
Foto: Daniel Case, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Pinaceae
Zwarte spar
Picea mariana
In andere talen: Épinette noire (Français) · Black spruce (English)
De zwarte spar is een groenblijvende conifeer uit de koude, vochtige bossen en veengebieden van Noord-Amerika, van Alaska tot Newfoundland. In het wild is het een smalle, kegel- tot zuilvormige boom, die op veen en in natte grond vaak laag en schraal blijft. De korte, blauwgrijze naalden zitten dicht op de twijgen en de kleine, eivormige kegels blijven jarenlang aan de boom hangen. In tuinen zie je hem vooral als dwergvorm ‘Nana’: een traag groeiend, blauwgrijs bolletje voor een rotstuin, heidetuin of pot. Hij is extreem winterhard en houdt van zure, vochtige grond.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of veen
zuur
Winterhard
Volledig winterhard
tot -45 °C
Grootte
10 m
hoog, 4 m breed
| Hoogte | 10 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een zwarte spar?
- Groeivorm
- De soort: smalle, kegel- tot zuilvormige boom van ongeveer 10 m hoog en 4 m breed. ‘Nana’: een bolletje van 0,5–1 m hoog en breed, dat zeer langzaam groeit.
- Naalden
- Kort, 0,6–1,5 cm, vierkant in doorsnede, blauwgroen tot blauwgrijs, dicht op de twijgen.
- Kegels
- Klein, eivormig, 1,5–3 cm, grijsbruin; ze blijven jarenlang aan de boom.
- Schors
- Dun, grijsbruin en schilferend.
- Wortels
- Ondiep en breed uitwaaierend: houd de grond koel en vochtig.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Extreem winterhard, tot ongeveer −45 °C.
- Verdraagt vochtige tot natte, zure grond waar veel andere coniferen moeite mee hebben.
- De dwergvorm ‘Nana’ is een compact, blauwgrijs bolletje voor rotstuin, heidetuin, pot en kleine tuin.
- Groenblijvend: structuur en kleur het hele jaar door.
- Weinig onderhoud: snoeien is niet nodig.
Waar staat een zwarte spar graag?
- Zon tot halfschaduw; ‘Nana’ blijft in de zon het dichtst.
- Zure, humusrijke grond: zand of leem, ook venig. Geen kalk.
- Normaal tot vochtig: hij verdraagt een vochtige plek en droge, hete grond is niets voor hem.
- Een koele, luchtige plek; vermijd warme muren en hete, droge hoeken.
- Reken bij de soort op 4 m breedte; bij ‘Nana’ op 0,5–1 m.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 10 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -45 °C)
Mooi samen met
- Struikhei: Lage, kleurrijke begroeiing in dezelfde zure grond.
- Dwergrododendron: Houdt van dezelfde zure, vochtige grond en bloeit in het voorjaar.
- Bosbes: Zure grond, mooie herfstkleur en eetbare bessen als lage heester ernaast.
- Varens: Zachte, groene contrasten in de halfschaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zwarte spar?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep. Meng de uitgegraven grond met zure bladcompost of dennenschors.
- Zet de plant even diep als in de pot of kluit: de wortelhals blijft op grondniveau.
- Geef de soort 4–5 m ruimte tot andere bomen en gebouwen; zet ‘Nana’ minstens 60 cm bij buurplanten.
- Geef meteen een flinke gieter water, bij voorkeur regenwater.
- Leg een laag mulch van dennenschors of bladcompost rond de voet, zonder de stam te bedekken.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond licht vochtig en geef bij droogte flink water, ook aan oudere planten en zeker aan ‘Nana’ in een pot.
- Bemesten
- In het voorjaar een dun laagje zure compost of een mest voor zuurminnende coniferen. Niet overbemesten.
- Mulchen
- Dennenschors of bladcompost houdt de grond koel, vochtig en zuur.
- Afspuiten
- Spuit ‘Nana’ bij droog, warm weer af en toe af met een tuinslang, ook onder de takken: dat houdt spint weg.
- Zuurgraad
- Gebruik geen kalk of kalkrijke mest in de buurt en geef zo veel mogelijk regenwater.
Tip: Geef hem koele, zure grond en gebruik regenwater. Staat ‘Nana’ in een warme, droge tuin, dan helpen een dikke mulchlaag van dennenschors en regelmatig afspuiten tegen spint.
Wanneer snoei je een zwarte spar?
Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid: de vorm blijft vanzelf netjes. Haal enkel dode of beschadigde takken weg als dat nodig is.
Hoe:
- Knip dode of beschadigde takken terug tot aan de stam of een zijtak.
- Neem bij de soort een dubbele top weg en laat één sterke leider staan.
- Bij ‘Nana’ liever niets doen: de compacte bolvorm herstelt zich niet na stevig snoeien.
Let op: Snoei nooit in kaal hout zonder naalden: daaruit loopt een spar niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Vooral voor de soort: oogst de kegels in de herfst, laat ze drogen en schud de zaden eruit. Zaai ze in het voorjaar op vochtige, zure potgrond en bedek ze dun; een koude periode in de winter helpt.
- Enten en stekken
- ‘Nana’ en andere selecties worden door kwekers geënt of op stek vermeerderd; zaailingen zijn niet gelijk aan de moederplant.
Hoe komt een zwarte spar de winter door?
Winterhard tot −45 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −45 °C: geen bescherming nodig.
- In een pot: zet de pot beschut en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet bevriezen. Geef water bij droog, vorstvrij weer, want groenblijvende planten blijven verdampen.
- Late winterzon kan de naalden aan de zonnige kant bruin maken; een jutedoek of wat schaduw helpt.
Ziektes en plagen
- Spint: Fijn spinsel en bleke, verdroogde naalden, vooral aan de binnenkant bij hitte en droogte. Houd een wit blad papier onder een tak en tik: kleine bewegende puntjes zijn spint. Spuit regelmatig af met een krachtige waterstraal en geef ruim water.
- Bruine naalden: Naalden worden bruin door droogte in de zomer of door uitdroging bij vorst. Houd de grond vochtig en geef ook in de winter water bij droog, vorstvrij weer.
- Gele naalden: Bleek blad op kalkrijke grond (chlorose). Geef zure compost en regenwater, en mulch met dennenschors.
- Luizen: Af en toe luizen op jonge scheuten, soms met kleverige honingdauw. Spuit ze af met water; lieveheersbeestjes helpen mee.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Potten beschermen tegen vorst en bij droog, vorstvrij weer water geven.
- Maart: Late winterzon: potten en jonge planten eventueel beschermen met jute.
- April: Planten. Zure compost of een mest voor coniferen geven.
- Mei: Planten. Mulch aanbrengen. Lichtgroene nieuwe scheuten.
- Juni: Water geven bij droogte. Controleren op spint.
- Juli: Bij droog, warm weer afspuiten. Water geven.
- Augustus: Water geven bij droogte en hitte.
- September: Planten. De kegels rijpen.
- Oktober: Planten. Nieuwe aanplant water geven.
- November: Potten beschut zetten of inpakken tegen vorst.
- December: Rust. Bij droog, vorstvrij weer potten water geven.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het wild plant hij zich in moerassen ook voort doordat lage takken wortel schieten: rond een moederboom kan zo een kring van kleinere bomen ontstaan.
- De kleine kegels blijven vaak jarenlang gesloten aan de boom en geven hun zaden vooral vrij na een bosbrand.
- Het is een van de meest voorkomende bomen van de noordelijke naaldbossen in Noord-Amerika.