
Foto: Tatters ❀ from Brisbane, Australia, CC BY 2.0 · bron
Kamerplant · Bignoniaceae
Radermachera
Radermachera sinica
In andere talen: China doll (English)
De radermachera, in het Engels ‘China doll’, komt uit de bossen van Zuid-China en Taiwan. Hij hoort bij de trompetboomfamilie, maar is vooral bekend als kamerplant met fijn verdeeld, glanzend donkergroen blad dat aan een zachte varen doet denken. Binnen wordt het een luchtige, struikvormige plant van ongeveer 1–1,5 m hoog, in de natuur is het een boom. Mensen kiezen hem voor zijn sierlijke bladerdak, dat een lichte kamer een tropische sfeer geeft. Hij is wel een beetje kieskeurig: een vaste plek, gelijkmatig vochtige grond en geen tocht houden hem mooi.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 12 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 0,8 m breed
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een radermachera?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, vertakte struik, binnen 1–1,5 m hoog en 60–80 cm breed.
- Blad
- Dubbel geveerd en fijn verdeeld, met kleine, glanzend donkergroene deelblaadjes.
- Bloem
- Binnen bloeit hij zelden. In de natuur draagt hij witgele, trompetvormige bloemen.
- Stengels
- Jonge takken zijn groen, oudere takken verhouten en worden bruinig.
- Herkomst
- Bossen in Zuid-China en Taiwan: hij houdt van warmte, vocht en gefilterd licht.
Planten: maart–april · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Fijn, glanzend, varenachtig blad dat een kamer meteen luchtig en tropisch maakt.
- Groenblijvend: het hele jaar een frisse, groene plant.
- Wordt een mooie kamerstruik van 1–1,5 m zonder veel plaats in te nemen.
- Goed te vormen: met een snoeibeurt in de lente blijft hij compact en vertakt hij beter.
- Past in een lichte kamer of veranda waar een grote palm te zwaar zou ogen.
Waar staat een radermachera graag?
- Licht tot halfschaduw: een lichte plek bij het raam, zonder felle middagzon die het blad verbrandt.
- Kies een vaste plek: verplaatsen of vaak draaien kan bladval geven.
- Luchtige, humusrijke potgrond met wat perliet of zand voor de afvoer, licht zuur tot neutraal.
- Gelijkmatig vochtig, nooit nat blijven staan; ideaal is 16–24 °C en niet onder 12 °C.
- Geen tocht en niet vlak boven de radiator; reken op 60–80 cm ruimte rondom.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 1,5 m hoog, 0,8 m breed
- Temperatuur
- Minimum 12 °C
Mooi samen met
- Zwaardvaren: Houdt van dezelfde vochtige, lichte plek en versterkt het luchtige bladbeeld.
- Calathea: Zelfde luchtvochtigheid en een mooi bladpatroon als contrast met het fijne blad.
- Vioolbladvijg: Grote, brede bladeren die mooi afsteken tegen het fijne blad.
- Slangenplant: Stevige, rechte bladeren als rustige tegenhanger.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een radermachera?
Planten in maart–april.
- Pot in maart–april, wanneer de plant nieuwe groei begint.
- Kies een pot die maar 2–3 cm breder is dan de oude, met een gat voor de afvoer; leg een laagje kleikorrels op de bodem.
- Gebruik luchtige potgrond voor kamerplanten, gemengd met ongeveer een vijfde perliet.
- Zet de plant even diep als eerst, vul bij en druk de grond licht aan zonder de wortels te beschadigen.
- Geef meteen water tot het onderaan uitloopt en giet het overtollige water na een kwartier uit het schoteltje.
- Zet hem terug op zijn vaste plek en bemest pas na 4–6 weken.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond gelijkmatig vochtig, maar niet nat. Laat enkel de bovenste 1–2 cm tussen twee beurten opdrogen. Gebruik liefst kamerwarm, kalkarm water; droogte of natte voeten geven bladval.
- Bemesten
- Van april tot september om de 2 weken een vloeibare meststof voor kamerplanten, half sterk. In de winter niet bemesten.
