
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5 · bron
Kamerplant · Zamiaceae
Zamia
Zamia furfuracea
In andere talen: Cardboard palm (English)
De Zamia, ook kartonpalm genoemd, komt uit het oosten van Mexico, waar hij op zandige grond en kalkrotsen langs de kust groeit. Ondanks de naam is het geen palm maar een cycade, een oude plantengroep die al bestond in de tijd van de dinosauriërs. Hij vormt een ronde kroon van stijve, leerachtige, geveerde bladeren op een dikke, deels ondergrondse stam. De jonge bladeren hebben een fijne, bruinige beharing, de volwassen bladeren zijn donkergroen. Hij groeit traag, is erg taai en wil veel licht en weinig water. Alle delen zijn giftig.
Let op: Alle delen van de plant zijn giftig, vooral de zaden en de stam. Ze zijn gevaarlijk voor honden en katten en voor kinderen als ze er op kauwen of van eten. Zet de plant buiten bereik, draag handschoenen bij het verpotten en was je handen daarna.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
1 m
hoog, 1,2 m breed
| Hoogte | 1 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een zamia?
- Groeivorm
- Ronde kroon van ongeveer 1 m hoog en 1,2 m breed op een dikke, vaak deels ondergrondse stam (caudex); groeit zeer traag.
- Blad
- Geveerd, tot ongeveer 1 m lang, met veel paren stijve, ovale, leerachtige deelblaadjes; jong met een fijne bruine beharing, later donkergroen.
- Kegels
- Er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke planten die met kegels bloeien; binnen gebeurt dat zelden.
- Wortels
- Dikke, vlezige wortels en een knolachtige stam: gevoelig voor rot bij te veel water.
Planten: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Taaie kamerplant die droge lucht en af en toe een vergeten gietbeurt verdraagt.
- Sterk, architectonisch blad in een brede, symmetrische kroon.
- Groeit traag en blijft lang netjes: weinig verpotten en weinig snoeien.
- Past in een lichte, moderne ruimte, mooi als solitair in een brede pot.
- Een levend fossiel: cycaden bestonden al in het tijdperk van de dinosauriërs.
Waar staat een zamia graag?
- Zo licht mogelijk, met een paar uur zon. In halfschaduw groeit hij trager; laat hem geleidelijk aan felle zon wennen.
- Warm: 18–28 °C in de zomer; het minimum is 10 °C.
- Zeer goed doorlatende, zandige potgrond (cactusgrond of potgrond met veel zand en perliet); neutraal.
- Droog tot matig: laat de grond tussen twee beurten goed opdrogen. Verdraagt droge lucht en droogte.
- Reken op 1–1,2 m breedte. Zet hem buiten bereik van kinderen en huisdieren: alle delen zijn giftig.
- Licht
- Zonnig of licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Cactusgrond of gewone potgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 1 m hoog, 1,2 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Palmlelie (Yucca): Dezelfde behoefte aan veel licht en weinig water.
- Vrouwentong (Sansevieria): Taaie bladplant die ook droogte verdraagt, met een rechtopstaand blad als contrast.
- Agave: Een vetplant met stevige bladrozetten, voor dezelfde droge, lichte plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zamia?
Planten in april–mei.
- Verpot in april–mei, hooguit om de 2–3 jaar: hij groeit traag en houdt van een krappe pot.
- Kies een zware, stabiele pot met een groot gat; de plant wordt topzwaar.
- Gebruik cactusgrond of meng potgrond met de helft zand of perliet, met onderin een laag kleikorrels.
- Zet de plant zo dat de bovenkant van de stam deels boven de grond uitsteekt; begraaf hem niet diep, dat geeft rot.
- Geef na het verpotten een beetje water en laat hem dan opdrogen.
- Draag handschoenen en was je handen na afloop: alle delen zijn giftig.
Verzorgen
- Water
- Geef pas water als de grond helemaal droog is: in de zomer ongeveer elke 1–2 weken, in de winter veel minder. Giet niet in het hart van de plant.
- Bemesten
- Van april tot september om de 4–6 weken cactusmest of kamerplantenmest op halve sterkte.
- Luchtvochtigheid
- Verdraagt droge lucht. Veeg stof van het blad met een vochtige doek.
- Nieuwe bladeren
- Nieuwe bladeren komen er een paar keer per jaar tegelijk uit; jong zijn ze zacht en breekbaar, dus raak ze niet aan.
