Wouw (Reseda luteola)

Foto: AnRo0002, CC0 · bron

Eenjarige plant · Resedaceae

Wouw

Reseda luteola

In andere talen: Réséda des teinturiers (Français) · Weld (English)

Wouw is een inheemse plant van open, kalkrijke grond, bermen, steengroeven en braakliggend terrein, die in grote delen van Europa, rond de Middellandse Zee en in West-Azië voorkomt. Het is een tweejarige: in het eerste jaar vormt hij een vlakke rozet van smalle, glanzende, golvende bladeren, in het tweede jaar schiet een slanke, rechte aar omhoog tot 1–1,5 m met kleine, groengele bloemen van juni tot augustus. Hij is geliefd bij wilde bijen en is eeuwenlang de belangrijkste gele verfplant van Europa geweest. In een wilde, zonnige of droge border is hij een mooie, onverwoestbare plant die zichzelf uitzaait.

Let op: Zaait zich gemakkelijk uit, vooral op open, kalkrijke of verstoorde grond. Knip de zaadpluimen weg voor het zaad rijpt (augustus) als je niet overal jonge plantjes wilt.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Hoogte1,5 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een wouw?

Groeivorm
Tweejarig; in het eerste jaar een rozet, in het tweede jaar een rechte, bijna onvertakte bloeistengel van 1–1,5 m hoog en ongeveer 40 cm breed.
Blad
Smal lancetvormig, 5–15 cm, glanzend groen, met golvende rand; de rozet blijft de winter door groen.
Bloem
Kleine groengele bloemen in lange, slanke aren, van juni tot augustus, rijk aan nectar en stuifmeel.
Vrucht
Kleine, open doosvruchten met veel fijne, zwarte zaadjes, die zich uitzaaien.
Wortels
Een stevige penwortel; verplanten lukt alleen als de plantjes nog klein zijn.

Bloei: juni–augustus · Zaaien: april–mei en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Inheemse plant die wilde bijen aantrekt, vooral solitaire bijen, en ook veel andere insecten.
  • Slanke, bijna architecturale aren van 1–1,5 m geven hoogte en structuur in een wilde border.
  • Groeit waar weinig anders wil: arme, droge, kalkrijke grond in volle zon.
  • Droogtebestendig en volledig winterhard, zonder verzorging.
  • Historisch interessant: de hele plant levert een gele verfstof die eeuwenlang werd gebruikt voor het verven van wol en zijde.

Waar staat een wouw graag?

  • Volle zon voor de stevigste, rechtste aren; in lichte halfschaduw wordt hij slapper.
  • Arme, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk. Rijke grond maakt hem slap.
  • Droog tot normaal vochtig; hij verdraagt droogte goed zodra hij gevestigd is.
  • Een open, luchtige plek; op een winderige plek kunnen hoge aren doorbuigen, dus plant ze tussen andere planten.
  • Reken op 30–40 cm tussen de planten.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog of normaal
Grootte
1,5 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -20 °C)

Mooi samen met

  • Slangenkruid: Een andere inheemse bij-plant voor droge, kalkrijke grond met blauwe bloemen.
  • Wilde cichorei: Hemelsblauwe bloemen in dezelfde zonnige, droge hoek.
  • Muskuskaasjeskruid: Zachte roze bloemen naast de slanke gele aren.
  • Margriet: Wit en geel in een luchtige, wilde border.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een wouw?

  1. Zaai ter plaatse in april–mei of in september; verplanten kan alleen als de zaailingen nog klein zijn (penwortel).
  2. Maak de grond los, verwijder onkruid en werk de grond fijn; extra compost is niet nodig.
  3. Strooi het zaad dun uit en druk het alleen aan: het is een lichtkiemer en wordt niet of nauwelijks afgedekt.
  4. Hou de grond tot de kieming (na 1–3 weken) licht vochtig.
  5. Dun de zaailingen uit tot 30–40 cm tussen de planten.
  6. Het eerste jaar zie je alleen de rozet; pas het tweede jaar volgt de bloei.

