Echt duizendguldenkruid (Centaurium erythraea)

Foto: Hans Hillewaert, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Gentiaanfamilie (Gentianaceae)

Echt duizendguldenkruid

Centaurium erythraea

In andere talen: Petite centaurée commune (Français) · Common centaury (English)

Komt in België in het wild voor.

Echt duizendguldenkruid is een sierlijk, inheems kruid uit de gentiaanfamilie, met platte trosjes van kleine, stervormige, roze bloempjes. Het groeit op open, zonnige tot licht beschaduwde plekken met weinig concurrentie: kapvlakten, bospaden en bosranden, heide- en duinranden, schrale graslanden, dijken en bermen, op zand, leem of kalk. In België is het vrij algemeen, maar het blijft meestal maar enkele jaren op dezelfde plek, tot de begroeiing te dicht wordt. Je herkent het aan het rozet van eironde bladeren met 3–7 bijna evenwijdige nerven, dat bij de bloei blijft staan, en aan de bloemen die alleen bij zonnig weer opengaan. De hele plant smaakt intens bitter; vroeger was het een bekend kruid in de volksgeneeskunde en in kruidenbitters.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,15 m breed

  • Bloei

    juni–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenseptember–oktober
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Tweejarige, soms eenjarige plant van 10–50 cm, met een bladrozet aan de voet en een rechte, vierkantige stengel die bovenaan vertakt.
Blad
Rozetbladeren omgekeerd eirond, 2–5 cm, met 3–7 duidelijke, bijna evenwijdige nerven; het rozet is bij de bloei nog aanwezig. Stengelbladeren kleiner, smaller en tegenoverstaand.
Bloem
In juni–september dichte, vrij vlakke trosjes van roze bloempjes van ongeveer 1 cm, met vijf spitse slippen op een smalle kroonbuis. Ze gaan alleen open bij zon en sluiten bij bewolking en ’s avonds. De gele helmknoppen draaien na het stuiven als een kurkentrekker.
Vrucht
Een smalle, langwerpige doosvrucht met heel fijn, stofachtig zaad.
Wortels
Een dunne, weinig vertakte penwortel.
Verwarring met
Fraai duizendguldenkruid is kleiner en ijler vertakt en heeft geen bladrozet bij de bloei. Strandduizendguldenkruid groeit aan de kust en heeft smalle, bijna lijnvormige bladeren.

Bloei: juni–september · Snoeien: september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een sierlijk plantje met heldere roze bloemen van juni tot september, als veel voorjaarsbloemen in schrale graslanden al uitgebloeid zijn.
  • Kleine bijen, zweefvliegen en vlinders bezoeken de bloemen.
  • Een pionier van open, schrale plekken en een teken van een gevarieerde, niet bemeste bodem.
  • Een historische plant: door zijn bitterheid werd hij eeuwenlang gebruikt in de volksgeneeskunde en in kruidenbitters.
  • Past in een schrale bloemenweide, een heidetuin of op een zonnig, zandig plekje waar weinig anders groeit.

Waar staat een echt duizendguldenkruid graag?

  • In het wild: kapvlakten, bospaden, bosranden, heide- en duinranden, schrale graslanden, dijken, groeves en bermen.
  • Zon tot lichte halfschaduw, op een open plek met weinig concurrentie van grassen.
  • Schrale, goed doorlatende grond: zand, leem of kalk, droog tot matig vochtig.
  • In de tuin: een schrale bloemenweide, een heidetuin, een zonnig, zandig talud of de open rand van een grindpad.

Mooi samen met

  • Sint-janskruid: Gele bloemen in de zomer, ook een plant van open bosranden en kapvlakten.
  • Grasklokje: Blauwe klokjes naast de roze sterretjes op schrale grond.
  • Struikhei: Op dezelfde schrale, zandige grond, met roze bloei in augustus–september.
  • Gewone rolklaver: Gele bloemen in hetzelfde schrale grasland.
  • Zandblauwtje: Blauwe bolletjes op zure zandgrond, geliefd bij wilde bijen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een echt duizendguldenkruid?

