
Foto: USDA-NRCS PLANTS Database / Herman, D.E. et al. 1996. North Dakota tree handbook. USDA NRCS ND State, Public domain · bron
Boom · Pinaceae
Witte spar
Picea glauca
In andere talen: Épinette blanche (Français) · White spruce (English)
De witte spar is een groenblijvende conifeer uit het noorden van Noord-Amerika, van Alaska tot Newfoundland, en een van de winterhardste bomen die je in een tuin kunt zetten. In het wild wordt hij ongeveer 20 m hoog met een smalle, kegelvormige kroon. De blauwgroene naalden ruiken bij kneuzen scherp en de langwerpige kegels van 4–6 cm hangen aan de takken. In tuinen is hij vooral bekend als de compacte suikerbroodspar ‘Conica’, een dichte, regelmatige kegel die zeer langzaam groeit en vaak maar enkele meters hoog wordt. Die dwergvorm is een klassieker voor potten, voortuinen en formele tuinen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -45 °C
Grootte
20 m
hoog, 6 m breed
| Hoogte | 20 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een witte spar?
- Groeivorm
- De soort: kegelvormige boom van ongeveer 20 m hoog en 6 m breed. ‘Conica’: een dichte, regelmatige kegel van meestal 2–4 m hoog en 1–1,5 m breed.
- Naalden
- Stijf, 1,2–2 cm lang, vierkant in doorsnede, blauwgroen met een waslaagje; scherp van geur bij kneuzen.
- Kegels
- Cilindrisch, 4–6 cm lang, hangend; eerst groen, later lichtbruin, met dunne, buigzame schubben.
- Schors
- Dun, grijsbruin en schilferend.
- Wortels
- Ondiep en breed uitwaaierend: geef hem geen verdichte grond en zorg in de eerste jaren voor regelmatig water.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Extreem winterhard, tot ongeveer −45 °C: een boom die elke Belgische winter aankan.
- Groenblijvend, met blauwgroene naalden het hele jaar door.
- De dwergvorm ‘Conica’ geeft een strakke, kegelvormige structuur in kleine tuinen, potten en voortuinen.
- Weinig onderhoud: snoeien is niet nodig.
- De soort zelf is een goede boom voor een windscherm of als solitair in een grote tuin, met dichte takken die vogels beschutting geven.
Waar staat een witte spar graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; in de zon blijft hij het dichtst.
- Gewone tuingrond: zand of leem, zuur tot neutraal, goed doorlatend.
- Normaal vochtig: hij verdraagt geen langdurige droogte of natte voeten.
- Zet ‘Conica’ niet tegen een zonnige muur, waar het heet en droog wordt, maar op een luchtige plek.
- Reken bij de soort op 6 m breedte en 5–6 m afstand tot gebouwen; bij ‘Conica’ op 1–1,5 m.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 20 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -45 °C)
Mooi samen met
- Struikhei: Lage, kleurrijke begroeiing in dezelfde zure, doorlatende grond.
- Winterheide: Bloeit in de winter en het vroege voorjaar; mooi in potten naast een kegelvormige spar.
- Blauw schapengras: Blauwgrijze pollen die passen bij de blauwgroene naalden.
- Vetkruid: Stevig en droogtebestendig als onderbeplanting op een zonnige plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een witte spar?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep. Maak de wanden los zodat de wortels er makkelijk doorheen groeien.
- Zet de plant even diep als in de pot of kluit: de wortelhals blijft op grondniveau.
- Geef de soort 5–6 m ruimte tot andere bomen en gebouwen; plant ‘Conica’ op 1–1,5 m van buren of een pad.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg een laag mulch van schors of bladcompost rond de voet, zonder de stam te bedekken.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks flink water geven. Ook daarna in lange, droge perioden: droogte en hitte zijn de belangrijkste oorzaken van spint.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost of een organische mest voor coniferen. Niet overbemesten.
- Mulchen
- Schors of bladcompost houdt de ondiepe wortels koel en vochtig.
- Afspuiten
- Spuit ‘Conica’ in warm, droog weer af en toe met een tuinslang af, ook onder de takken: dat houdt spint weg.
- Controle
- Kijk in de zomer naar fijn spinsel en bleke of bruine naalden aan de binnenkant van de struik.
Tip: Zet ‘Conica’ niet tegen een zonnige muur en geef water bij droogte: spint is het grootste probleem. Controleer in de zomer onder de takken en spuit af met een stevige waterstraal.
Wanneer snoei je een witte spar?
Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid: de vorm blijft vanzelf netjes. Haal enkel dode of beschadigde takken weg als dat nodig is.
Hoe:
- Knip dode of beschadigde takken terug tot aan de stam of een zijtak.
- Neem bij de soort een dubbele top weg en laat één sterke leider staan.
- Bij ‘Conica’ liever niets doen: de dichte kegelvorm herstelt zich niet na stevig snoeien.
Let op: Snoei nooit in kaal hout zonder naalden: daaruit loopt een spar niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Vooral voor de soort: oogst de kegels in de herfst, laat ze drogen en schud de zaden eruit. Zaai ze in het voorjaar in potten buiten, na een koude periode in de winter.
- Stekken en enten
- ‘Conica’ en andere selecties worden door kwekers op stek of door enten vermeerderd; zaailingen zijn niet gelijk aan de moederplant.
Hoe komt een witte spar de winter door?
Winterhard tot −45 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −45 °C: geen bescherming nodig.
- In een pot: zet de pot beschut en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet bevriezen. Geef water bij droog, vorstvrij weer, want groenblijvende planten blijven verdampen.
- Late winterzon kan de zonnige kant van ‘Conica’ bruin maken; een jutedoek of een plek met wat schaduw helpt.
Ziektes en plagen
- Spint: Fijn spinsel en bleke, verdroogde naalden, vooral aan de binnenkant bij hitte en droogte. Houd een wit blad papier onder een tak en tik: kleine bewegende puntjes zijn spint. Spuit regelmatig af met een krachtige waterstraal en geef ruim water.
- Bruine naalden: Naalden worden bruin door winterzon of uitdroging bij vorst. Geef water in droog winterweer en bescherm tegen late winterzon.
- Wortelrot: Gele, hangende takken en een afstervende kroon in grond die lang nat blijft. Zorg voor een goed doorlatende grond.
- Luizen: Af en toe luizen op jonge scheuten, soms met kleverige honingdauw. Spuit ze af met water; lieveheersbeestjes helpen mee.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Potten beschermen tegen vorst en bij droog, vorstvrij weer water geven.
- Maart: Late winterzon: potten en jonge ‘Conica’ eventueel beschermen met jute.
- April: Planten. Compost of een mest voor coniferen geven.
- Mei: Planten. Mulch aanbrengen. Lichtgroene nieuwe scheuten.
- Juni: Water geven bij droogte. Controleren op spint.
- Juli: Bij droog, warm weer afspuiten. Water geven.
- Augustus: Water geven bij droogte en hitte.
- September: Planten. De kegels rijpen.
- Oktober: Planten. Nieuwe aanplant water geven.
- November: Potten beschut zetten of inpakken tegen vorst.
- December: Rust. Bij droog, vorstvrij weer potten water geven.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Conica’ werd in 1904 gevonden aan Lake Laggan in Alberta (Canada), als toevallige dwergvorm in het wild; vandaar de Engelse naam ‘dwarf Alberta spruce’.
- De witte spar groeit tot aan de noordelijke boomgrens in Alaska en Canada.
- De soortnaam glauca betekent ‘blauwgrijs’ en verwijst naar het waslaagje op de naalden.