
Foto: Bernd Haynold, CC BY-SA 2.5 · bron
Vaste plant · Crassulaceae
Hemelsleutel
Hylotelephium telephium
In andere talen: Orpin reprise (Français) · Orpine (English)
De hemelsleutel is een inheemse vetplant die vroeger Sedum telephium heette. In het wild groeit hij op droge, zonnige plekken: op rotsen, in bermen, op taluds en aan bosranden. Uit een pol vlezige, grijsgroene bladeren groeien rechtopstaande stengels met van augustus tot oktober platte schermen van kleine roze tot purperrode sterretjes. Bijen, hommels en vlinders vliegen er in de nazomer graag op af. Er zijn ook rassen met purperrood tot bijna zwart blad, zoals ‘Purple Emperor’, en de droge bloemhoofden blijven de hele winter mooi.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Snoeimaanden | maart en mei |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een hemelsleutel?
- Groeivorm
- Rechtopstaande pol van ongeveer 60 cm hoog en 45 cm breed, met stevige, onvertakte stengels.
- Blad
- Vlezig, ovaal en getand, grijsgroen tot purperrood naargelang het ras. Het slaat water op, zodat de plant droogte goed doorstaat.
- Bloem
- Kleine stervormige bloempjes in dichte, platte schermen, roze tot purperrood, van augustus tot oktober.
- Wintersilhouet
- De bloemhoofden verdrogen tot roestbruine schermen die tot het voorjaar blijven staan.
- Wortels
- Vlezige, knolachtige wortels; in het voorjaar verschijnen aan de voet nieuwe, compacte scheuten.
Bloei: augustus–oktober · Planten: maart–mei en september · Snoeien: maart en mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de laatste bloeiers voor bijen en vlinders, van augustus tot oktober.
- Inheems en zeer droogtebestendig: ideaal voor een zonnige, schrale plek of een grindtuin.
- Het vlezige, grijsgroene of purperen blad is van het voorjaar tot de herfst mooi.
- De bruine bloemhoofden blijven in de winter staan en vangen rijp en sneeuw.
- Weinig werk: geen water, geen mest en één snoeibeurt per jaar.
Waar staat een hemelsleutel graag?
- Volle zon: in de schaduw worden de stengels slap en bloeit hij minder.
- Schrale, goed doorlatende zand- of leemgrond; zuur, neutraal of kalkrijk maakt niet uit.
- Droog tot gewoon vochtig. Op rijke of natte grond valt hij open of rot hij.
- Mooi in een grindtuin, een rotstuin, op een talud of vooraan in een zonnige border, en ook in een pot.
- Reken op 40–45 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Siergrassen: Fijne halmen naast de vlezige bladeren, en samen mooi in de winter.
- Rode zonnehoed: Bloeit in dezelfde periode en lokt ook vlinders.
- Kattenkruid: Een blauwe voet in de zomer, voor de hemelsleutel bloeit.
- Herfstaster: Paarse en blauwe sterren naast de roze schermen in september.
- Tijm: Een lage, geurige bodembedekker voor een droge, zonnige rand.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hemelsleutel?
Planten in maart–mei en september.
- Plant in maart–mei of in september, als de grond niet nat is.
- Graaf een plantgat iets groter dan de pot; meng op zware grond wat grof zand of grind door de grond.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 40–45 cm afstand; in een groep van drie of vijf komt hij het best tot zijn recht.
- Geef bij het planten goed water en de eerste weken bij droogte.
- Doe geen compost of mest in het plantgat; een mulch van grind mag wel.
Verzorgen
- Water
- Alleen de eerste weken na het planten. Daarna overleeft hij droge zomers zonder hulp; in een pot af en toe water.
- Bemesten
- Niet doen: mest geeft slappe stengels die openvallen.
- Inknippen
- Knip eind mei de stengels half in voor een compactere plant (zie snoeien).
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan: ze sieren de winterborder en beschermen de jonge scheuten aan de voet.
- Scheuren
- Om de vier à vijf jaar, als de pol in het midden openvalt of kaal wordt.
Tip: Knip eind mei de stengels met de helft in: de plant blijft compact en valt niet open. Laat de bloemhoofden de hele winter staan en knip pas in maart af.
Wanneer snoei je een hemelsleutel?
Snoeimaanden: maart en mei.
Wanneer: In maart de oude bloemstengels afknippen, en eind mei de nieuwe stengels inknippen voor een compactere plant.
Hoe:
- Knip in maart de droge stengels van vorig jaar af, vlak boven de nieuwe scheuten aan de voet. Spaar die scheuten.
- Knip eind mei de stengels met de helft in: de plant blijft lager, staat steviger en bloeit iets later met meer, kleinere schermen.
- Wil je de bloei spreiden, knip dan maar de helft van de stengels in.
- Na de bloei hoef je niets te doen: laat de bloemhoofden staan.
Let op: Knip de oude stengels niet in de herfst af: ze beschermen de nieuwe scheuten en zijn een wintersieraad.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april, als de nieuwe scheuten verschijnen. Steek de pol in stukken met elk enkele scheuten en wortels en plant ze meteen uit.
- Stekken
- In mei–juli stekken van 8–10 cm van niet-bloeiende scheuten. Laat ze een dag drogen en stop ze in zanderige grond; ze wortelen snel.
- Bladstekken
- Zelfs een los blad kan op vochtige, zanderige grond wortels en een nieuwe scheut maken, al gaat dat trager.
Hoe komt een hemelsleutel de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: bescherming is niet nodig.
- Natte, zware grond in de winter is het grootste gevaar: de wortels kunnen dan rotten.
- Laat de droge stengels tot maart staan; ze zijn mooi met rijp en beschermen de knoppen aan de voet.
- In een pot: zet hem tegen een muur en zorg dat overtollig water weg kan.
Ziektes en plagen
- Openvallen: De stengels vallen naar buiten open en het midden is leeg. Oorzaak: te rijke grond, te veel water of schaduw. Knip eind mei in en geef geen mest.
- Slakken: Eten in het voorjaar aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds weg of leg een rand van grind.
- Taxuskever: De larven vreten aan de wortels, vooral in potten: de plant verwelkt en laat los. Gebruik aaltjes tegen de larven, in het voorjaar of de late zomer.
- Rot: Zachte, bruine stengelvoeten in natte grond. Verplant naar een drogere, zonnigere plek.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen boven de nieuwe scheuten. Scheuren en planten.
- April: Planten. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
- Mei: Planten. Eind mei de stengels half inknippen.
- Juni: Stekken nemen van niet-bloeiende scheuten.
- Juli: Weinig werk. Alleen jonge planten en potten water geven bij droogte.
- Augustus: Begin van de bloei: bijen en vlinders op de schermen.
- September: Volle bloei. Planten kan nog.
- Oktober: Einde van de bloei; de schermen kleuren roestbruin.
- November: Bloemhoofden laten staan voor de winter.
- December: Rust. De droge schermen sieren de tuin.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een afgesneden stengel blijft lang fris en kan zelfs nog wortels maken; daarom werd hij in het Engels vroeger ook livelong genoemd.
- De vlezige bladeren slaan water op; daardoor overleeft hij lange droogte, zelfs op een muur of tussen stenen.
- In de bergen eten de rupsen van de zeldzame apollovlinder onder meer van vetkruiden zoals de hemelsleutel.