  1. Koop zaad of jonge plantjes bij een kwekerij voor inheemse planten. Graaf nooit planten uit in de natuur.
  2. Zaai in september–oktober of in maart–april. Het zaad is stoffijn: meng het met zilverzand, strooi het op de grond en dek het niet af, want het kiemt in het licht.
  3. Zaai op een open, kale plek of in een pot met zanderige, schrale grond, en hou die vochtig tot de kieming.
  4. Zet jonge plantjes met hun kluit uit in de herfst of het voorjaar, in groepjes, 15–20 cm uit elkaar.
  5. Geef geen mest en geen compost: op rijke grond verdwijnt het onder hogere planten.

Verzorgen

Water
Alleen bij het zaaien en tot de plantjes aangeslagen zijn. Daarna verdraagt het droogte goed.
Bemesten
Nooit: duizendguldenkruid houdt van schrale grond.
Open grond
Het heeft open plekken nodig om te kiemen. Krab af en toe een stukje grond los of laat wat kale plekken in de weide.
Maaien
Maai pas in september–oktober, na de zaadzetting, en voer het maaisel af.
Zaad laten vallen
Laat de uitgebloeide stengels staan tot de zaaddoosjes rijp zijn: zo blijft de plant op je terrein.

Tip: Duizendguldenkruid wil open grond. Maak in je schrale weide een paar kale plekjes, bijvoorbeeld door in de herfst wat grond los te krabben, en strooi daar het stoffijne zaad op.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: september–oktober.

Wanneer: Niet snoeien. De weide of het terrein maaien in september–oktober, na de zaadzetting.

Hoe:

  • Laat de stengels staan tot de doosvruchten bruin en droog zijn.
  • Schud ze uit boven een open plek om nieuwe planten te krijgen.
  • Maai daarna en voer het maaisel af, zodat de grond schraal blijft.

Let op: Maai in juni–augustus niet over de planten: dan verlies je bloemen en zaad.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De enige manier: zaai het stoffijne zaad in de herfst of het voorjaar op de grond, zonder af te dekken. Planten uit een herfstzaai bloeien meestal het jaar daarna.
Zelf uitzaaien
Op een open, schrale plek zaait het zich vanzelf uit; de jonge rozetjes verschijnen vaak in de herfst.

Hoe komt een echt duizendguldenkruid de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Jonge planten overwinteren als een klein, plat bladrozet.
  • Winterhard: natte grond en een te dichte begroeiing zijn een groter probleem dan vorst.
  • De dorre stengeltjes met lege zaaddoosjes blijven nog lang staan.

Ziektes en plagen

  • Verdrongen: Op rijke grond of in hoog gras verdwijnt het na een paar jaar. Verschraal, maai laat en zorg voor open plekken.
  • Verdwenen na de bloei: Normaal: het is tweejarig. Laat zaad vallen of zaai wat bij.
  • Slakken: Jonge rozetjes zijn gevoelig voor slakken, vooral in een vochtige herfst. Zaai op een zonnige, droge plek.
  • Bloemen blijven dicht: Bij bewolkt weer en ’s avonds blijven de bloemen dicht; dat is normaal.
  • Zaaien mislukt: Te diep gezaaid zaad kiemt niet. Strooi op de grond en druk enkel aan.

Het jaar rond

  • Maart: Zaaien op de grond, niet afdekken.
  • April: De rozetjes groeien. Rond de planten niet maaien.
  • Juni: Begin van de bloei.
  • Juli: Volle bloei; de bloemen gaan open bij zon.
  • Augustus: Bloei en eerste zaaddoosjes.
  • September: Zaad rijpt. Na de zaadzetting maaien en het maaisel afvoeren.
  • Oktober: Zaaien voor volgend jaar. Nieuwe rozetjes verschijnen.
  • December: Rozetten in rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Centaurium verwijst naar de centaur Chiron uit de Griekse mythologie, die volgens de legende een wonde met dit kruid verzorgde.
  • Later las men in Centaurium ‘centum aurum’, honderd goudstukken. In het Duits werd dat Tausendgüldenkraut en in het Nederlands duizendguldenkruid.
  • Door zijn bitterstoffen werd het vroeger verwerkt in kruidenbitters en likeuren.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…