- Luchtvochtigheid
- Hij houdt van vochtige lucht: nevel af en toe of zet de pot op een schaal met natte kleikorrels, zonder dat de pot in het water staat.
- Verpotten
- Elk jaar of om de twee jaar in het voorjaar, tot hij zijn definitieve formaat heeft. Daarna volstaat het om de bovenste laag potgrond te vervangen.
- Plek
- Laat hem staan waar hij goed groeit: elke plotse verandering in licht of temperatuur kan bladval veroorzaken.
Tip: Vind een goede plek en laat hem daar staan: draai de pot hooguit af en toe een kwartslag. Elke verandering in licht of temperatuur kan bladval geven.
Wanneer snoei je een radermachera?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart of april, wanneer de nieuwe groei begint.
Hoe:
- Knip te lange of kale takken terug tot net boven een zijtak of knop, tot ongeveer een derde van hun lengte.
- Haal dode, zwakke en kruisende takken helemaal aan de basis weg.
- Kort de toppen in: zo vertakt hij beter en wordt hij vollediger.
- Gebruik een scherp, schoon mes of snoeischaar.
Let op: Snoei nooit meer dan een derde van de plant tegelijk en niet in de winter: dan groeit hij niet en herstelt hij traag.
Vermeerderen
- Topstekken
- In mei–juli: stekken van 8–10 cm met een paar bladeren, onderste blad weg, in vochtige stekgrond onder plastic bij 22–25 °C. Hij wortelt niet altijd makkelijk: wortelpoeder helpt en geduld is nodig.
Hoe komt een radermachera de winter door?
- Niet winterhard: houd hem binnen bij minstens 12 °C; ideaal is 16–20 °C.
- Zet hem op de lichtste plek, zonder felle zon, ver van tocht en koude ramen en niet vlak boven de radiator.
- Geef minder water, maar laat de kluit nooit helemaal uitdrogen. Niet bemesten.
- Verwarmingslucht is droog: nevel regelmatig of zet een bakje water in de buurt.
Ziektes en plagen
- Bladval: Hij laat blad vallen bij tocht, verplaatsen, droogte of te weinig licht. Zoek een vaste, lichte plek zonder tocht en houd de grond gelijkmatig vochtig.
- Spint: Fijne webjes en vaalgespikkeld blad bij droge lucht. Spoel de plant af onder een lauwe douche, verhoog de luchtvochtigheid en herhaal wekelijks.
- Schildluis en wolluis: Bruine bultjes of witte pluisjes op stengels en blad. Veeg ze weg met een doekje met zeepwater en controleer na een week opnieuw.
- Bruine bladranden: Meestal te droge lucht of te veel kalk en meststof. Geef zachter water, bemest minder en verhoog de luchtvochtigheid.
- Gele bladeren: Meestal te nat. Laat de bovenste laag opdrogen en controleer of het overtollige water kan weglopen.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Bij droge verwarmingslucht af en toe nevelen.
- Februari: Rust. Een lichte plek zonder tocht. Planning voor verpotten.
- Maart: Verpotten indien nodig. Snoeien voor een compacte vorm.
- April: Verpotten en snoeien. Starten met bemesten om de 2 weken.
- Mei: Topstekken nemen. Water geven en nevelen.
- Juni: Bemesten. Op een lichte plek zonder felle middagzon.
- Juli: Stekken nemen. Water geven bij warm weer.
- Augustus: Bemesten. Opletten voor spint bij droge lucht.
- September: Laatste keer bemesten. Plek voor de winter voorbereiden.
- Oktober: Minder water geven. Weg van tocht zetten.
- November: Lichte plek bij 16–20 °C. Niet bemesten.
- December: Rustperiode. De kluit niet laten uitdrogen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht is genoemd naar de Nederlander J.C.M. Radermacher, een achttiende-eeuwse bestuurder en natuurliefhebber in Batavia.
- Hij hoort bij de Bignoniaceae, de familie van onder meer de trompetboom (Catalpa) en de trompetbloem (Campsis).
- In het wild is het een boom van enkele meters hoog; als kamerplant blijft hij veel kleiner.