Foto: Daderot, Public domain · bron
Siergras · Poaceae
Sporobolus heterolepis
In andere talen: Prairie dropseed (English)
Sporobolus heterolepis, in het Engels prairie dropseed, is een fijn siergras uit de prairies van Noord-Amerika. Het vormt een bolvormige, fonteinvormige pol van haarfijn, helder groen blad, ongeveer 60 cm hoog en breed. In augustus en september verschijnen ijle pluimen op dunne stengels boven het blad, met een zachte, zoete geur die sommigen aan koriander doen denken. In de herfst kleurt het blad oranje tot koperbruin en in de winter bleekt het tot strogeel. Het groeit traag, maar wordt met de jaren een stevige, langlevende plant.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
augustus–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–september |
Herkennen
Hoe herken je een Sporobolus heterolepis?
- Groeivorm
- Bolvormige, fonteinvormige pol van ongeveer 60 cm hoog en breed, die langzaam in doorsnede toeneemt.
- Blad
- Haarfijn, helder groen en glanzend; in de herfst oranje tot koperbruin, in de winter strogeel.
- Bloem
- Ijle pluimen op dunne stengels boven het blad, in augustus–september, lichtroze tot bruin.
- Geur
- De pluimen ruiken zacht en zoet; sommigen herkennen er koriander in.
- Wortels
- Diep en vezelig: de plant staat stevig en overbrugt droogte, maar is slecht te verplanten.
Bloei: augustus–september · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Fijn, fonteinvormig blad dat een zachte, rustige structuur geeft in een border of grindtuin.
- Geurende pluimen in de nazomer: een bijzondere, zoete geur die je vooral van dichtbij ruikt.
- Mooie herfstkleur, oranje tot koperbruin, en strogeel blad in de winter.
- Droogtebestendig en bestand tegen arme grond en zware klei.
- Weinig werk: één snoeibeurt per jaar en meestal geen water of mest nodig.
Waar staat een Sporobolus heterolepis graag?
- Volle zon: in de schaduw wordt de pol slap en bloeit hij schaars.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Verdraagt arme grond; op rijke grond groeit hij te zacht.
- Droog tot normaal vochtig: eenmaal ingeworteld redt hij zich bij droogte.
- Kies meteen de definitieve plek: de diepe wortels willen niet verhuizen.
- Reken op 40–60 cm tussen de planten; in groepen vormt hij een zachte, golvende vlakte.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Rode zonnehoed: Roze bloemen boven het fijne blad, in dezelfde zonnige zomer.
- Herfstaster: Paarse of roze sterren in de herfst, als het gras oranje kleurt.
- Hemelsleutel: Vlezige planten die in de nazomer bloeien en dezelfde droge zon willen.
- Kattenkruid: Blauwpaarse bloemen vroeger in de zomer; zelfde droge plek.
- Salie: Paarse bloemspitsen met een mooie, rechte vorm naast de zachte pol.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Sporobolus heterolepis?
Planten in april–mei.
- Plant in april of mei, als de grond is opgewarmd en de plant snel kan aanslaan.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit. Op zware klei mag je wat grof zand of grind door de grond mengen.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Laat 40–60 cm tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en daarna het eerste jaar wekelijks bij droogte.
- Leg een dun laagje grind of grof compost rond de plant, zonder het hart te bedekken.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar wekelijks bij droogte. Daarna redt hij zich, ook in een droge zomer.
- Bemesten
- Niet nodig: op arme grond groeit hij het mooist. Te veel voeding geeft zachte, slappe pollen.
- Onkruid
- Houd jonge planten onkruidvrij: ze groeien traag en worden gemakkelijk overwoekerd.
- Opruimen
- Laat de pollen in de winter staan en knip ze in maart terug.
- Verplanten
- Vermijd het: de diepe wortels herstellen traag. Kies liever meteen de goede plek.
Tip: Kies meteen de definitieve plek en geef hem tijd: hij groeit traag, maar wordt een langlevende, stevige pol. Ruik aan de pluimen in de nazomer, want de geur is het mooist van dichtbij.
Wanneer snoei je een Sporobolus heterolepis?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Knip alle bladeren en stengels terug tot ongeveer 8–10 cm boven de grond.
- Bind de pol eerst met een touw bij elkaar: dat maakt het opruimen makkelijk.
- Het afgeknipte materiaal kan op de composthoop.
- Op een kleine plek kun je de pol ook gewoon uitkammen met je vingers.
Let op: Knip niet in de herfst: het strogele blad geeft structuur in de winter en beschermt de voet tegen vocht en vorst.
Vermeerderen
- Zaaien
- In oktober–november buiten in een zaaibak zaaien: de winterkou helpt het zaad kiemen. Kieming is traag en ongelijk, dus geduld is nodig; zaailingen groeien in het begin langzaam.
- Delen
- Kan in het voorjaar, maar de pol is taai en de wortels diep. Doe het enkel als het echt nodig is, met een scherpe spade.
Hoe komt een Sporobolus heterolepis de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is bescherming niet nodig.
- Laat de pollen staan tot maart: het strogele blad met rijp erop is mooi.
- In een pot: gebruik een grote pot van minstens 30 cm met drainage, zet hem tegen een beschutte muur en wikkel hem bij strenge vorst in jute.
Ziektes en plagen
- Trage groei: Normaal: het duurt enkele jaren voor de pol zijn volle omvang bereikt. Geduld en niet bemesten.
- Slappe, open pol: Door schaduw of te rijke grond. Verplaats naar volle zon en geef geen mest.
- Wegrotten in de winter: Op natte, zware klei kan de pol wegrotten. Meng grof zand door de grond of plant op een verhoging.
- Overwoekering door onkruid: Jonge pollen groeien traag en worden overwoekerd. Haal onkruid regelmatig weg en mulch met grind.
Het jaar rond
- Maart: Alle pollen terugknippen tot 8–10 cm.
- April: Planten. Nog weinig te zien: het gras loopt laat uit.
- Mei: Planten. Nieuwe, heldergroene scheuten.
- Juni: Rustige groei. Het eerste jaar wekelijks water bij droogte.
- Juli: De fonteinvormige pol staat op volle sterkte.
- Augustus: Begin van de bloei met ijle, geurende pluimen.
- September: Bloei. Het blad begint te kleuren.
- Oktober: Herfstkleur oranje tot koperbruin.
- November: Pollen laten staan.
- December: Rust. Het strogele blad geeft structuur.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam ‘dropseed’ verwijst naar de zaden, die bij rijping gemakkelijk uit de pluim op de grond vallen.
- De soortnaam heterolepis betekent ‘met ongelijke schubben’, naar de verschillende grootte van de kafjes.
- In het wild is hij zeldzaam geworden doordat een groot deel van de oorspronkelijke prairie is verdwenen.