Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)

Foto: Photo by and (c)2008 Derek Ramsey (Ram-Man). Co-attribution must be given to the Chanticleer Garden., CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Gewone margriet

Leucanthemum vulgare

In andere talen: Grande marguerite (Français) · Oxeye daisy (English)

Komt in België in het wild voor.

De gewone margriet is een inheemse vaste plant uit de composietenfamilie en een van de bekendste wilde bloemen van België. Je vindt hem in bloemrijke hooilanden, wegbermen, dijken, spoorwegtaluds en schrale graslanden, vooral op niet te voedselrijke grond. Van mei tot in juli, soms tot in augustus, staan er grote bloemhoofdjes van 3–6 cm met witte straalbloemen rond een geel hart, elk op een lange, rechte stengel van 30–70 cm. Onderaan staat een rozet van spatelvormige, gekartelde bladeren. Margrieten trekken veel insecten, zoals zweefvliegen, kevers, solitaire bijen en vlinders, en ze zijn een vaste waarde in elk mengsel voor een bloemenweide.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    mei–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli en september
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Vaste plant van 30–70 cm met een bladrozet aan de voet en rechte, weinig vertakte stengels met meestal één bloemhoofdje.
Blad
Rozetbladeren spatelvormig, langgesteeld en gekarteld; stengelbladeren smal, zittend en half stengelomvattend, met een getande rand. Donkergroen en bijna kaal.
Bloem
Hoofdjes van 3–6 cm met een krans witte straalbloemen rond een plat, geel hart van kleine buisbloempjes.
Vrucht/Zaad
Kleine, gegroefde nootjes zonder pluis; ze vallen dicht bij de plant.
Stengel
Recht en gegroefd, onvertakt of bovenaan wat vertakt.
Verwarring met
Reukeloze kamille heeft fijn verdeeld, draadvormig blad en kleinere hoofdjes op een sterk vertakte plant. Het madeliefje is veel kleiner en groeit in het gazon. De tuinmargriet (Leucanthemum × superbum) heeft grotere bloemen en steviger, glanzend blad.

Bloei: mei–augustus · Snoeien: juli en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een echte insectenplant: zweefvliegen, kevers, solitaire bijen, vliegen en vlinders vinden er makkelijk nectar en stuifmeel.
  • De platte, open hoofdjes zijn een landingsplaats en een zonneplek voor insecten.
  • Snel en makkelijk uit zaad: vaak al in het tweede jaar een witte zee van bloemen.
  • Bloeit opnieuw als je hem na de eerste bloei terugknipt of maait.
  • Een klassieker voor de bloemenweide, de berm of een zonnige, natuurlijke border, en een mooie snijbloem.

Waar staat een gewone margriet graag?

  • In het wild: hooilanden, wegbermen, dijken, spoorwegtaluds en schrale graslanden, op zand, leem en klei.
  • Volle zon; in de halfschaduw bloeit hij minder en valt hij makkelijk om.
  • Droge tot frisse, niet te voedselrijke grond. Op rijke grond wordt hij slap en verdringt het gras hem snel.
  • In de tuin: een bloemenweide, een zonnige berm langs de oprit of een natuurlijke border met andere wilde bloemen.

Mooi samen met

  • Knoopkruid: Paarse bloemen in juli–augustus, als de margrieten uitgebloeid zijn.
  • Gewone rolklaver: Gele vlinderbloemen in de bloemenweide en waardplant van het icarusblauwtje.
  • Kleine ratelaar: Halfparasiet die het gras afremt, zodat margrieten meer ruimte krijgen.
  • Wilde peen: Witte schermen in juli–augustus, een mooie opvolger in dezelfde berm.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gewone margriet?

  1. Koop zaad of planten bij een kwekerij voor inheemse planten, liefst van streekeigen herkomst. Graaf nooit planten uit in het wild.
  2. Zaai in september–oktober of in maart–april op een open, onkruidvrije plek; meng het fijne zaad met wat zand, dan verdeel je het gelijkmatiger.
  3. Druk het zaad aan of rol het aan en bedek het hoogstens met een heel dun laagje: het fijne zaad kiemt het best aan de oppervlakte.
  4. Plant potplanten in het voorjaar of de herfst op 25–30 cm van elkaar, in groepjes van vijf of meer.
  5. Hou de grond vochtig tot de kiemplantjes goed groeien; daarna is water geven niet meer nodig.
  6. In een bestaand gazon: maak eerst stukjes kale grond vrij en zaai of plant daarin, anders wint het gras.

