
Foto: JackyM59, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Malvaceae
Muskuskaasjeskruid
Malva moschata
In andere talen: Mauve musquée (Français) · Musk mallow (English)
Het muskuskaasjeskruid is een inheemse vaste plant uit Europa, die je in België in bermen, op dijken en aan bosranden vindt. Hij vormt een losse, rechtopgaande pol van ongeveer 60 cm hoog, met diep ingesneden, bijna kantachtig blad. Van juni tot in september verschijnen schotelvormige bloemen van 4–5 cm in zacht roze, met fijne, donkerdere adertjes. Tuiniers houden van zijn lange bloei, zijn natuurlijke uitstraling en het feit dat hij droogte en arme grond verdraagt. De witte vorm ‘Alba’ is even sterk en mooi in een witte tuin.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een muskuskaasjeskruid?
- Groeivorm
- Losse, rechtopgaande pol van ongeveer 60 cm hoog en 50 cm breed, met vertakte, licht behaarde stengels.
- Blad
- Het blad aan de voet is rond en weinig ingesneden; hoger aan de stengel is het diep in smalle slippen verdeeld.
- Bloem
- Schotelvormig, 4–5 cm breed, met vijf licht ingekeepte kroonbladen, in trosjes bovenaan de stengels, van juni tot september.
- Kleur
- Zacht roze met fijne, donkerdere adertjes; de vorm ‘Alba’ is zuiver wit.
- Vrucht
- Een plat, rond schijfje van kleine deelvruchtjes, dat op een piepklein kaasje lijkt.
- Wortels
- Een stevige penwortel: daardoor verdraagt hij droogte, maar laat hij zich slecht verplanten.
Bloei: juni–september · Oogst en vruchten: april–september · Zaaien: maart–mei · Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit vier maanden lang, van juni tot september, zeker als je na de eerste bloei terugknipt.
- Inheemse plant die druk bezocht wordt door bijen en hommels.
- Verdraagt droogte en arme grond: ideaal voor een zonnige border, een talud of een bloemenweide.
- Zaait zich vlot uit, zodat hij in je tuin blijft, ook al leeft één plant maar enkele jaren.
- Het fijn ingesneden blad en de luchtige groei geven een natuurlijk, wat wild karakter.
Waar staat een muskuskaasjeskruid graag?
- Volle zon geeft de meeste bloemen en de stevigste planten.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Arme grond is prima.
- Droog tot normaal vochtig; natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Plant op 40–50 cm afstand, of in groepjes van drie tot vijf in een border of bloemenweide.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Margriet: Witte bloemen naast de roze schotels, in dezelfde zonnige, schrale grond.
- Beemdkroon: Lila bolletjes en bijen in overvloed: samen een echte wilde border.
- Wilde marjolein: Bloeit tegelijk, geurt en trekt vlinders en bijen aan.
- Kattenkruid: Blauwpaarse wolken die de zachtroze bloemen mooi laten uitkomen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een muskuskaasjeskruid?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Kies jonge planten in een pot: door de penwortel slaan grote planten slecht aan.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en maak de bodem los; mest of compost is in gewone tuingrond niet nodig.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef meteen flink water en houd de grond de eerste weken licht vochtig, tot de plant is aangeslagen.
- Zaaien kan ook: binnen in maart–april, of buiten ter plaatse in april–mei.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich met regenwater, ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Op rijke grond groeit hij slap en valt hij om.
- Terugknippen
- Knip na de eerste bloeigolf, in juli, de bloeistengels met een derde tot de helft in: in de nazomer volgt een nieuwe bloei.
- Uitzaaien
- Laat een paar stengels in zaad gaan als je wilt dat hij zich uitzaait; zo vervangen jonge planten de oude.
- Steun
- Meestal niet nodig. Op een winderige of te rijke plek helpen een paar takjes tussen de stengels.
Tip: Hij leeft maar enkele jaren, maar zaait zich vlot uit: laat elk jaar een paar stengels in zaad gaan. Knip de rest na de eerste bloei, in juli, terug voor een nieuwe bloeigolf in de nazomer.
Wanneer snoei je een muskuskaasjeskruid?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In juli, na de eerste bloeigolf, knip je de plant terug. In maart ruim je de oude, dode stengels op.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide stengels in juli met een derde tot de helft in, net boven een blad of zijscheut.
