
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Araceae
Syngonium
Syngonium podophyllum
In andere talen: Arrowhead plant (English)
De syngonium komt uit de tropische bossen van Midden- en Zuid-Amerika, van Mexico tot Bolivia, waar hij als klimplant tegen boomstammen omhoog groeit. Als kamerplant is hij bekend om zijn pijlvormige bladeren, vaak getekend in crème, lichtgroen of roze. Jonge planten blijven compact, maar oudere planten gaan klimmen of hangen en krijgen dan groter, diep ingesneden blad. Hij is makkelijk, groeit snel en verdraagt een plek met weinig licht. Bekend is het ras ‘White Butterfly’, met lichtgroen tot crèmewit blad; er zijn ook rassen met roze blad. Alle delen zijn giftig.
Let op: Alle delen zijn giftig. Het melksap bevat naaldvormige kristallen van calciumoxalaat die bij kauwen of inslikken een pijnlijke, gezwollen mond en keel veroorzaken en die huid en ogen irriteren. Houd hem buiten bereik van kinderen, katten en honden, draag handschoenen bij het snoeien en stekken, en was daarna je handen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 12 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,5 m breed
| Snoeimaanden | maart–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een syngonium?
- Groeivorm
- Eerst een compacte, rechtopgaande plant; ouder klimmend of hangend, met ranken tot 1 m of meer.
- Blad
- Jong pijlvormig, 8–15 cm, vaak met crème, lichtgroene of roze tekening; aan klimmende ranken groter en diep ingesneden in vijf of meer lobben.
- Stengels
- Groen en buigzaam, met luchtwortels aan de knopen waarmee hij zich vasthecht.
- Sap
- Melkachtig; bevat naaldvormige kristallen van calciumoxalaat die huid, ogen en mond irriteren.
- Bloem
- Binnen vrijwel nooit: een kolf met een groenig tot roomwit schutblad, typisch voor de aronskelkfamilie.
Planten: maart–mei · Snoeien: maart–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een makkelijke, snelle groeier die het ook goed doet een eind van het raam.
- Mooi getekend, pijlvormig blad in groen, crème of roze, het hele jaar door.
- Veelzijdig: compact in een pot, hangend in een mand of klimmend tegen een mosstok.
- Zeer makkelijk te stekken, zelfs in een glas water.
- Verdraagt halfschaduw en schaduw, waar veel andere kamerplanten het moeilijk hebben.
Waar staat een syngonium graag?
- Halfschaduw tot schaduw, zonder directe zon: felle zon verbrandt het blad.
- Bonte en roze rassen willen iets meer licht, anders vervaagt de tekening.
- Warm: 18–26 °C, nooit onder 12 °C. Geen koude tocht.
- Vrij vochtige lucht; een lichte badkamer of een groep planten helpt.
- Buiten bereik van kinderen, katten en honden, ook de hangende ranken.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 1 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 12 °C
Mooi samen met
- Pothos: Een andere makkelijke klimmer of hanger uit dezelfde familie, voor dezelfde halfschaduw.
- Philodendron: Ook een klimmende aronskelkachtige; samen tegen mosstokken vormen ze een groene hoek.
- Calathea: Getekend blad dat dezelfde warmte, vochtige lucht en schaduw vraagt.
- Mozaïekplant: Een laag plantje met fijn generfd blad voor de voet van een groepje kamerplanten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een syngonium?
Planten in maart–mei.
- Verpot in maart–mei, om de 1–2 jaar of als de wortels de pot vullen.
- Kies een pot die 2–4 cm breder is, met een gat in de bodem.
- Gebruik luchtige potgrond voor kamerplanten, gemengd met wat perliet of fijne schors.
- Wil je hem laten klimmen, zet dan bij het verpotten meteen een mosstok of kokosstok in de pot.
- Zet de plant even diep als voordien, druk licht aan en geef water tot het uit de bodem loopt.
- Draag handschoenen: het sap irriteert de huid.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond licht vochtig: geef water als de bovenste 2 cm droog aanvoelt. Laat geen water in de schotel staan. In de winter minder.
- Luchtvochtigheid
- Zet de pot op een schaal met kiezels en water of tussen andere planten. Vernevelen mag.
- Bemesten
- Van april tot september om de 2 weken kamerplantenvoeding op halve sterkte.
