
Foto: Franz Xaver, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Scrophulariaceae
Paarse toorts
Verbascum phoeniceum
In andere talen: Molène de Phénicie (Français) · Purple mullein (English)
De paarse toorts komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en West-Azië, waar hij op droge, zonnige hellingen en steppen groeit. Hij vormt een vlakke rozet van donkergroene, licht behaarde bladeren, waaruit van mei tot juli slanke, bijna kale bloemaren van 60–80 cm omhoogschieten. De bloemen zijn paars, roze of wit, met paarse, harige meeldraden. Het is een kortlevende vaste plant die vaak maar twee of drie jaar blijft, maar zich vrij uitzaait. Hij is ideaal voor een grindtuin, een rotstuin of een zonnige, droge border.
Let op: Zaait zich gemakkelijk uit: knip de uitgebloeide aren tijdig als je niet overal zaailingen wilt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Paarse toorts?
- Groeivorm
- Kortlevende vaste plant of tweejarige van 60–80 cm hoog en 30 cm breed, met een vlakke bladrozet en rechte, bijna onvertakte bloemaren.
- Blad
- Eirond tot langwerpig, 10–20 cm, donkergroen, licht behaard, met een gegolfde of gekartelde rand; vooral in een rozet aan de voet.
- Bloem
- Bloemen van 2–3 cm in losse, slanke aren, van mei tot juli.
- Kleur
- Paars, roze of wit, met paarse, harige meeldraden.
- Wortels
- Diepe penwortel: hij verdraagt droogte, maar niet goed verplanten.
Bloei: mei–juli · Zaaien: maart–juni · Planten: maart–mei en september · Snoeien: juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Slanke, bloemrijke aren in paars, roze of wit van mei tot juli, een lichte, luchtige verschijning.
- Droogtebestendig en geschikt voor arme, droge grond waar weinig andere planten gedijen.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen voor het stuifmeel.
- Zaait zich uit: zo blijft er elk jaar nieuwe aanplant, ook als de moederplant verdwijnt.
- Weinig onderhoud: geen bemesting, nauwelijks water.
Waar staat een Paarse toorts graag?
- Volle zon: hoe zonniger, hoe steviger de bloemaren.
- Goed doorlatende, droge tot droge-normale grond: zand of leem, arm tot matig voedselrijk; ook kalkrijk.
- Houdt niet van natte voeten, vooral niet in de winter.
- Reken op 30 cm ruimte per plant, op arme, grindrijke grond.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Geurende, zilvergrijze struikjes die dezelfde droge zon verdragen.
- Duizendblad: Vlakke schermen in geel of wit tegenover de rechte aren.
- Vedergras: Fijne grassen zorgen voor een natuurlijke, losse sfeer.
- Stokroos: Ook kortlevend en zelfzaaiend, met hoge bloemtorens in dezelfde periode.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Paarse toorts?
Planten in maart–mei en september.
- Plant in maart–mei of in september, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat dat even breed is als de kluit; verbeter zware klei met grof zand of grind.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de rozet net boven het grondoppervlak.
- Plant op 30 cm afstand van de buren.
- Geef na het planten even water, daarna alleen bij langdurige droogte in het eerste jaar.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden nodig. Geef enkel water bij langdurige droogte in het eerste jaar.
- Bemesten
- Niet doen: op arme grond blijft hij compact en bloeit hij rijker.
- Mulchen
- Een laagje grind of fijn steenslag houdt de rozet droog; laat het hart van de plant vrij.
- Steun
- Op een beschutte, rijkere plek kan een hoge aar omwaaien; een stok biedt dan steun.
- Uitzaaien
- Laat enkele stengels in zaad staan als je nieuwe planten wilt.
Tip: Laat hem uitzaaien in grind of droge grond: zo blijft er elk jaar een nieuwe groep. Knip na de eerste bloei de aren terug voor een tweede, kleinere bloei.
Wanneer snoei je een Paarse toorts?
Snoeimaanden: juli.
Wanneer: Na de eerste bloei, in juli, en een opruimbeurt in februari–maart.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide aren terug tot net boven de rozet of onder de laagste bloem; zijscheuten bloeien vaak nog na.
- Laat enkele aren staan als je zaad wilt.
- Ruim de dode stengels op in het late voorjaar.
Let op: Hij zaait zich gemakkelijk uit en kruist met andere toortsen: knip de aren voor het zaad rijp is als je geen zaailingen wilt.
Vermeerderen
- Zaaien binnen
- In maart–april in zaaitrays bij 15–18 °C, zaad ondiep afdekken; verspenen en na de ijsheiligen (mei) uitplanten. Bloeit meestal in het tweede jaar.
- Zaaien buiten
- In mei–juni op de definitieve plek, dun uitgestrooid en licht aangedrukt; zaailingen uitdunnen of voorzichtig verplanten.
- Wortelstekken
- In december–februari stukken wortel van 5 cm horizontaal in potgrond leggen; in het voorjaar lopen nieuwe plantjes uit.
Hoe komt een Paarse toorts de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
- Natte winters op zware klei zijn het grootste risico: zorg voor goede drainage, dan overleeft de rozet.
- In een pot: gebruik grond met veel grof zand en zet de pot niet in een natte hoek.
Ziektes en plagen
- Slakken: Aangevreten rozetten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op en strooi grof zand of grind rond de plant.
- Wortelrot: Slappe, bruine rozet in natte grond, vooral in de winter. Plant op een droge plek of verbeter de drainage.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad bij vochtig, benauwd weer. Zorg voor ruimte en verwijder aangetast blad.
- Rupsen: Geel met zwarte rupsen van een nachtvlinder (Cucullia verbasci) kunnen het blad kaalvreten. Meestal te tolereren; met de hand verwijderen kan.
Het jaar rond
- Februari: Opruimen van dode stengels.
- Maart: Binnen zaaien. Planten.
- April: Binnen zaaien. Planten.
- Mei: Buiten zaaien. Planten. Begin van de bloei.
- Juni: Volle bloei. Buiten zaaien.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide aren terugknippen.
- Augustus: Mogelijke tweede bloei. Zaad oogsten.
- September: Planten. Zaailingen verplanten.
- Oktober: Rozet blijft groen; niets doen.
- December: Wortelstekken nemen (december–februari).
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam phoeniceum betekent ‘purperrood’, naar de kleur van de bloemen.
- Toortsen kruisen gemakkelijk met elkaar, daarom lijken zaailingen vaak niet op de moederplant.
- De bloemen in de aar gaan van onder naar boven open, zodat één aar weken in bloei kan blijven.