
Foto: Georg Slickers, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Canadese guldenroede
Solidago canadensis
In andere talen: Solidage du Canada (Français) · Canadian goldenrod (English)
De Canadese guldenroede komt uit Noord-Amerika en kwam in de 17e eeuw als sierplant naar Europa. Hij vormt dichte groepen van rechte, 1–1,5 m hoge stengels met smal blad, die van augustus tot oktober eindigen in grote, gebogen pluimen van piepkleine goudgele bloemetjes. Bijen, hommels en vlinders zijn er dol op, want hij bloeit laat in het seizoen en geeft veel nectar en stuifmeel. Maar hij is ook een invasieve exoot: met wortelstokken en duizenden pluizige zaden overwoekert hij bermen, braakliggende grond en natuurgebieden. Kies daarom liever de inheemse echte guldenroede; plant je hem toch, houd hem dan streng in de hand.
Let op: Invasieve exoot. De Canadese guldenroede verspreidt zich met wortelstokken en met duizenden pluizige zaden die ver wegwaaien. Hij vormt dichte, eentonige vlakken in bermen, op braakliggende grond en in natuurgebieden en verdringt daar de inheemse planten. Plant hem niet in de buurt van natuur, laat hem nooit zaad zetten en dump nooit tuinafval in de natuur.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 1 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Snoeimaanden | september–november |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Nee, een invasieve exoot |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een Canadese guldenroede?
- Groeivorm
- Dichte groepen van rechte, bovenaan vertakte stengels van 1–1,5 m, die zich met wortelstokken snel uitbreiden.
- Blad
- Smal lancetvormig, 5–15 cm, fijn gezaagd, met drie duidelijke nerven; de stengel is bovenaan behaard.
- Bloem
- Grote, piramidevormige pluimen met gebogen, eenzijdige zijtakken vol piepkleine goudgele bloemhoofdjes, van augustus tot oktober.
- Vrucht
- Kleine zaadjes met een pluisje die ver wegwaaien; één plant maakt er duizenden.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken die dichte, eentonige vlakken vormen en moeilijk te verwijderen zijn.
Bloei: augustus–oktober · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: september–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Late bloei van augustus tot oktober, als er weinig andere bloemen zijn.
- Een topplant voor bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders.
- Zeer sterk: groeit in zon en halfschaduw, op zand, leem en klei.
- De goudgele pluimen zijn mooi in een groot boeket.
- Maar: de inheemse echte guldenroede (Solidago virgaurea) is net zo waardevol voor insecten en verspreidt zich niet invasief.
Waar staat een Canadese guldenroede graag?
- Zon of halfschaduw; hij groeit bijna overal, ook op arme of verstoorde grond.
- Zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, droog tot normaal vochtig.
- Plant hem nooit bij een sloot, berm, houtkant of natuurgebied: van daaruit verspreidt hij zich verder.
- Alleen op een afgebakende plek: in een grote kuip of achter een wortelscherm van minstens 30 cm diep.
- Reken op 1 m ruimte per plant als je hem toch plant.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,5 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Hemelsleutel: Bloeit ook laat en trekt dezelfde bijen en vlinders aan.
- Rode zonnehoed: Roze naast goudgeel in de nazomer.
- Kogeldistel: Blauwe bollen als contrast bij de gele pluimen.
- Siergrassen: Luchtige pluimen die mooi blijven als de guldenroede is teruggeknipt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Canadese guldenroede?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Denk eerst na: de inheemse echte guldenroede is voor dezelfde plek een betere keuze.
- Plant je hem toch, doe het dan in maart–mei of in september–oktober.
- Graaf rond de plantplek een wortelscherm in van minstens 30 cm diep, of plant hem in een grote kuip op het terras.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Geef water bij het planten; daarna heeft hij nauwelijks zorg nodig.
Verzorgen
- Water
- Alleen de eerste weken na het planten. Daarna redt hij zich ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet doen: in rijke grond wordt hij nog hoger en breidt hij nog sneller uit.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip elke pluim weg zodra hij uitgebloeid is, nog voor er pluis verschijnt. Zo voorkom je dat hij zaad zet.
- Uitlopers
- Steek elk voorjaar de wortelstokken af die buiten de plantplek groeien en verwijder ze helemaal.
- Tuinafval
- Wortelstokken en zaadpluimen niet op de eigen composthoop en nooit in de natuur dumpen: ze slaan opnieuw aan. Geef ze mee met het restafval.
Tip: Kies voor dezelfde gele nazomerbloei liever de inheemse echte guldenroede. Plant je de Canadese toch, knip dan elke pluim weg zodra hij uitgebloeid is.
Wanneer snoei je een Canadese guldenroede?
Snoeimaanden: september–november.
Wanneer: Knip de pluimen in september–oktober weg zodra ze uitgebloeid zijn, nog voor de zaden rijp zijn. Knip daarna in oktober–november alle stengels tot de grond af.
Hoe:
- Knip uitgebloeide pluimen meteen af; wacht niet tot je pluis ziet.
- Knip na de bloei alle stengels tot net boven de grond af.
- Steek uitlopers buiten de plantplek af met een scherpe spade.
- Doe snoeiafval met zaad in een zak en geef het mee met het restafval.
Let op: Laat de pluimen niet als wintersieraad staan: de zaden waaien ver weg en kiemen in bermen en natuurgebieden.
Vermeerderen
- Scheuren
- Kan in het voorjaar met een spade, maar vermeerder hem liever niet en geef geen stukken weg. Wil je meer guldenroede, plant dan de inheemse echte guldenroede.
Hoe komt een Canadese guldenroede de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig.
- Knip de stengels na de bloei af in plaats van ze in de winter te laten staan, zodat er geen zaad verwaait.
- In een kuip overleeft hij de winter ook; een kuip is zelfs de veiligste manier om de wortelstokken in te perken.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Nieuwe scheuten verschijnen steeds verder van de plant. Plaats een wortelscherm, steek elk voorjaar de uitlopers af en verwijder ze met wortel en al.
- Zaailingen: Jonge plantjes duiken op in de tuin en in de buurt. Trek ze uit zolang ze klein zijn, met de wortels erbij.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer. Meestal onschuldig; zorg voor een luchtige plek en knip zwaar aangetaste stengels weg.
- Wegwerken: Wil je ervan af? Graaf alle wortelstokken uit en trek daarna een paar jaar lang elke nieuwe scheut uit, of maai grote vlakken twee keer per jaar, in mei en in augustus, voor hij bloeit. Chemie is niet nodig, wel geduld.
Het jaar rond
- Maart: Uitlopers buiten de plantplek afsteken.
- April: Zaailingen en losse scheuten uittrekken. Planten, liefst in een kuip.
- Mei: Planten, alleen in een kuip of achter een wortelscherm.
- Augustus: Begin van de bloei. Bijen en vlinders genieten ervan.
- September: Uitgebloeide pluimen wegknippen voor ze zaad zetten.
- Oktober: Laatste pluimen wegknippen. Stengels tot de grond terugknippen.
- November: Laatste stengels afknippen. Snoeiafval met het restafval meegeven.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De late guldenroede (Solidago gigantea) lijkt sterk op hem en is ook invasief. Je ziet het verschil aan de stengel: bij de Canadese is die bovenaan behaard, bij de late kaal en vaak blauwig berijpt.
- Het stuifmeel van guldenroede is zwaar en kleverig en wordt door insecten verspreid, niet door de wind.
- Een hele groep stengels is vaak één en dezelfde plant: alle scheuten hangen onder de grond samen via wortelstokken.