakte plant van 20–90 cm hoog, afhankelijk van het ras, en 20–40 cm breed.
- Blad
- Smal lancetvormig, 2–7 cm lang, glanzend groen.
- Bloem
- Tweelippige bloemen met een gesloten ‘bek’ in dichte aren, van onder naar boven openend, van juni tot oktober.
- Kleur
- Wit, crème, geel, oranje, roze, rood, purper en tweekleurig; er zijn ook rassen met open, klokvormige bloemen.
- Vrucht
- Kleine zaaddoosjes vol fijn zaad; gedroogd lijken ze op piepkleine schedeltjes.
Bloei: juni–oktober · Zaaien: februari–maart · Planten: april–mei · Snoeien: april en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juni tot oktober, zeker als je geregeld plukt of uitgebloeide aren wegknipt.
- Een klassieke snijbloem die lang houdbaar is in de vaas.
- Een enorme keuze aan kleuren: wit, geel, oranje, roze, rood, paars en tweekleurig.
- Hommels kruipen in de bloemen: leuk om naar te kijken, ook voor kinderen.
- Lage rassen zijn ideaal voor potten en randen, hoge voor de achterkant van de border en de pluktuin.
Waar staat een leeuwenbek graag?
- Volle zon geeft de meeste en de stevigste bloemaren.
- Goed doorlatende, niet te rijke grond: zand, leem of klei; zuur, neutraal of kalkrijk.
- Normaal vochtig: niet laten uitdrogen, maar ook geen natte voeten.
- Hoge rassen op een plek uit de harde wind, of met steun.
- Plant lage rassen 20 cm uit elkaar, middelhoge 25–30 cm en hoge 30–40 cm.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Verdraagt lichte vorst (tot -5 °C)
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een leeuwenbek?
Planten in april–mei.
- Zaai in februari–maart binnen bij 18–20 °C: strooi het fijne zaad op de aarde en dek het niet af, want het kiemt in het licht.
- Verspeen de zaailingen in aparte potjes zodra je ze kan vastnemen, en top ze als ze 3–4 paar blaadjes hebben.
- Laat de plantjes vanaf april een week wennen aan buiten: overdag buiten, ’s nachts binnen.
- Plant in april–mei uit, even diep als in het potje, op 20–40 cm afstand naargelang het ras.
- Geef meteen water en zet bij hoge rassen meteen een stok of een gaas waar ze doorheen groeien.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte wekelijks een flinke gieter aan de voet, niet over het blad: dat beperkt roest en schimmels.
- Bemesten
- In potten om de twee weken wat vloeibare mest voor bloeiende planten; in de border is wat compost bij het planten genoeg.
- Steun
- Hoge rassen kunnen na regen of wind omvallen: geef een stok of een horizontaal gaas.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide aren weg tot boven een paar zijscheuten; zo blijft hij nieuwe aren maken.
- Plukken
- Snijd voor de vaas als het onderste derde van de aar open is, ’s ochtends vroeg.
Tip: Zaai in februari–maart binnen en top de jonge plant voor meer bloemstengels. Pluk geregeld: hoe meer je snijdt, hoe meer nieuwe aren hij maakt.
Wanneer snoei je een leeuwenbek?
Snoeimaanden: april en augustus.
Wanneer: In april top je de jonge plantjes. In augustus, na de eerste bloeigolf, knip je de plant terug voor een tweede bloei.
Hoe:
- Knijp of knip in april de top van jonge plantjes boven het derde of vierde paar blaadjes weg: zo krijg je meer bloemstengels.
- Knip de hele zomer uitgebloeide aren weg tot net boven een paar gezonde zijscheuten.
- Is de plant in augustus slordig, knip dan alle bloeistengels terug tot ongeveer de helft; na enkele weken bloeit hij opnieuw.
- Wil je zaad oogsten, laat dan in september een paar aren staan tot de zaaddozen bruin zijn.
Vermeerderen
- Zaaien
- In februari–maart binnen bij 18–20 °C, zaad niet afdekken. Kiemt in 1–3 weken. Hij zaait zich ook zelf uit.
- Stekken
- In augustus stekken van 8 cm van niet-bloeiende zijscheuten nemen; vorstvrij overwinteren voor een mooie kleur volgend jaar.
Hoe komt een leeuwenbek de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Verdraagt lichte vorst tot ongeveer −5 °C; strengere vorst overleeft hij meestal niet.
- Na een zachte winter loopt hij op een droge, beschutte plek vaak opnieuw uit en bloeit dan al vroeg.
- Wil je hem laten overwinteren, knip hem in november terug tot 10 cm en leg wat bladeren rond de voet.
- Vorstgevoelige stekken overwinteren op een lichte, koele en vorstvrije plek, met weinig water.
Ziektes en plagen
- Roest: Gele vlekken bovenop het blad en bruinoranje puistjes eronder. Haal aangetaste planten weg, giet niet over het blad, zet volgend jaar leeuwenbekken op een andere plek en kies roestresistente rassen.
- Valse meeldauw: Blad krult en vergeelt, met een grijsachtig pluis aan de onderkant, vooral in natte zomers. Verwijder zieke planten en houd ruimte tussen de planten.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloemknoppen. Spuit af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
- Slakken: Vreten jonge plantjes kaal na het uitplanten. Controleer ’s avonds en raap ze weg.
Het jaar rond
- Februari: Binnen zaaien bij 18–20 °C.
- Maart: Binnen zaaien. Zaailingen verspenen.
- April: Jonge plantjes toppen en laten wennen. Uitplanten.
- Mei: Uitplanten. Steun zetten bij hoge rassen.
- Juni: Begin van de bloei. Plukken voor de vaas.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide aren wegknippen. Water bij droogte.
- Augustus: Terugknippen na de eerste bloeigolf. Stekken nemen.
- September: Tweede bloei. Zaad oogsten.
- Oktober: Laatste bloemen tot de vorst.
- November: Uitgebloeide planten opruimen of terugknippen om te overwinteren.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Antirrhinum komt uit het Grieks en betekent ‘als een neus’, naar de vorm van de bloem.
- Alleen zware insecten zoals hommels kunnen de gesloten bloem openduwen; kleinere insecten raken niet bij de nectar.
- De leeuwenbek is een van de klassieke proefplanten van de plantengenetica: onderzoek erop hielp verklaren hoe bloemen hun vorm krijgen.