Judasbaard (Saxifraga stolonifera)

Foto: Alpsdake, CC BY-SA 4.0 · bron

Vaste plant · Saxifragaceae

Judasbaard

Saxifraga stolonifera

In andere talen: Saxifrage stolonifère (Français) · Mother of thousands (English)

De judasbaard (Saxifraga stolonifera) komt uit Oost-Azië, onder meer uit China, Japan en Korea. Hij is een bekende kamerplant, maar staat in Vlaanderen ook buiten op een beschutte schaduwplek. De ronde, behaarde bladeren zijn bovenop zilvergeaderd en aan de onderkant roodachtig. Hij vormt lange, rode, draadvormige uitlopers met jonge plantjes, ongeveer zoals de aardbei. In juni–juli verschijnen luchtige pluimen van witte bloemen, waarvan de twee onderste kroonbladeren veel langer zijn dan de andere. Met een vorstgrens van ongeveer −15 °C is hij buiten alleen geschikt voor een beschutte plek.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Leem of klei

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    0,2 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril
Hoogte0,2 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–juli

Herkennen

Hoe herken je een judasbaard?

Groeivorm
Lage, mattenvormende plant van ongeveer 20 cm hoog en 40 cm breed, met lange rode uitlopers.
Blad
Rond, behaard, groen met zilverwitte nerven; de onderkant is roodachtig. Groenblijvend.
Bloem
Luchtige pluimen van witte bloemen met vijf kroonbladeren, waarvan de twee onderste veel langer zijn. Van juni tot juli.
Wortels
Ondiep. De jonge plantjes aan de uitlopers vormen vanzelf wortels waar ze de grond raken.

Bloei: juni–juli · Planten: april–mei en september · Snoeien: april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Mooie bodembedekker voor schaduw met rond, zilvergeaderd blad dat het hele jaar blijft zitten.
  • Draadvormige rode uitlopers met jonge plantjes geven een speelse, hangende look.
  • In juni–juli luchtige pluimen witte bloemen.
  • Ook als hangplant of kamerplant te gebruiken, op een lichte plek zonder volle zon.
  • Heel gemakkelijk te vermeerderen met de jonge plantjes aan de uitlopers.

Waar staat een judasbaard graag?

  • Halfschaduw, beschut tegen koude wind en vorst; in volle zon verbrandt het blad.
  • Humusrijke, vochthoudende grond: leem of klei, zuur tot neutraal.
  • Normaal vochtig; hij verdraagt geen langdurige droogte of natte voeten.
  • Reken op 30–40 cm per plant.
  • Binnen: een lichte plek zonder volle middagzon, bij kamertemperatuur of iets koeler, bijvoorbeeld in een hangpot.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Leem of klei
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
0,2 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Varens: Een frisse, groene onderbeplanting voor de schaduw.
  • Hosta: Groot blad dat contrasteert met de kleine ronde bladeren.
  • Purperklokje: Heuchera met gekleurd blad voor dezelfde halfschaduw.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een judasbaard?

Planten in april–mei en september.

  1. Plant buiten in april–mei of in september, als de kans op vorst voorbij is.
  2. Meng een paar scheppen compost of bladaarde door de grond van het plantgat.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
  4. Houd 30–40 cm tussen de planten; de uitlopers vullen de ruimte snel op.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
  6. Leg een laagje bladcompost rond de planten, maar laat de rozetten vrij.

Verzorgen

Water
Houd de grond gelijkmatig vochtig, niet nat. Binnen de potgrond licht vochtig houden en overtollig water uit het schoteltje halen.
Bemesten
Buiten volstaat een laagje compost in het voorjaar. Binnen in het groeiseizoen om de paar weken een beetje vloeibare plantenvoeding.
Mulchen
Een laagje bladcompost houdt de grond vochtig en beschermt in de winter tegen vorst.
Uitlopers
Laat ze hangen voor het effect of knip ze weg als de plant te ver woekert.
Verpotten
Binnen om de 1–2 jaar in het voorjaar een grotere pot met verse, goed doorlatende potgrond.

Tip: Plant hem op een beschutte schaduwplek of hang hem binnen op een lichte plek. Knip de uitlopers terug als hij te ver woekert en gebruik de jonge plantjes voor nieuwe planten.

Wanneer snoei je een judasbaard?

Snoeimaanden: april.

Wanneer: In april, als de kans op strenge vorst voorbij is.

Hoe:

  • Hij wordt nauwelijks gesnoeid: knip alleen beschadigd of bevroren blad en uitgebloeide bloemstengels weg.
  • Knip te lange uitlopers terug of schep de jonge plantjes op voor nieuwe planten.
  • Gebruik een scherpe schaar en ruim het snoeisel op.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Jonge plantjes aan de uitlopers
In mei–augustus de plantjes aan de rode uitlopers op vochtige potgrond vastpinnen; na enkele weken hebben ze wortels en kun je ze loskoppelen.
Delen
In april–mei de pol in stukken delen, elk met wortels en bladeren, en meteen herplanten.

Hoe komt een judasbaard de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Vorstgrens ongeveer −15 °C: buiten alleen op een beschutte plek, met een laag bladeren of compost over de pol.
  • Bij strenge vorst kan het blad bruin worden; hij loopt in het voorjaar vaak weer uit.
  • In een pot: zet hem voor de eerste strenge vorst binnen op een koele, lichte plek en geef weinig water.

Ziektes en plagen

  • Vorstschade: Bladeren worden bruin of zwart na strenge vorst. Knip ze in april weg; beschutting en een mulchlaag voorkomen het.
  • Slakken: Ze vreten het blad. Verzamel ze ’s avonds en bescherm de planten.
  • Spint en bladluis: Vooral binnen, in droge lucht: fijne webjes of kleverige scheuten. Spoel af met water en verhoog de luchtvochtigheid.
  • Rot door te veel water: De plant wordt zacht aan de voet. Geef minder water en zorg voor goede afwatering.

Het jaar rond

  • Maart: Binnen: verpotten indien nodig. Weinig water.
  • April: Opruimen en snoeien. Planten buiten als geen vorst meer komt.
  • Mei: Planten. Mulch aanbrengen. Letten op slakken.
  • Juni: Begin van de bloei. Uitlopers vastpinnen.
  • Juli: Bloei. Jonge plantjes loskoppelen.
  • Augustus: Water geven bij droogte.
  • September: Planten. Jonge plantjes verspreiden.
  • Oktober: Potten binnenhalen voor de eerste vorst.
  • November: Beschermlaag van bladeren of compost.
  • December: Rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In het Engels heet hij ook ‘strawberry begonia’, al is hij niet verwant aan aardbei of begonia.
  • Hij werd lang onder de naam Saxifraga sarmentosa verkocht; dat is een oudere naam voor dezelfde plant.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…