Polyscias (Polyscias scutellaria)

Foto: Daderot, CC0 · bron

Kamerplant · Araliaceae

Polyscias

Polyscias scutellaria

In andere talen: Shield aralia (English)

Polyscias scutellaria, in het Engels ‘shield aralia’, komt uit de tropische eilanden van de Stille Zuidzee. Het is een groenblijvende struik met rechtopgaande, houtige stengels en bladeren die meestal uit drie ronde, schildvormige blaadjes bestaan, glanzend groen. Er zijn ook bonte rassen met een witte of crèmekleurige bladrand. Binnen wordt hij zo’n 1,5 m hoog en hij is een sierlijke, wat eigenzinnige kamerplant: hij wil warmte, een gelijkmatige temperatuur en een vaste plek. Hij hoort bij de aralia-familie, waartoe ook klimop en ginseng behoren.

Let op: Giftig: het blad en het sap bevatten saponinen. Bij kinderen en huisdieren (katten, honden) die erop kauwen kan het maag- en darmklachten geven, en het sap kan de huid irriteren. Zet de plant buiten bereik van kinderen en dieren, draag handschoenen bij snoeien en verpotten en was je handen daarna.

  • Licht

    Halfschaduw

    geen felle middagzon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 15 °C

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 0,8 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart–april
Hoogte1,5 m
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een polyscias?

Groeivorm
Groenblijvende struik met rechtopgaande, houtige stengels, binnen ongeveer 1,5 m hoog en 80 cm breed.
Blad
Samengesteld, meestal met drie ronde tot nierachtige, schildvormige blaadjes van ongeveer 5–10 cm, glanzend groen. Bonte rassen hebben een witte of crèmekleurige rand.
Stengels
Slank en bruingrijs, met littekens van oude bladeren; ze verhouten met de jaren.
Bloem
Binnen bloeit hij vrijwel nooit; hij wordt om zijn blad gekweekt.
Sap
Het sap en het blad bevatten saponinen: giftig bij het eten en soms irriterend voor de huid.

Planten: maart–april · Snoeien: maart–april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Sierlijk, glanzend blad met ronde, schildvormige blaadjes; ook bont verkrijgbaar.
  • Een groenblijvende, houtige struik die een lichte hoek een tropische, boomachtige uitstraling geeft.
  • Compact en rechtop: neemt weinig ruimte in.
  • Goed in vorm te snoeien tot een vertakte struik.
  • Te vermeerderen met stekken in een warme, vochtige omgeving.

Waar staat een polyscias graag?

  • Helder licht zonder felle middagzon: een plek bij een oost- of westraam of een eind van een zuidraam. Bonte rassen hebben iets meer licht nodig.
  • Luchtige, humusrijke potgrond met ongeveer een vijfde perliet; licht zuur tot neutraal en goed doorlatend.
  • Warm en gelijkmatig: 18–24 °C en nooit onder 15 °C.
  • Een luchtvochtigheid van 50–60 % of meer. Zet hem uit de tocht en weg van radiatoren en verplaats hem liever niet te vaak.
Licht
Licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
1,5 m hoog, 0,8 m breed
Temperatuur
Minimum 15 °C

Mooi samen met

  • Calathea: Houdt van dezelfde warmte en vochtige lucht, met een opvallende bladtekening.
  • Varens: Fijne, zachte bladeren in dezelfde lichte schaduw.
  • Philodendron: Groot, glanzend blad als contrast met de kleine, ronde blaadjes.
  • Drakenboom (Dracaena): Een rechtopgaande plant met dezelfde warme, lichte plek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een polyscias?

Planten in maart–april.

  1. Verpot in maart–april, ongeveer om de 2 jaar of zodra de wortels de pot vullen.
  2. Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.
  3. Kies een stevige pot met drainagegaten, een maat groter dan de vorige: hij kan kopzwaar worden.
  4. Gebruik luchtige potgrond met een vijfde perliet en leg onderin een laagje kleikorrels.
  5. Zet de plant even diep als eerst, vul aan en druk zachtjes aan. Geef lauw water en zet hem terug op dezelfde lichte plek, uit de tocht.

Verzorgen

Water
Laat de bovenste 2–3 cm tussen twee gietbeurten opdrogen. Geef lauw, liefst kalkarm water tot het uit de gaten loopt en laat het schoteltje leeg. Zowel droogte als natte voeten geven bladval.
Bemesten
Van maart tot september om de 2–4 weken een halve dosis kamerplantenvoeding. In de winter niet.
Luchtvochtigheid
Hij houdt van vochtige lucht: zet een schaal met vochtige kleikorrels bij de plant of sproei af en toe lauw water over het blad.
Vaste plek
Hij houdt van een vaste plek en een gelijkmatige temperatuur. Veel verplaatsen, tocht of koude schommelingen geven bladval.
Bladeren
Veeg stof van het blad met een vochtige doek (draag handschoenen), zodat het licht goed wordt opgevangen.