Verzorgen

Water
Alleen tijdens het kiemen en net na het planten. Daarna redt hij zich ook in droge zomers.
Bemesten
Niet doen: op arme grond blijft hij stevig en bloeit hij rijker.
Maaien
In een bloemenweide twee keer per jaar maaien, eind juni–juli na de bloei en in september, en het maaisel afvoeren.
Terugknippen
In de border knip je de uitgebloeide stengels in juli kort; dan volgt vaak een tweede, kleinere bloei.
Verjongen
Na drie à vier jaar bloeien oude pollen soms minder; scheur ze dan of laat nieuwe zaailingen hun plaats innemen.

Tip: Zaai margrieten samen met kleine ratelaar: die halfparasiet remt het gras af, zodat de margrieten en andere wilde bloemen na een paar jaar beter doorbreken.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juli en september.

Wanneer: Na de eerste bloei, in juli, terugknippen of maaien; in een bloemenweide in september nog eens maaien.

Hoe:

  • Knip in de border de uitgebloeide stengels af tot vlak boven het bladrozet.
  • Laat een deel van de hoofdjes uitbloeien en zaad zetten als je wilt dat hij zich uitzaait.
  • Maai een bloemenweide op 8–10 cm hoogte en laat het maaisel een paar dagen liggen zodat de zaden uitvallen; voer het daarna af.
  • Laat in de border de laatste stengels in de herfst staan als schuilplaats voor insecten.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai in september–oktober of in maart–april aan de oppervlakte van open grond. Het kiemt binnen een paar weken; de bloei volgt vaak in het tweede jaar.
Scheuren
Graaf in maart of september een oudere pol uit en verdeel hem in stukken met elk een rozet en wortels.
Zelf uitzaaien
Laat zaad rijpen op de plant: in een open berm of border verschijnen vanzelf nieuwe rozetten.

Hoe komt een gewone margriet de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Het bladrozet blijft in de winter meestal groen.
  • Volledig winterhard.
  • Droge stengels en de groene rozetten bieden beschutting aan kleine insecten en spinnen.
  • Zaailingen van de herfst overwinteren als kleine rozetjes.

Ziektes en plagen

  • Omvallen: Op te rijke grond of in de schaduw vallen de stengels om. Geef geen mest en kies een zonnige plek.
  • Verdwijnen: In een dicht, voedselrijk grasland verdwijnt hij na een paar jaar. Maai twee keer per jaar, voer het maaisel af en maak af en toe kale plekjes vrij.
  • Bladluis: Zwarte luizen op de stengels in juni. Lieveheersbeestjes doen meestal het werk; anders afspuiten met water.
  • Slakken: Jonge zaailingen en rozetten worden graag gegeten. Zaai ruim en bescherm de jongste plantjes.

Het jaar rond

  • Maart: Zaaien of planten. De rozetten groeien.
  • April: Zaaien of scheuren. De stengels schieten op.
  • Mei: Eerste bloemen.
  • Juni: Volle bloei. Zweefvliegen, kevers en bijen op bezoek.
  • Juli: Na de bloei terugknippen of maaien.
  • Augustus: Tweede, kleinere bloei.
  • September: Bloemenweide nog eens maaien. Zaaien of scheuren.
  • Oktober: Zaaien. Groene rozetten.
  • December: Rust. De rozetten blijven groen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Leucanthemum komt van het Griekse leukos, ‘wit’, en anthemon, ‘bloem’.
  • Het bekende spelletje ‘hij houdt van mij, hij houdt niet van mij’ speel je door een voor een de witte straalbloemen van een margriet uit te trekken.
  • Een margriet is geen enkele bloem maar een hoofdje met vele kleine bloempjes: witte straalbloemen aan de rand en gele buisbloempjes in het hart.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…