Verzorgen

Water
Alleen de zaailingen bij lange droogte. Volwassen planten redden zich zelf.
Bemesten
Niet nodig; op arme grond blijft hij compact en stevig.
Steun
Meestal niet nodig; in een winderige plek staan de aren sterker tussen andere planten.
Zaadvorming
Wil je geen zelfzaaiers, knip de aren dan na de bloei weg voor het zaad rijpt.
Verfplant oogsten
Wil je de plant gebruiken om te verven, oogst dan de hele plant boven de grond tijdens de bloei in juni–juli.

Tip: Zaai wouw ter plaatse op arme, kalkrijke grond in volle zon en dek het zaad niet af. Het eerste jaar maakt hij alleen een rozet; laat hem staan, want in het tweede jaar volgen de 1,5 m hoge aren.

Wanneer snoei je een wouw?

Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid; knip hooguit de uitgebloeide aren af voor het zaad rijpt (augustus), of laat ze staan.

Hoe:

  • Knip de uitgebloeide aren in augustus af als je zelfzaai wilt beperken.
  • Laat een paar aren staan als je wilt dat hij zich uitzaait of dat vogels het zaad opeten.
  • Haal de afgestorven planten na de zaadzetting in het najaar uit de grond.

Let op: Hij zaait zich gemakkelijk uit, vooral op open, kalkrijke of verstoorde grond. Knip de zaadpluimen weg voor het zaad rijpt als je niet overal jonge plantjes wilt.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien (voorjaar)
In april–mei ter plaatse: zaai dun, druk het zaad aan zonder het af te dekken en dun uit tot 30–40 cm. Hij bloeit pas in het tweede jaar.
Zaaien (nazomer)
In september ter plaatse: zaaien in de nazomer geeft sterke rozetten die in het volgende jaar bloeien.
Zelfzaai
Laat in juli–augustus een paar aren uitrijpen; het zaad valt vanzelf en geeft volgend voorjaar nieuwe plantjes.

Hoe komt een wouw de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −20 °C of kouder: de rozet blijft de winter door groen en heeft geen bescherming nodig.
  • Laat de rozet staan; ze bloeit in het tweede jaar en sterft na het zaad zetten af.
  • In een pot is hij minder geschikt door de penwortel; zaai hem liever ter plaatse in de volle grond.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Jonge zaailingen worden afgevreten. Verzamel slakken ’s avonds en zaai wat dichter, dan dun je later uit.
  • Bladluis: Op de bloemaren in juni–juli. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en zweefvliegen ze op; anders afspuiten met water.
  • Meeldauw: Wit poederlaagje op blad bij droogte en vochtige lucht. Geef ruimte en luchtstroom, knip aangetaste delen weg.
  • Geen bloei in het eerste jaar: Geen probleem: wouw is tweejarig en bloeit pas in het tweede jaar.
  • Omvallende aren: Op rijke grond of winderige plekken buigen de lange aren. Kies arme grond en plant tussen andere planten.

Het jaar rond

  • Maart: Onkruid wegnemen en grond losmaken voor het zaaien.
  • April: Ter plaatse zaaien. Zaad niet afdekken.
  • Mei: Zaaien en uitdunnen tot 30–40 cm.
  • Juni: Tweedejaarsplanten bloeien. Vlinders en bijen bezoeken de aren.
  • Juli: Volle bloei. Eventueel de hele plant oogsten om te verven.
  • Augustus: Zaad rijpt. Uitgebloeide aren afknippen of laten staan.
  • September: Zaaien voor volgend jaar. Afgestorven planten opruimen.
  • Oktober: Rozet staat groen over de winter, niets doen.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De gele kleurstof van wouw bevat luteoline; samen met het blauw van wede gaf wouw het groen waarmee eeuwenlang wol werd geverfd.
  • Sommige wilde bijen, zoals de resedamaskerbij, verzamelen hun stuifmeel bij voorkeur op resedaplanten.
  • Wouw vormt in het eerste jaar alleen een rozet; in het tweede jaar bloeit hij, zet zaad en sterft af.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…