- Laat er een paar staan als je zaad wilt oogsten of wilt dat hij zich uitzaait.
- Knip in maart de dode stengels van vorig jaar af tot net boven de nieuwe bladrozet.
Let op: Knip in maart niet in de verse bladrozet aan de voet: daar groeien de nieuwe stengels uit.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai binnen in maart–april bij 15–20 °C en dek het zaad licht af; na 2–3 weken kiemt het. Of zaai in april–mei buiten ter plaatse. Vroeg gezaaide planten bloeien soms al het eerste jaar.
- Zaailingen verplaatsen
- Jonge plantjes die zichzelf hebben uitgezaaid, verplaats je in het voorjaar, zolang ze klein zijn, met een flinke kluit.
- Stekken
- Neem in april stekken van jonge scheuten aan de voet en laat ze wortelen in vochtige stekgrond.
Hoe komt een muskuskaasjeskruid de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Natte, zware grond in de winter is gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goede afwatering.
- Eén plant leeft maar enkele jaren; laat dus wat zaailingen staan als opvolgers.
Ziektes en plagen
- Roest: Oranje tot bruine puistjes onder het blad, typisch voor kaasjeskruiden. Haal aangetaste bladeren weg, geef de plant ruimte en verwijder zwaar aangetaste planten.
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan jonge planten en zaailingen. Bescherm ze met een kraag of raap de slakken ’s avonds weg.
- Omvallen: Op rijke of vochtige grond worden de stengels slap. Bemest niet en knip in juli terug voor een compactere plant.
- Plant verdwijnt: Na drie à vier jaar is hij uitgeput. Dat is normaal: laat zaailingen staan of zaai opnieuw.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels van vorig jaar wegknippen. Binnen zaaien.
- April: Planten. Binnen of buiten zaaien.
- Mei: Planten en buiten zaaien. Letten op slakken.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Na de eerste bloeigolf met een derde tot de helft terugknippen.
- Augustus: Tweede bloeigolf. Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Nabloei. Planten. Zaad oogsten.
- Oktober: Planten. Zaailingen laten staan.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni–september)
- Pluk de zachtroze of witte bloemen van juni tot september, op een droge ochtend, als ze net open zijn. Ze smaken mild en wat zoetig en zijn vooral mooi: strooi ze heel over een salade, een koude soep of een taart, of vries ze in ijsblokjes in. Ook de jonge, groene vruchtjes, de ‘kaasjes’, zijn eetbaar. Knip na de eerste bloei terug: dan bloeit hij in de nazomer opnieuw. Laat genoeg bloemen staan voor de bijen en hommels, en een paar stengels om zaad te zetten.
- Blad (april–september)
- Pluk van april tot september de jonge, zachte blaadjes: in het voorjaar de ronde blaadjes uit het hart van de rozet, later de jonge topjes van de stengels. Ze smaken mild en zijn wat slijmerig, zoals die van groot kaasjeskruid: fijngesneden rauw in een salade, of kort gestoofd als spinazie, in een omelet of een soep. Oudere bladeren zijn taai en behaard. Neem nooit alle blaadjes van één plant.
- Bewaring
- Bloemen en blad gebruik je liefst vers: in een gesloten doosje met een vochtig keukenpapiertje blijven ze een dag goed in de koelkast. Bloemen kan je ook in één laag op een rooster laten drogen, op een luchtige, donkere plek, voor thee of potpourri; in een gesloten pot houden ze een jaar.
Let op: Muskuskaasjeskruid is net als groot kaasjeskruid veilig in gewone hoeveelheden. Pluk niet langs wegen of op sterk bemeste grond: de plant stapelt dan nitraat op. Het blad krijgt vaak roest, oranje puistjes aan de onderkant: pluk enkel blaadjes zonder vlekken. Eet ook niets van een plant die pas uit het tuincentrum komt: laat ze eerst een paar weken uitgroeien, want ze kan behandeld zijn.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Zomersalade met muskuskaasjeskruid (Gerecht · 4 personen · 15 min)
- Frittata met malvablad (Gerecht · 4 personen · 30 min)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam kaasjeskruid verwijst naar de ronde, platte vruchtjes, die op kleine kaasjes lijken.
- Hij hoort bij dezelfde familie als de stokroos en de hibiscus.
- De soortnaam moschata betekent ‘naar muskus ruikend’: sommige mensen ruiken een zwakke muskusgeur aan het blad of de bloemen.