
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Loofboom · Berkenfamilie (Betulaceae)
Hopbeuk
Ostrya carpinifolia
De hopbeuk lijkt op een haagbeuk, maar zijn vruchten hangen in witte trosjes die op hopbellen lijken, en zijn schors schilfert af in smalle strookjes. Van nature groeit hij in Zuid-Europa, tot in de Alpen, en in Klein-Azië. Hij wordt 10–20 m hoog met een brede, ronde kroon. Hij verdraagt hitte, droogte en kalk beter dan de haagbeuk, en wordt daarom meer als straatboom geplant. Met een kroon van een 10 m breed is hij een boom voor een ruime tuin, een park, een laan of een straat.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–20 m
hoog
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | november–februari |
|---|---|
| Hoogte | 10–20 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een hopbeuk?
- Groeivorm
- Boom van 10–20 m met een brede, ronde kroon.
- Blad
- Verspreid, 5–10 cm, eivormig met spitse top, scherp dubbel gezaagd, met 11–15 paar evenwijdige nerven.
- Schors
- Grijsbruin, bij oudere bomen in smalle, losse schilfers.
- Bloem
- Hangende mannelijke katjes in april; ze staan al de hele winter klaar aan de twijgtoppen.
- Vrucht
- Hangende trosjes van 3–5 cm van witte, blaasvormige schutbladen die elk een nootje omsluiten, zoals hopbellen.
- Verschil met de haagbeuk
- De haagbeuk heeft een gladde, ‘gespierde’ stam en nootjes aan drielobbige vleugelblaadjes.
- Verschil met de hazelaar
- De hazelaar is een meerstammige struik met rond, zacht behaard blad.
Bloei: april–mei · Snoeien: november–februari
Herkennen per kenmerk: Afbladderende schors
Lijkt op, maar is het niet
- Haagbeuk Carpinus betulus: gladde, ‘gespierde’ stam en nootjes aan drielobbige vleugelblaadjes. Verschil met haagbeuk
- Hazelaar Corylus avellana: rond, zacht behaard blad; een meerstammige struik. Verschil met hazelaar
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een taaie boom voor droge, kalkrijke en warme plekken, ook in de stad.
- Sierlijke, hoppige vruchttrosjes van de zomer tot in de herfst.
- Zaadjes voor vogels en stuifmeel in april.
- Zeer hard, zwaar hout voor gereedschapsstelen en brandhout.
Waar staat een hopbeuk graag?
- Zon tot halfschaduw.
- Goed doorlatende grond, liefst kalkrijk; hij verdraagt droogte en hitte, maar geen natte voeten.
- Reken op een kroon van 10 m breed: geschikt voor een ruime tuin, een park, een laan of een straat.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 15 m hoog, 10 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Pluimes: Een boom uit dezelfde Zuid-Europese bossen, die net als de hopbeuk van kalk en droogte houdt.
- Gele kornoelje: Een struik voor kalkrijke grond, met gele bloempjes al in februari.
- Wollige sneeuwbal: Een inheemse struik voor droge, kalkrijke grond, met witte schermen en rode tot zwarte bessen.
- Haagbeuk: Zijn noordelijke verwant: samen een gemengde laan of houtkant, met de haagbeuk op de vochtigere stukken.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hopbeuk?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit.
- Zet een steunpaal aan de windkant en geef ruim water na het planten.
- Op zware, natte grond groeit hij slecht: kies daar liever een haagbeuk.
- Bescherm de stam van een jonge boom tegen konijnen en reeën.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Vorm
- Geef een jonge boom in de winter vorm: één doorgaande stam en goed verdeelde takken.
- Stam
- Houd maaimachines weg van de stam van een jonge boom.
Tip: Twijfel je tussen haagbeuk en hopbeuk? Op droge, kalkrijke of warme plekken, zoals langs een straat of in een stenige tuin, is de hopbeuk de betere keuze.
Wanneer snoei je een hopbeuk?
Snoeimaanden: november–februari.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Moet er toch gesnoeid worden, doe het dan in de winter (november–februari).
Hoe:
- Weinig snoei nodig. Vormsnoei bij jonge bomen in de winter.
- Haal kruisende en te laag hangende takken weg; zaag grote takken in drie stappen, net buiten de takkraag.
Let op: Snoei niet in het broedseizoen, en laat grote bomen over aan een boomverzorger.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai de nootjes in de herfst buiten in een zaaibed; ze kiemen vaak pas na een of twee winters.
Hoe komt een hopbeuk de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In de winter staan de mannelijke katjes al klaar aan de twijgtoppen; ze gaan open in april.
Ziektes en plagen
- Natte grond: Op natte, zware grond groeit hij slecht en kunnen de wortels rotten. Kies een goed doorlatende plek.
- Droogte na het planten: Hoewel hij later droogte verdraagt, heeft een pas geplante boom het eerste jaar water nodig.
- Vraat aan de stam: Ziekten en plagen zijn bij ons zeldzaam; houd vooral konijnen en reeën weg van een jonge stam.
Het jaar rond
- Januari: Vormsnoei in de winterrust.
- Februari: Laatste maand voor de vormsnoei; planten bij zacht weer.
- Maart: Laatste maand om te planten.
- April: Bloei: hangende katjes, samen met het jonge blad.
- Augustus: De hoppige vruchttrosjes zijn volgroeid.
- Oktober: De vruchttrosjes worden lichtbruin; nootjes rapen om te zaaien.
- November: Plantseizoen; vormsnoei kan beginnen.
- December: Vormsnoei; dode takken weg.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Taaie straat- en parkboom voor droge, kalkrijke en warme plekken.
- Hout
- Zeer hard, zwaar hout voor gereedschapsstelen en brandhout.
- Voor de natuur
- Zaadjes voor vogels; stuifmeel in april.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Van nature een boom van Zuid-Europa, tot in de Alpen. Hij verdraagt hitte, droogte en kalk beter dan de haagbeuk en wordt daarom meer als straatboom geplant.
- De naam hopbeuk verwijst naar de vruchttrosjes, die op de bellen van de hop lijken.
- In Zuid-Europa groeit hij vaak samen met de pluimes, in lichte bossen op kalk.