Tip: Hij wil licht zonder felle zon, warmte en een gelijkmatige temperatuur. Laat de bovenste laag grond opdrogen, geef hem een vaste plek en draag handschoenen bij het snoeien: bij tocht of droge lucht valt het blad.

Wanneer snoei je een polyscias?

Snoeimaanden: maart–april.

Wanneer: In maart–april, voor de nieuwe groei begint. Kleine correcties kun je het hele jaar doen.

Hoe:

  • Draag handschoenen en snijd met een schone, scherpe schaar net boven een knoop.
  • Knip te lange of kale stengels terug tot de gewenste hoogte: onder de snede lopen nieuwe zijscheuten uit.
  • Haal dode, kruisende en gele takken weg om de struik luchtig te houden.
  • Gebruik de afgeknipte toppen als stek.

Let op: Het sap kan de huid irriteren en de plant is giftig: draag handschoenen en was je handen en gereedschap na het snoeien. Snoei niet in de donkere wintermaanden.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stengelstek
Van april tot juli: knip een stuk van 10–15 cm van een half verhoute stengel met 2–3 bladeren en haal het onderste blad weg. Zet de stek in vochtige, luchtige stekgrond onder een doorzichtig deksel op 22–25 °C. Wortelen duurt enkele weken tot maanden: houd de stek warm, licht en vochtig.

Hoe komt een polyscias de winter door?

  • Niet winterhard: de minimumtemperatuur is 15 °C. Hij overwintert binnen in een warme kamer.
  • Houd hem licht, bij 16–20 °C, en uit de buurt van tocht, koude ramen en radiatoren: kou geeft bladval.
  • Geef iets minder water: de bovenste laag mag iets verder opdrogen, maar de kluit nooit helemaal. Bemest niet van oktober tot en met februari.
  • Houd de luchtvochtigheid op peil met een schaal kleikorrels of een luchtbevochtiger.

Ziektes en plagen

  • Bladval: Meestal door tocht, kou, verhuizen of droge lucht, of door uitdroging of natte voeten. Zoek een vaste, warme plek uit de tocht en geef gelijkmatig water.
  • Bruine bladranden en slap blad: Droge lucht, kalkrijk water of uitdroging. Verhoog de luchtvochtigheid, gebruik regenwater of kalkarm water en giet regelmatiger.
  • Spint, trips en schildluis: Fijne webben (spint), zilverige vlekjes (trips) of bruine schildjes op de onderkant van het blad bij droge lucht. Spoel de plant af, veeg het blad schoon met zeepwater, verhoog de luchtvochtigheid en herhaal dit wekelijks.
  • Gele bladeren en wortelrot: Te veel water. Laat de grond opdrogen, controleer of de wortels stevig en wit zijn en pot zo nodig om in verse, luchtige grond.

Het jaar rond

  • Januari: Rust: licht en warm, 16–20 °C, zuinig met water.
  • Februari: Rust. Uit de buurt van radiatoren en tocht houden.
  • Maart: Snoeien en verpotten (met handschoenen). Weer wat meer water geven.
  • April: Verpotten kan nog. Beginnen met bemesten (halve dosis). Stekken nemen.
  • Mei: Groei: regelmatig water en vochtige lucht.
  • Juni: Groei. Stekken nemen. Om de 2–4 weken bemesten.
  • Juli: Groei. Beschermen tegen felle middagzon.
  • Augustus: Groei. Controleren op spint.
  • September: Laatste keer bemesten.
  • Oktober: Bemesten stoppen. Minder water. Niet meer verplaatsen.
  • November: Rust: warm, licht en uit de tocht.
  • December: Rust. Luchtvochtigheid op peil houden.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Blad en sap van de polyscias bevatten saponinen: katten en honden die erop kauwen, kunnen kwijlen, braken en diarree krijgen, en het sap kan de huid irriteren. In zijn thuisland, in de Stille Oceaan, worden de jonge bladeren gekookt gegeten, maar dat is geen reden om van je kamerplant te eten: laat kinderen er niet op kauwen. Zet de plant buiten het bereik van kinderen en huisdieren, draag handschoenen bij het snoeien en verpotten, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hij hoort bij de aralia-familie (Araliaceae), net als klimop en ginseng.
  • De soortnaam scutellaria komt van het Latijnse scutella, ‘schoteltje’ of ‘schildje’, naar de ronde, schildvormige blaadjes.
  • Polyscias staan bekend om bladval na een verhuizing of bij tocht: een vaste plek helpt.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…