
Foto: Димитър Найденов / Dimìtar Nàydenov, CC BY-SA 4.0 · bron
Boom · Berkenfamilie (Betulaceae)
Oosterse haagbeuk
Carpinus orientalis
In andere talen: Charme d’Orient (Français) · Oriental hornbeam (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De Oosterse haagbeuk is een kleine boom of grote struik uit het zuidoosten van Europa, van Italië en de Balkan tot de Krim, Turkije en de Kaukasus. Hij groeit er op droge, warme hellingen, vaak op kalksteen, in lichte eikenbossen en in dicht struikgewas. In België komt hij niet in het wild voor: je ziet hem in arboreta en soms als haag of als bonsai. Hij lijkt op een kleine uitgave van onze gewone haagbeuk, met fijner, glanzend blad van maar 3–5 cm en vruchtjes met een ongelobd, getand schutblad in plaats van een drielobbig. Hij verdraagt droogte, hitte en kalk beter dan de gewone haagbeuk en laat zich makkelijk snoeien tot een dichte haag.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
6 m
hoog, 4 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | februari en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kleine boom van 5–10 m of, in het wild vaak, een dichte struik van 2–5 m, met een ronde kroon en fijne, dichte vertakking.
- Blad
- Verspreid, eirond met een spitse top, 3–5 cm, scherp dubbel gezaagd, met 12–16 paar evenwijdige nerven; glanzend donkergroen, in de herfst geel tot oranjebruin.
- Bloem
- Eenhuizig, windbestoven: in april–mei, met het uitlopen van het blad, hangende mannelijke katjes van 2–5 cm en kleine, groene vrouwelijke katjes aan de twijgtoppen.
- Vrucht
- Kleine nootjes van 3–4 mm, elk met een eirond, getand, ongelobd schutblad van 1,5–2,5 cm, in hangende trossen van 3–6 cm. Rijp in september–oktober.
- Schors
- Grijs en glad; oudere stammen hebben, zoals bij de gewone haagbeuk, vaak ribbels en groeven.
- Verwarring met
- De gewone haagbeuk heeft groter blad (5–10 cm) en vruchtjes met een drielobbig schutblad van 3–4 cm. De hopbeuk (Ostrya carpinifolia) heeft vruchten in papierachtige blaasjes die samen op een hopbel lijken.
Bloei: april–mei · Snoeien: februari en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een fijnbladige, dichte haag die goed tegen snoeien kan en droogte en kalk beter verdraagt dan de gewone haagbeuk.
- Een dichte haag biedt beschutting en nestplaatsen aan merels, heggenmussen en andere zangvogels.
- De nootjes zijn in de herfst en winter voedsel voor zaadetende vogels zoals de appelvink.
- Blijft klein: geschikt voor een kleine tuin, als meerstammige struik of kleine boom.
- Sierlijke, hangende vruchttrossen in de zomer en een geel tot oranjebruine herfstkleur.
- Geliefd bij bonsaikwekers om zijn kleine blad en fijne vertakking.
Waar staat een oosterse haagbeuk graag?
- In het wild op droge, warme hellingen, vaak op kalksteen, in lichte eikenbossen, in bosranden en in laag, dicht struikgewas, tot in de bergen.
- In de tuin: volle zon tot halfschaduw; hij verdraagt ook vrij veel schaduw, maar groeit dan opener.
- Elke goed doorlatende grond, van zand tot leem, bij voorkeur kalkhoudend; droge grond is geen probleem, natte grond wel.
- Als vrijstaande boom of struik 3–5 m ruimte; voor een haag 3–4 planten per meter.
Mooi samen met
- Pruikenboom: Groeit in de Balkan samen met de Oosterse haagbeuk en kleurt in de herfst vuurrood.
- Gewone sering: Ook een plant van het Balkanse struikgewas, met geurige bloemen in mei voor bijen en vlinders.
- Gele kornoelje: Gele bloemetjes in februari–maart voor de eerste bijen, en rode vruchten voor vogels.
- Kleine maagdenpalm: Een wintergroene bodembedekker met blauwe bloemen, voor de schaduwkant aan de voet van de haag.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een oosterse haagbeuk?
- Koop jonge planten in pot of met blote wortel bij een boomkwekerij; voor een haag zijn planten van 60–100 cm ideaal.
- Plant met blote wortel van november tot maart, als de grond niet bevroren of drijfnat is.
- Graaf voor een haag een sleuf van 40 cm breed en diep, maak de bodem los en zet de planten even diep als ze stonden.
