Aluminiumplant (Pilea cadierei)

Foto: Taken by Fanghong, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Urticaceae

Aluminiumplant

Pilea cadierei

In andere talen: Piléa (Français) · Aluminium plant (English)

De aluminiumplant is een kleine, struikvormige kamerplant uit Vietnam en het zuiden van China, familie van de brandnetel maar zonder brandharen. Hij dankt zijn naam aan de licht gewatteerde, ovale bladeren met zilverachtige vlekken tussen de nerven, die glanzen alsof ze met aluminiumverf zijn beschilderd. De plant blijft compact, zo’n 30–40 cm hoog, en groeit snel op een lichte plek zonder felle zon. Er bestaat ook een dwergvorm, ‘Minima’, met kleinere bladeren. Liefhebbers kweken hem voor het opvallende blad, als vrolijke vensterbankplant of in een groep met andere bladplanten.

  • Licht

    Halfschaduw

    geen felle middagzon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 12 °C

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,4 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart–augustus
Hoogte0,4 m
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een aluminiumplant?

Groeivorm
Rechtopgaand, vertakt plantje van 30–40 cm hoog en breed, met sappige stengels.
Blad
Tegenoverstaand, ovaal, 5–8 cm lang, licht gewatteerd en fijn getand, donkergroen met zilveren vlekken tussen de nerven.
Zilver
De zilveren tekening ontstaat door luchtlaagjes onder de opperhuid van het blad, niet door een kleurstof.
Bloem
Kleine, onopvallende groenwitte bloempjes in kluwens in de bladoksels; ze vallen nauwelijks op.
Stengel
Wordt met de jaren aan de voet kaal en wat houtig; dan is het tijd om te stekken.

Planten: maart–april · Snoeien: maart–augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Zilvergevlekt blad dat het hele jaar mooi is en licht brengt in een groep groene planten.
  • Compact en klein: ideaal voor een vensterbank, een plank of een bureau bij het raam.
  • Groeit snel en vergeeft een vergeten gietbeurt.
  • Heel makkelijk te stekken: een paar toppen in een glas water en je hebt nieuwe planten.
  • Past ook in een open terrarium of flessentuin met andere kleine bladplanten.

Waar staat een aluminiumplant graag?

  • Licht zonder felle zon: bij een raam op het oosten of westen, of een eind van een zuidraam. Felle zon verbrandt het blad, te weinig licht maakt hem lang en slap.
  • Kamertemperatuur van 18–24 °C; in de winter niet onder 12 °C.
  • Matig vochtige lucht: een schotel met nat grind of een groep planten helpt tegen droge lucht en spint.
  • Geen koude tocht en geen plek vlak boven de verwarming.
Licht
Licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
0,4 m hoog, 0,4 m breed
Temperatuur
Minimum 12 °C

Mooi samen met

  • Mozaïekplant: Fijn getekend blad met dezelfde wensen; samen ideaal in een open terrarium.
  • Peperomia: Kleine, compacte bladplanten in groen en rood voor dezelfde lichte plek.
  • Zwaardvaren: Fris, fijn groen blad dat de zilveren tekening goed doet uitkomen.
  • Calathea: Getekend blad voor dezelfde plek zonder felle zon.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een aluminiumplant?

Planten in maart–april.

  1. Verpot in maart of april, als de pot vol wortels zit, meestal elk jaar of om het jaar.
  2. Kies een brede, niet te diepe pot met een gat in de bodem; de wortels blijven ondiep.
  3. Gebruik luchtige potgrond voor kamerplanten, gemengd met wat perliet.
  4. Zet de plant even diep als voorheen, vul aan en druk licht aan.
  5. Geef water tot het onderaan uit de pot loopt en giet de schotel na een kwartier leeg.
  6. Wil je een vollere plant, zet dan drie à vijf jonge stekplantjes samen in één pot.