- Steun
- Een mosstok die je vochtig houdt, geeft de luchtwortels houvast; dan wordt het blad groter.
- Verpotten
- Om de 1–2 jaar in het voorjaar, in een iets grotere pot.
Tip: Wil je de mooie pijlvormige bladeren houden, knip dan geregeld de klimmende ranken weg: zo blijft de plant jong en compact. Van de ranken maak je in een glas water makkelijk nieuwe planten.
Wanneer snoei je een syngonium?
Snoeimaanden: maart–augustus.
Wanneer: Van maart tot augustus, als de ranken te lang worden of als je hem compact wil houden.
Hoe:
- Knip lange ranken terug tot net boven een knoop; daar lopen nieuwe scheuten uit en wordt de plant voller.
- Knip regelmatig terug als je de jonge, pijlvormige bladeren wil houden.
- Haal gele of beschadigde bladeren weg aan de voet van de steel.
- Gebruik de afgeknipte ranken als stek.
Let op: Draag handschoenen bij het snoeien en raak je ogen niet aan: het melksap irriteert huid, ogen en mond.
Vermeerderen
- Stengelstekken
- Van april tot augustus stukken rank van 10–15 cm met minstens één knop en een luchtwortel afknippen. In een glas water of in vochtige stekgrond zetten, op een warme, lichte plek. Na 2–4 weken wortels.
- Scheuren
- Bij het verpotten een grote plant in stukken met elk eigen wortels en scheuten verdelen.
Hoe komt een syngonium de winter door?
- Het hele jaar binnen: hij verdraagt geen vorst en lijdt al onder 12 °C.
- Geef in de winter minder water en geen voeding; laat de bovenste laag wat meer opdrogen.
- Zet hem iets lichter, weg van koude ruiten, tocht en hete radiators.
- Verhoog de luchtvochtigheid tegen de droge lucht van de verwarming.
Ziektes en plagen
- Spint: Fijne lichte stipjes en spinsels op het blad, vooral bij droge lucht. Spoel de plant af onder de douche en verhoog de luchtvochtigheid.
- Wolluis: Witte, wollige pluisjes in de bladoksels. Verwijder ze met een wattenstaafje met wat alcohol.
- Gele bladeren: Meestal door te veel water of een te koude plek. Laat de grond tussendoor iets opdrogen.
- Bruine bladranden: Door droge lucht of onregelmatig water geven. Verhoog de luchtvochtigheid en geef regelmatiger water.
- Lange, kale ranken: Te weinig licht. Zet hem lichter en knip de ranken terug.
Het jaar rond
- Januari: Minder water, geen voeding. Lichte plek zonder tocht.
- Maart: Verpotten. Lange ranken terugknippen.
- April: Verpotten of snoeien. Weer om de 2 weken bemesten. Stekken nemen.
- Mei: Bemesten. Stekken nemen. Mosstok plaatsen als hij moet klimmen.
- Juni: Bemesten. Ranken terugknippen als hij compact moet blijven.
- Juli: Bemesten. Letten op spint bij warm weer.
- Augustus: Bemesten. Laatste keer snoeien en stekken.
- September: Laatste voeding.
- Oktober: Minder water geven.
- December: Weinig water. Luchtvochtigheid verhogen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze kamerplanten uit de aronskelkfamilie zijn giftig: het sap zit vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen meteen een brandende pijn en zwelling van lippen, mond en keel geven, met kwijlen en soms braken. Het meeste risico lopen katten, die graag aan hangende ranken en blad knabbelen, honden en jonge kinderen die op de vloer spelen. Hang klimmers en hangplanten buiten hun bereik, ruim afgeknipte ranken en stekjes meteen op en zet een glas met stekjes in water niet waar een kat eruit drinkt. Draag handschoenen bij het snoeien en verpotten, wrijf niet in je ogen en was daarna je handen. Kwijlt je kat of hond of zwelt zijn bek op, bel dan je dierenarts. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Jonge planten hebben pijlvormig blad. Als de plant gaat klimmen, wordt het blad groter en diep ingesneden, zodat hij er bijna als een andere plant uitziet.
- In warme streken zoals Florida is hij uit tuinen ontsnapt en geldt hij in de natuur als een invasieve plant.
- Hij hoort bij de aronskelkfamilie, net als de gatenplant, de philodendron en de dieffenbachia.