- Druk de grond goed aan, geef meteen ruim water en leg een laag mulch van bladcompost of houtsnippers.
- Knip een nieuwe haag na het planten een derde terug: zo vertakt hij van onderaf.
- Graaf nooit planten uit in de natuur: koop ze bij een kwekerij.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers bij droogte elke week ruim water. Daarna verdraagt hij droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig. Laat het blad onder de haag liggen; het wordt vanzelf humus.
- Haag scheren
- Een of twee keer per jaar. Hou de haag onderaan breder dan bovenaan, zodat er overal licht komt.
- Mulchen
- Een laag bladcompost bij jonge planten houdt de grond koel en vochtig.
- Vorm
- Voor een boom op één stam haal je de eerste jaren de laagste takken en de scheuten aan de voet geleidelijk weg.
Tip: Zoek je een haagbeukhaag voor een droge, kalkrijke of warme plek, dan is de Oosterse haagbeuk een betere keuze dan de gewone haagbeuk. Door zijn kleine blad blijft een geschoren haag er ook mooi fijn uitzien.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: februari en augustus.
Wanneer: Een haag scheer je eind augustus, na het broedseizoen, en eventueel nog eens licht in februari. Een vrijstaande boom snoei je in februari, voor hij uitloopt.
Hoe:
- Scheer een haag met een heggenschaar in een licht trapeziumvorm: onderaan breder dan bovenaan.
- Bij een boom of struik: haal dode, gebroken en kruisende takken weg, net buiten de verdikte ring aan de voet van de tak.
- Hij loopt goed uit op oud hout: een kale of te brede haag kan je in februari stevig terugzetten.
- Verjong een meerstammige struik door om de paar jaar een van de oudste stammen aan de grond weg te zagen.
Let op: Kijk voor je een haag scheert altijd of er geen vogels broeden. Snoei niet in maart–april, als de sapstroom op gang komt.
Vermeerderen
- Zaad
- Pluk de vruchttrossen in september–oktober, als de schutbladen bruin worden, en zaai de nootjes meteen buiten in een bak. Ze hebben een of twee winters nodig om te kiemen.
- Stekken
- Zachte stekken in juni, in vochtige stekgrond onder plastic. Dat lukt niet altijd; voor een haag koop je beter jonge planten.
Hoe komt een oosterse haagbeuk de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Bladverliezend: het blad kleurt in oktober geel tot oranjebruin en valt af.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in een Belgische winter heeft hij geen bescherming nodig.
- De fijne, dichte vertakking blijft in de winter een goede schuilplaats voor kleine vogels.
- Laat het afgevallen blad onder de haag liggen: egels, kevers en spinnen overwinteren erin.
Ziektes en plagen
- Droogte bij jonge planten: Het eerste jaar verdrogen jonge haagplanten snel. Geef ruim water en mulch de grond.
- Kale onderkant: Een haag die bovenaan breder is dan onderaan, wordt onderaan kaal. Scheer in trapeziumvorm.
- Wortelrot: In natte, verdichte grond sterven de wortels af en verwelkt de plant. Plant alleen op goed doorlatende grond.
- Bladluis: Kleverige jonge scheuten in mei–juni. Meestal lossen lieveheersbeestjes en mezen het vanzelf op.
Het jaar rond
- Februari: Een vrijstaande boom snoeien. De haag licht bijscheren of een kale haag terugzetten.
- Maart: Planten met blote wortel kan nog. Mulch aanbrengen.
- April: Het blad loopt uit en de katjes bloeien.
- Mei: Einde van de bloei. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juni: Zachte stekken nemen. De vruchttrossen groeien.
- Augustus: Eind augustus de haag scheren, na het broedseizoen.
- September: De vruchttrossen worden bruin: zaad oogsten en meteen zaaien.
- Oktober: Herfstkleur geel tot oranjebruin.
- November: Bladval. Planten met blote wortel.
- December: Rust. Planten zolang het niet vriest.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een haagbeuk is geen beuk: hij hoort bij de berkenfamilie, samen met de hazelaar. De naam komt van zijn gebruik als haag en van het blad, dat wat op beukenblad lijkt.
- Op droge, kalkrijke hellingen in de Balkan vormt hij samen met onder meer de pruikenboom en de sering een laag, dicht struikgewas dat in de Balkantalen šibljak heet.
- Bonsaikwekers waarderen hem om zijn kleine blad en fijne vertakking: hij is een van de klassieke soorten voor bonsai.