Foto: Denis Conrado, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)
Dahlia
Dahlia pinnata
In andere talen: Garden dahlia (English)
Komt van buiten Europa, maar staat hier veel in tuinen en parken.
De dahlia is een knolgewas uit de bergen van Mexico dat bij ons van juli tot de eerste vorst bloeit, in bijna alle kleuren behalve echt blauw. Er bestaan duizenden rassen, van lage potdahlia’s van 30 cm tot reuzen van 2 m, met enkele, halfgevulde, cactus-, pompon- of balvormige bloemen. De plant heeft geveerde, donkergroene bladeren, holle, sappige stengels en een kluwen van knolwortels onder de grond. Ze is niet winterhard: na de eerste vorst haal je de knollen uit de grond en bewaar je ze vorstvrij. Enkelbloemige dahlia’s met een open hart zijn een topper voor bijen, hommels en vlinders in de nazomer.
Let op: Niet sterk giftig, maar honden en katten die van de bladeren of knollen eten, kunnen lichte maag- of darmklachten krijgen. Bij sommige mensen geeft het sap huidirritatie.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
1 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | juni–november |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvend knolgewas met rechtopgaande, vertakte stengels van 0,3–2 m, afhankelijk van het ras.
- Blad
- Tegenoverstaand, enkel tot dubbel geveerd met eironde, gezaagde deelblaadjes; donkergroen, bij sommige rassen bijna zwart of bronskleurig.
- Bloem
- Bloemhoofdjes van 5 tot meer dan 20 cm, enkel, halfgevuld of gevuld; in wit, geel, oranje, roze, rood, paars en tweekleurig, van juli tot oktober.
- Stengel
- Hol, sappig en vrij broos; hoge rassen breken makkelijk bij wind of regen.
- Wortels
- Een kluwen van dikke knolwortels rond de voet van de stengel. De nieuwe ogen zitten alleen bovenaan, aan de stengelvoet, niet op de knollen zelf.
- Vrucht/Zaad
- Smalle, platte, zwarte zaden in uitgebloeide hoofdjes; zaailingen lijken zelden op de ouderplant.
Bloei: juli–oktober · Snoeien: juni–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit maandenlang, van juli tot de eerste nachtvorst, wanneer veel andere planten al op hun retour zijn.
- Enkelbloemige en halfgevulde rassen met een zichtbaar geel hart zijn rijk aan stuifmeel en nectar voor bijen, hommels en vlinders in de nazomer.
- Een van de beste snijbloemen: hoe meer je snijdt, hoe meer bloemen er volgen.
- Enorme keuze in vorm, hoogte en kleur, voor border, pot en pluktuin.
- De knollen kun je jaren bewaren en elk voorjaar delen, zodat je verzameling groeit.
Waar staat een dahlia graag?
- Volle zon, minstens 6 uur per dag; in halfschaduw minder bloemen en slappere stengels.
- Voedzame, humusrijke en goed doorlatende grond die in de zomer niet uitdroogt. In natte, koude grond rotten de knollen.
- Beschut tegen harde wind, of zorg voor stevige steun.
- In een border, moestuin of pluktuin, of in een grote pot van minstens 30 liter op een zonnig terras.
Mooi samen met
- Cosmea: Luchtige bloemen in dezelfde kleuren, en ook een bijenplant.
- Stijf ijzerhard: Paarse bolletjes op hoge, ijle stengels tussen de dahlia’s.
- Siergrassen: Zachte pluimen als contrast met de grote bloemen.
- Zonnebloem: Een hoge, gele achtergrond in de pluktuin.
- Herfstaster: Bloeit mee tot in oktober, voor late vlinders.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een dahlia?
- Zet de knollen in maart–april binnen in potten met vochtige potgrond op een lichte, vorstvrije plek, zodat ze al uitlopen. Dat geeft vroegere bloei.
- Plant ze buiten na de IJsheiligen, half mei, als er geen nachtvorst meer te verwachten is. Knollen zonder voortrekken mogen vanaf begin mei 10 cm diep in de grond.
- Zet ze 50–80 cm uit elkaar, afhankelijk van de hoogte, met de stengelvoet net onder de grond.
- Zet bij hoge rassen meteen bij het planten een stevige stok, zodat je later de knol niet beschadigt.
- Geef water na het planten, maar houd knollen zonder blad niet te nat: tot er groei is, rotten ze makkelijk.
- Bescherm de jonge scheuten tegen slakken.
