
Foto: Hectonichus, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Rosaceae
Ganzerik
Potentilla nepalensis
In andere talen: Potentille du Népal (Français) · Nepal cinquefoil (English)
De Nepalese ganzerik komt uit de bergen van de Himalaya. Hij vormt een losse, bossige pol met handvormig, vijfdelig, behaard blad. Van juni tot september verschijnen er schotelvormige bloemen van ongeveer 2,5 cm in roze tot kersenrood, vaak met een donkerder hart. Bekend is het ras ‘Miss Willmott’ in kersenrood met een donker oog. Hij is robuust, bloeit lang en verdraagt droogte beter dan veel andere vaste planten, maar is vaak kortlevend. Door zijn losse groeiwijze past hij mooi tussen andere planten aan de rand van de border.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,45 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,45 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een ganzerik?
- Groeivorm
- Losse, bossige pol van ongeveer 45 cm hoog en 60 cm breed, met vertakte, behaarde stengels die opstijgen en deels liggen.
- Blad
- Handvormig met vijf gezaagde deelblaadjes, groen en behaard.
- Bloem
- Schotelvormige, vijfdelige bloemen van ongeveer 2–3 cm, roze tot kersenrood, vaak met een donkerder hart, van juni tot september.
- Levensduur
- Vaak kortlevend. Delen of zaaien houdt de plant jong.
- Wortels
- Vezelig, met een stevige kroon; hij verdraagt droogte goed maar geen natte voeten.
Bloei: juni–september · Zaaien: maart · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juni tot september in roze tot kersenrood, vaak met een donker hart.
- Als je hem na de eerste bloei terugknipt, krijg je een tweede golf bloemen.
- Bijen bezoeken de platte bloemen graag.
- Goed bestand tegen droogte en bruikbaar in een zonnige, doorlatende border of grindtuin.
- Blijft laag en vult gaten tussen andere planten op.
Waar staat een ganzerik graag?
- Volle zon voor de rijkste bloei en het stevigste blad.
- Gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. De grond moet goed doorlatend zijn.
- Droog tot normaal vochtig: hij is goed bestand tegen droogte.
- Zet hem aan de rand van de border of in een grindtuin, zodat de stengels kunnen leunen.
- Reken op 40–50 cm per plant.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,45 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Paars en grijs blad naast de roze bloemen, in dezelfde zon en droge grond.
- Salie: Paarsblauwe aren die goed contrasteren met roze.
- Blauw schapengras: Een fijn, blauwgrijs gras dat de losse stengels rustig maakt.
- Duizendblad: Vlakke schermen in geel of wit voor een bijenvriendelijke combinatie.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ganzerik?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is. Zaailingen plant je uit na de laatste nachtvorst, rond half mei.
- Werk compost door de grond; meng zware klei met grof zand voor een betere afwatering.
- Graaf een gat even diep als de pot en iets breder, en zet de plant even diep als in de pot.
- Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen water en daarna wekelijks bij droogte tot hij is aangeslagen.
- Leg een dun laagje compost of fijn grind rond de planten, maar laat de kroon vrij.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden; geef alleen bij langdurige droogte water.
- Bemesten
- In het voorjaar een laagje compost; te veel mest geeft veel blad en weinig bloemen.
- Mulchen
- Een dun laagje fijn grind of compost in het voorjaar; niet tegen de kroon.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide stengels weg: dat houdt de bloei langer gaande.
- Steun
- Meestal niet nodig: laat hem tegen buurplanten leunen of geef hem wat takjes als steun.
Tip: Knip hem in juli na de eerste bloei flink terug: dan krijg je vers blad en een tweede golf bloemen. Zorg voor volle zon en goed doorlatende grond.
Wanneer snoei je een ganzerik?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In maart voor het opruimen van oude stengels, en in juli na de eerste bloei.
Hoe:
- Knip in maart de dode stengels van vorig jaar tot net boven de nieuwe scheuten.
- Knip na de eerste bloei, in juli, de bloeiende stengels met een derde tot de helft terug.
- Er komt dan vers blad en een tweede golf bloemen.
- Geef daarna water bij droogte.
Let op: Knip niet kaal in het oude hout: laat altijd wat blad en jonge scheuten staan.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart binnen in een zaaibak bij ongeveer 15–18 °C. Strooi het fijne zaad op het oppervlak en bedek het nauwelijks. Verspeen de zaailingen en zet ze na de laatste nachtvorst uit. Rassen komen niet altijd zuiver uit zaad.
- Delen
- In maart–april of in september, om de drie tot vier jaar: graaf de pol uit, deel hem in stukken met wortels en bladeren en plant ze meteen terug.
Hoe komt een ganzerik de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Niet de kou, maar natte grond in de winter is een risico. Zorg voor goede afwatering.
- In een pot: gebruik goed doorlatende grond, zet de pot beschut en laat hem niet in water staan.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte en weinig lucht. Geef water aan de voet, ruimte en knip aangetaste delen weg.
- Rot in natte grond: De kroon wordt bruin en slap in natte winters. Zorg voor goed doorlatende grond.
- Spintmijt: Bij warm, droog weer wordt het blad grauw met fijne webjes. Spuit af met water en geef bij droogte water.
- Open pol: Na enkele jaren wordt de pol kaal in het midden. Deel hem of vervang hem door jonge planten.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien. Oude stengels afknippen. Planten of delen.
- April: Planten. Zaailingen verspenen.
- Mei: Zaailingen uitplanten na de laatste nachtvorst. Planten.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Na de eerste bloei terugknippen. Water geven bij droogte.
- Augustus: Tweede bloei.
- September: Laatste bloei. Planten of delen.
- Oktober: Planten. Blad laten staan voor de winter.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam nepalensis verwijst naar Nepal, een deel van het verspreidingsgebied in de Himalaya.
- De naam cinquefoil komt van het Oudfranse woord voor ‘vijfblad’ en verwijst naar de bladeren met vijf deelblaadjes.
- Ganzeriken horen tot de rozenfamilie, net als aardbei en roos, en delen met hen de vijf kroonbladen.