Verzorgen

Water
Houd de grond licht vochtig en laat de bovenste centimeter tussen twee gietbeurten opdrogen. Gebruik water op kamertemperatuur; natte voeten geven wortelrot.
Bemesten
Van april tot september om de twee à drie weken vloeibare mest voor kamerplanten, aan halve dosis.
Toppen
Knip of knijp de toppen regelmatig uit, net boven een bladpaar: zo blijft hij compact en vertakt hij beter.
Luchtvochtigheid
Droge lucht geeft bruine randen en spint; zet hem op een schotel met nat grind of bij andere planten.
Draaien
Draai de pot af en toe een kwartslag, zodat hij niet scheef naar het licht groeit.
Vernieuwen
Na twee à drie jaar wordt hij kaal aan de voet; vervang hem dan door jonge stekplanten.

Tip: Zet drie à vijf gewortelde stekjes samen in één pot: zo heb je in één seizoen een volle, ronde plant. Houd elk voorjaar een paar stekken achter de hand om een kale plant te vervangen.

Wanneer snoei je een aluminiumplant?

Snoeimaanden: maart–augustus.

Wanneer: Knip de toppen het hele groeiseizoen, van maart tot augustus, regelmatig in. Een te lange, kale plant zet je in maart of april flink terug.

Hoe:

  • Knijp of knip de toppen van jonge scheuten net boven een bladpaar uit; daaronder komen twee nieuwe scheuten.
  • Knip lange, kale stengels in maart–april terug tot een paar bladparen boven de grond.
  • Haal gele en afgevallen bladeren weg, zodat er geen schimmel op de grond komt.
  • Gebruik de afgeknipte toppen als stekken.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Topstekken
Van maart tot augustus: knip toppen van 8–10 cm met een paar bladparen, haal de onderste bladeren weg en zet ze in een glas water of in vochtige stekgrond. Na een paar weken vormen ze wortels; pot er dan drie à vijf samen op.

Hoe komt een aluminiumplant de winter door?

  • Een kamerplant die het hele jaar binnen blijft: onder 12 °C laat hij bladeren vallen en kan hij rotten.
  • Zet hem in de winter op een lichte plek, dichter bij het raam, maar niet tegen de koude ruit.
  • Geef minder water: laat de grond iets meer opdrogen, en geef geen mest van oktober tot maart.
  • Houd hem weg van de droge lucht boven de verwarming.

Ziektes en plagen

  • Kale, lange stengels: Te weinig licht of een oude plant. Zet hem lichter, top hem vaker en vervang oude planten door stekken.
  • Bladval: Kou, tocht, koude natte voeten of juist een uitgedroogde kluit. Zoek een warme plek en giet gelijkmatiger.
  • Wortelrot: Slappe stengels die aan de voet zwart worden, in natte grond. Neem gezonde toppen als stek en begin opnieuw.
  • Spint: Fijne gele spikkels en webjes, vooral in droge lucht. Afspoelen onder de douche en de luchtvochtigheid verhogen.
  • Wolluis: Witte pluisjes in de bladoksels. Wegvegen met een vochtig doekje of wattenstaafje.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Lichte plek, weinig water, geen mest.
  • Februari: Rust. Weg van de verwarming houden. Letten op spint.
  • Maart: Verpotten. Kale planten terugknippen. Beginnen met bemesten.
  • April: Toppen stekken. Om de twee à drie weken mest geven.
  • Mei: Groei. Toppen regelmatig inknippen.
  • Juni: Stekken nemen. Uit de felle zon houden.
  • Juli: Groei. Toppen inknippen. Luchtvochtigheid verhogen bij warm weer.
  • Augustus: Laatste stekken nemen. Mest geven.
  • September: Laatste mestbeurt. Lichter zetten als de dagen korter worden.
  • Oktober: Minder water geven. Stoppen met bemesten.
  • November: Rust. Weg van tocht en koude ruiten.
  • December: Rust. Weinig water.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De zilveren vlekken zijn geen kleurstof: het zijn luchtlaagjes onder de opperhuid van het blad die het licht weerkaatsen.
  • Hij hoort bij de brandnetelfamilie, maar heeft geen brandharen.
  • De bekende pannenkoekplant (Pilea peperomioides) hoort bij hetzelfde geslacht.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…