Verzorgen
- Water
- Vanaf de bloei ruim water bij droogte, liefst ’s ochtends aan de voet; in potten in de zomer bijna dagelijks.
- Bemesten
- Bij het planten compost; vanaf juni om de paar weken een organische mest voor bloeiende planten, niet te veel stikstof.
- Toppen
- Knip de top uit bij 30–40 cm hoogte: de plant vertakt en geeft meer bloemen.
- Steun
- Bind de stengels regelmatig aan stokken of gebruik een plantenring.
- Uitbloeien
- Knip uitgebloeide bloemen wekelijks weg tot aan een blad. Een uitgebloeid hoofdje is spits, een nieuwe bloemknop rond.
Tip: Kies voor bijen en vlinders enkelbloemige of halfgevulde rassen met een zichtbaar geel hart: die zijn net zo mooi en veel nuttiger dan volgevulde bloemen.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juni–november.
Wanneer: In juni toppen, van juli tot oktober uitbloeien, en na de eerste vorst in oktober–november terugknippen.
Hoe:
- Knijp of knip in juni de top uit boven het derde of vierde bladpaar.
- Knip uitgebloeide bloemen af tot net boven een bladpaar, met een lange stengel.
- Snijd bloemen voor de vaas ’s ochtends en met lange stelen: zo lopen er meer zijscheuten uit.
- Knip na de eerste nachtvorst, als het blad zwart is, alle stengels af tot 10–15 cm en haal de knollen uit de grond.
Let op: In de holle stengelstompen kan water blijven staan en de knol laten rotten. Zet de knollen na het uitgraven eerst een paar dagen ondersteboven te drogen.
Vermeerderen
- Knollen delen
- In april, als de ogen zichtbaar worden: snijd de kluwen met een scherp mes in stukken, elk met een knol en een stukje stengelvoet met minstens één oog.
- Stekken
- Laat in maart–april knollen binnen uitlopen en snijd scheuten van 8–10 cm met een stukje voet af; in stekgrond onder plastic wortelen ze in 2–4 weken.
- Zaad
- In maart–april binnen zaaien; dat geeft verrassende nieuwe planten die niet op de ouder lijken.
Hoe komt een dahlia de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: het blad sterft bij de eerste vorst en de knollen bevriezen bij strengere vorst.
- Haal de knollen na de eerste vorst uit de grond, laat ze een paar dagen drogen, verwijder de aarde en bewaar ze droog en vorstvrij bij 5–8 °C, in een kist met droog zand, potgrond of krantenpapier.
- In milde streken en op zeer goed doorlatende grond overleven ze soms in de grond onder een dikke laag mulch, maar dat blijft een risico.
- Controleer de knollen tijdens de winter en gooi rotte exemplaren weg.
Ziektes en plagen
- Slakken: De grootste vijand van jonge scheuten. ’s Avonds rapen, en planten binnen voortrekken zodat ze steviger zijn als ze naar buiten gaan.
- Oorwormen: Vreten gaatjes in bloemblaadjes. Hang een omgekeerd potje met stro op een stok en leeg het ’s ochtends elders in de tuin: oorwormen eten ook bladluizen.
- Bladluis: Op jonge toppen en knoppen. Afspuiten met water; natuurlijke vijanden ruimen ze op.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de late zomer. Ruimte laten, onderste bladeren weghalen, water geven aan de voet.
- Rotte knollen: Te nat of te warm bewaard. Laat de knollen goed drogen en bewaar ze koel en vorstvrij.
Het jaar rond
- Januari: Opgeslagen knollen controleren op rot.
- Maart: Knollen binnen opzetten in potten. Stekken nemen.
- April: Knollen delen. Voorgetrokken planten licht en koel zetten.
- Mei: Na half mei uitplanten met een steunstok. Slakken weren.
- Juni: Toppen bij 30–40 cm. Water en mest geven.
- Juli: Bloei begint. Stengels opbinden.
- Augustus: Volle bloei. Wekelijks uitbloeien en snijden.
- September: Bloei. Uitbloeien. Water bij droogte.
- Oktober: Na de eerste vorst stengels afknippen en knollen uitgraven.
- November: Knollen drogen en vorstvrij opslaan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De dahlia is genoemd naar de Zweedse botanicus Anders Dahl, een leerling van Linnaeus.
- De dahlia is de nationale bloem van Mexico.
- Ondanks meer dan twee eeuwen veredeling bestaat er nog altijd geen echt blauwe dahlia.