
Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Lamiaceae
Struikgamander
Teucrium fruticans
In andere talen: Germandrée arbustive (Français) · Tree germander (English)
De struikgamander is een wintergroene struik uit het westelijke Middellandse Zeegebied, verwant aan de lage echte gamander. Hij vormt een losse, brede bol met zilvergrijs blad en witviltige stengels. Van mei tot september zitten er lichtblauwe lipbloemen aan de uiteinden van de takken, die bijen aantrekken. Het ras ‘Azureum’ heeft een dieper blauwe bloem. De plant houdt van warmte, droge kalkrijke grond en zilte lucht, maar is slechts winterhard tot ongeveer −10 °C en vraagt in ons klimaat een beschutte plek.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
1 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
mei–september
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–september |
Herkennen
Hoe herken je een struikgamander?
- Groeivorm
- Losse, brede struik van ongeveer 1 m hoog en 1,5 m breed, met dunne, overhangende takken.
- Blad
- Eirond, bovenop grijsgroen en onderaan wit viltig; het hele jaar aan de plant.
- Stengels
- Jonge takken zijn wit viltig en lichten op tegen het donkere hout van oudere stammetjes.
- Bloem
- Lichtblauwe lipbloemen aan de top van de scheuten, van mei tot september.
- Wortels
- Diep en vertakt; hij wortelt goed door in doorlatende grond, maar verdraagt geen natte voeten.
Bloei: mei–september · Planten: april–mei · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het zilvergrijze, wintergroene blad geeft het hele jaar kleur en rust in de border.
- Lichtblauwe bloemen van mei tot september, een lange bloeiperiode voor een struik.
- Trekt bijen aan en geeft in de zomer veel leven in een droge tuin.
- Droogtebestendig en tevreden op arme, kalkrijke grond; ook aan zee, waar zilte wind hem weinig deert.
- Goed te scheren als lage, informele haag of als bol.
Waar staat een struikgamander graag?
- Volle zon en warmte: een plek voor een zuidmuur of beschutte hoek is ideaal.
- Droge, goed doorlatende grond: zand, leem of lichte klei, neutraal tot kalkrijk.
- Natte grond in de winter is fataal: zorg voor goede afwatering.
- Beschut tegen koude oostenwind en strenge vorst; zilte kustwind verdraagt hij wel.
- Reken op 1–1,5 m ruimte per plant; als lage haag op 60–80 cm.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 1 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -10 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Lavendel: Zelfde zonnige, droge plek; paarse bloemen naast lichtblauwe.
- Rozemarijn: Mediterrane struik met blauwe bloemen die dezelfde grond waardeert.
- Cistus (zonneroos): Een grotere struik met grote bloemen op dezelfde droge plek.
- Schapengras: Fijn blauwgrijs gras tussen de zilvergrijze struiken.
- Salie: Grijsgroen blad en blauwpaarse bloemen, ook een bijenplant.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een struikgamander?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, als de grootste vorst voorbij is, zodat de plant tot de winter goed kan wortelen.
- Graaf een plantgat dubbel zo breed als de kluit; meng op zware grond zand of fijn grind door de aarde.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond stevig aan.
- Plant een haag op 60–80 cm uit elkaar, een losse struik op 1–1,5 m.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar bij droogte licht vochtig.
- Leg een laag grind of split rond de voet in plaats van compost; zet de plant in het najaar niet te nat.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte, daarna bijna nooit meer. Liever zelden en flink dan vaak en een beetje.
- Bemesten
- Bijna niet nodig. Op arme grond volstaat in april een handvol organische mest.
- Mulchen
- Grind of split houdt de hals droog; geen compost of bladeren die vocht vasthouden.
- Vorstbescherming
- In het najaar bladeren of stro rond de voet en bij strenge vorst een vliesdoek om de takken.
- Uitgebloeide bloemen
- Verwijderen hoeft niet; knip alleen weg wat er slordig uitziet bij het scheren.
Tip: Plant hem aan een beschutte zuidmuur of aan de kust, op doorlatende grond. In het binnenland is een laag bladeren rond de voet in oktober en een vliesdoek bij strenge vorst een goede verzekering.
Wanneer snoei je een struikgamander?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, als de vorstkans voorbij is en de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Scheer de plant of haag licht bij, tot ongeveer een derde van de jonge scheuten.
- Knip dode en door vorst beschadigde takken terug tot op gezond hout, dat vaak pas in mei goed zichtbaar is.
- Houd de voet iets breder dan de top, zodat er onderaan licht blijft komen.
- Een oude, kale plant verjong je door een paar jaar achter elkaar iets dieper te snoeien.
Let op: Snoei niet in de herfst: dat lokt zachte scheuten uit die bij de eerste vorst bevriezen. Snoei ook niet diep in oud, kaal hout.
Vermeerderen
- Half verhoute stekken
- In juli–augustus stekken van 8–10 cm in zandige stekgrond, onder plastic of in een kweekbak. Overwinter ze vorstvrij.
- Zaaien
- In het voorjaar in een zandige zaaigrond, binnen of in een koude bak; de zaailingen zijn niet altijd identiek aan de ouderplant.
Hoe komt een struikgamander de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- Matig winterhard, tot ongeveer −10 °C: in kustgebieden en aan een beschutte zuidmuur vaak prima, in het binnenland riskeer je in strenge winters schade.
- Bescherm de voet met een laag bladeren of stro en wikkel jonge planten in een winterdoek bij strenge vorst.
- In een pot: zet hem in de winter in een licht, vorstvrij en droog lokaal en geef nauwelijks water.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Het blad wordt bruin en de takken sterven af na een strenge winter. Wacht tot mei, knip dan terug tot gezond hout; vaak loopt de plant uit de voet weer uit.
- Wortelrot: De plant kwijnt na een natte periode. Verbeter de afwatering, geef niet te veel water en plant op een verhoogde plek.
- Slappe, kale groei: Te veel schaduw of te veel mest. Meer zon, minder voeding en jaarlijks licht scheren.
- Bladluis: Soms op jonge scheuten. Afspuiten met water of laten opruimen door lieveheersbeestjes volstaat meestal.
Het jaar rond
- April: Planten. Licht scheren. Door vorst beschadigde takken pas laten staan tot ze goed zichtbaar zijn.
- Mei: Planten. Begin van de bloei. Vorstschade weg knippen.
- Juni: Bloei. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juli: Bloei, veel bijen. Half verhoute stekken nemen.
- Augustus: Bloei. Stekken nemen.
- September: Laatste bloei.
- Oktober: Voet beschermen met bladeren of stro.
- November: Potten vorstvrij zetten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam fruticans betekent ‘struikachtig’ in het Latijn, ter onderscheiding van de lage echte gamander.
- De witviltige stengels en bladonderkanten zijn typisch voor veel mediterrane planten: de fijne haartjes beperken de verdamping.
- Het ras ‘Azureum’ is bekend om zijn dieper blauwe bloemen.