
Foto: fir0002 flagstaffotos [at] gmail.com Canon 20D + Tamron 28-75mm f/2.8, GFDL 1.2 · bron
Kruid · Hypericaceae
Sint-Janskruid
Hypericum perforatum
In andere talen: Millepertuis perforé (Français) · St John’s wort (English)
Sint-Janskruid is een inheemse vaste plant van zonnige bermen, droge graslanden en bosranden in bijna heel Europa en West-Azië. Uit een kruipende wortelstok groeien stevige, rechtopstaande stengels van 30–60 cm met kleine, tegenoverstaande blaadjes. Van juni tot augustus, rond Sint-Jan op 24 juni, bloeit hij met trosjes stralend gele bloemen met zwarte stipjes langs de rand van de kroonblaadjes. Houd je een blad tegen het licht, dan zie je tientallen doorschijnende puntjes: daaraan dankt hij de naam perforatum, ‘doorboord’. Hij is makkelijk, verdraagt droogte en is geliefd bij bijen en hommels, die er stuifmeel halen.
Let op: Bij inname, en bij sommige mensen ook na contact met het sap, maakt het kruid de huid gevoelig voor zonlicht, met rode vlekken of blaren. Vooral grazende dieren zoals paarden, koeien en schapen lopen gevaar; plant hem niet in of naast een wei. Hou kleine kinderen en huisdieren uit de buurt en draag handschoenen. Gebruik het kruid niet op eigen houtje: het kan de werking van geneesmiddelen beïnvloeden. Hij zaait zich makkelijk uit en is in Noord-Amerika en Australië een invasieve soort.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een Sint-Janskruid?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, bovenaan vertakte vaste plant van 30–60 cm hoog en ongeveer 40 cm breed, met een kruipende wortelstok.
- Stengel
- Rond, met twee duidelijke lijsten in de lengte.
- Blad
- Klein, ovaal tot langwerpig, 1–3 cm, tegenoverstaand en zonder steel, met doorschijnende puntjes die je tegen het licht ziet.
- Bloem
- Stralend geel, ongeveer 2 cm, met vijf kroonblaadjes met zwarte stipjes langs de rand en een pluim van meeldraden; in trossen van juni tot augustus.
- Vrucht
- Kleine doosvruchtjes met talloze piepkleine zaadjes.
- Sap
- Wrijf je een bloemknop of bloem tussen je vingers, dan kleuren die roodpaars.
Bloei: juni–augustus · Zaaien: april–mei · Planten: april–mei en september · Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een lange gele bloei in de volle zomer, van juni tot augustus.
- Bijen, hommels en zweefvliegen halen er stuifmeel.
- Inheems en geschikt voor een natuurlijke tuin, een bloemenweide of een droge border.
- Droogtebestendig en tevreden met arme, stenige grond.
- Een plant vol verhalen en volksgebruiken rond midzomer.
Waar staat een Sint-Janskruid graag?
- Zon of halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk; ook arme, stenige grond.
- Droog tot normaal vochtig; natte voeten verdraagt hij slecht.
- Zet de planten op 30–40 cm van elkaar, liefst in een groepje.
- Plant hem niet in of naast een wei met paarden, koeien of schapen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Wilde marjolein: Paarsroze bloemen op dezelfde zonnige, droge plek, ook geliefd bij bijen.
- Margriet: Witte bloemen naast het geel in een bloemenweide.
- Duizendblad: Platte schermen en fijn blad, even droogtebestendig.
- Knoopkruid: Paarse knoppen die vlinders en hommels aantrekken.
- Slangenkruid: Blauwe aren die het geel prachtig doen uitkomen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Sint-Janskruid?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of in september, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dubbel zo breed als de pot; op zware grond meng je er wat grof zand door.
- Zet de plant even diep als in de pot.
- Hou 30–40 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen water en hou de grond de eerste weken licht vochtig.
- Mulchen is niet nodig; op droge grond houdt een dun laagje grind het onkruid tegen.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden nodig: hij verdraagt droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig: op rijke grond worden de stengels slap.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze na de bloei weg als je niet wil dat hij zich overal uitzaait.
- Dode stengels
- Laat je ze in de winter staan, dan vinden insecten er beschutting; knip ze in maart weg.
- Handschoenen
- Draag handschoenen als je met de plant werkt, zeker op zonnige dagen.
Tip: Knip na de bloei de uitgebloeide stengels terug als je niet wil dat hij zich overal uitzaait. Plant hem nooit in of naast een wei: voor paarden, koeien en schapen is hij giftig.
Wanneer snoei je een Sint-Janskruid?
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: Een echte snoei is niet nodig. Na de bloei, in september, knip je de uitgebloeide stengels terug; in maart haal je de dode stengels van vorig jaar weg.
Hoe:
- Knip uitgebloeide stengels in september terug tot een paar centimeter boven de grond als je zaailingen wil voorkomen.
- Laat je ze staan, dan zaait hij zich uit en vinden insecten er in de winter beschutting.
- Haal in maart de dode stengels weg, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Steek uitlopers die te ver gaan aan de rand af.
Let op: Draag handschoenen bij het knippen: het sap kan de huid gevoeliger maken voor zonlicht.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in april–mei buiten of in potjes, op de grond en niet afdekken: het zaad kiemt in het licht.
- Delen
- Steek in het voorjaar of in september een stuk met wortels van de rand van de pol af en plant het elders.
- Zelfuitzaai
- Zaailingen verschijnen vanzelf rond de plant; verplant ze jong.
Hoe komt een Sint-Janskruid de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In de winter blijven er korte, bebladerde scheutjes aan de voet over, waaruit hij in het voorjaar opnieuw uitloopt.
- Natte, zware grond in de winter is een groter gevaar dan vorst.
Ziektes en plagen
- Roest: Oranje poederpuistjes op de onderkant van het blad. Knip aangetaste stengels weg en zorg voor een luchtige plek.
- Uitzaaien: Zaailingen overal in de tuin. Knip de bloemen na de bloei weg en wied zaailingen jong.
- Slappe stengels: Op te rijke of te vochtige grond vallen de stengels om. Bemest niet en kies een schralere plek.
- Wortelrot: De plant kwijnt weg op natte grond. Verplant hem naar een drogere plek met een goede afwatering.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels wegknippen. Planten delen.
- April: Zaaien en planten.
- Mei: Zaaien en planten.
- Juni: Begin van de bloei rond Sint-Jan.
- Juli: Volle bloei. Bijen en hommels in de tuin.
- Augustus: Einde van de bloei. Zaad oogsten.
- September: Uitgebloeide stengels terugknippen als je geen zaailingen wil. Planten of delen.
- Oktober: Zaailingen wieden waar je ze niet wil.
- November: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Sint-Janskruid maakt de huid gevoelig voor zonlicht (bij mensen en bij grazende dieren) en heeft gevaarlijke wisselwerkingen met veel geneesmiddelen, zoals de pil, bloedverdunners, antidepressiva en hart- en hiv-medicatie, die erdoor minder goed werken. Maak er zelf geen thee of tinctuur van om in te nemen, zeker niet als je medicijnen neemt. Laat het in de tuin staan voor bijen en vlinders. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De doorschijnende puntjes in het blad zijn oliekliertjes; daaraan dankt de plant de naam perforatum, ‘doorboord’.
- Wrijf je een bloem tussen je vingers, dan kleuren die roodpaars door de rode kleurstof hypericine.
- In Californië werd sint-janskruid een plaag op weiden. Vanaf de jaren 1940 hield men hem daar met succes in toom met bladkevertjes die op de plant leven.