- Draaien
- Draai de pot af en toe, zodat de kroon gelijkmatig groeit.
Tip: Gebruik een zware pot en geef pas water als de grond helemaal droog is: veel Zamia’s sterven aan te veel water, niet aan te weinig. Wees geduldig, want hij zet maar een paar keer per jaar nieuwe bladeren.
Wanneer snoei je een zamia?
Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid te worden. Verwijder alleen dode of beschadigde bladeren, het hele jaar door.
Hoe:
- Knip bladeren pas weg als ze helemaal bruin en dood zijn.
- Gebruik een scherpe schaar en knip zo dicht mogelijk bij de stam.
- Snijd nooit in de stam of de groeitop: dan kan hij doodgaan.
Let op: Draag handschoenen: alle delen van de plant zijn giftig. Snijd nooit de groeitop weg.
Vermeerderen
- Zijscheuten
- Soms vormt hij zijscheuten aan de voet. Haal ze in april–mei met wat wortels weg en pot ze in zandige, droge grond; houd ze licht vochtig en warm.
- Zaad
- Zaad kiemt traag, vaak pas na enkele maanden, en de zaden zijn giftig. Voor thuis is dit een moeizame weg.
Hoe komt een zamia de winter door?
- Niet winterhard: het minimum is 10 °C. Hij staat het liefst koel en licht, op 12–18 °C.
- Geef weinig water, ongeveer eens per 3–4 weken; de grond moet droog blijven. Niet bemesten.
- Zet hem op de lichtste plek, ook in een koele, lichte ruimte zonder vorst.
- Houd hem uit de tocht en niet tegen een koud raam.
Ziektes en plagen
- Rotte stam of gele bladeren: Meestal te veel water. Laat de grond helemaal opdrogen, verwijder aangetaste delen en verpot in zandige grond. Bij een zachte stam is redden moeilijk.
- Schildluis en wolluis: Bruine schildjes of witte pluisjes op bladeren en stam. Verwijder ze met een wattenstaafje met alcohol of zachte zeep en herhaal na een week.
- Spint: Fijn spinrag bij droge, warme lucht. Afdouchen met lauw water en het blad vochtig afvegen.
- Geen nieuwe bladeren: Te weinig licht of te kleine pot. Zet hem lichter en wees geduldig: hij groeit traag.
Het jaar rond
- Januari: Rust: koel (12–18 °C), licht, bijna geen water.
- Februari: Rust. Controleren op schildluis.
- Maart: Meer licht en iets meer water. Nog niet bemesten.
- April: Verpotten indien nodig (om de 2–3 jaar). Beginnen met bemesten.
- Mei: Verpotten indien nodig. Bemesten.
- Juni: Water zodra de grond droog is. Bemesten.
- Juli: Water zodra de grond droog is. Bemesten.
- Augustus: Bemesten. Nieuwe bladeren kunnen verschijnen.
- September: Laatste keer bemesten.
- Oktober: Minder water. Op een lichte plek binnen.
- November: Weinig water. Koel.
- December: Rust. Weinig water.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Palmvaren (Cycas) en zamia zijn geen palmen maar cycaden, en in al hun delen zeer giftig, vooral de zaden: ze bevatten cycasine, dat de lever aantast. Vooral honden, die graag op zaden, stam of blad kauwen, lopen gevaar: al een paar zaden kunnen leverfalen geven, en zelfs met behandeling kan dat dodelijk aflopen. Ook voor katten en kinderen is de plant gevaarlijk. De eerste klachten (braken, diarree, sufheid) komen soms pas na enkele uren: bel meteen je dierenarts als je hond of kat eraan heeft geknaagd, ook als hij nog niets laat merken. Zet de pot buiten het bereik van huisdieren en kinderen, ruim afgeknipte bladeren en zaden meteen op, en draag handschoenen bij verpotten en snoeien. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Cycaden zoals de Zamia bestonden al in het tijdperk van de dinosauriërs en worden daarom wel ‘levende fossielen’ genoemd.
- Zamia is geen palm en geen varen: hij hoort bij de naaktzadigen, net als naaldbomen en ginkgo.
- De soortnaam furfuracea betekent ‘schilferig’, naar de fijne, bruinachtige schilfertjes op de jonge bladeren.