Kleine zonnedauw (Drosera intermedia)

Foto: Flupper, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Zonnedauwfamilie (Droseraceae)

Kleine zonnedauw

Drosera intermedia

In andere talen: Rossolis intermédiaire (Français) · Oblong-leaved sundew (English)

Komt in België in het wild voor.

Kleine zonnedauw is een klein, vleesetend plantje van natte, voedselarme grond. Het groeit op natte heide, op kale, venige zandgrond, aan de oevers van vennen en soms zelfs in ondiep water. In België is het zeldzaam en wettelijk beschermd; je vindt het vooral nog in de Kempen, vaak op plekken waar de bovenste laag van de heide is afgeplagd. Herken het aan het rozetje van schuin rechtopstaande, lepelvormige blaadjes op lange steeltjes, bezet met rode kliertjes met glinsterende druppels kleverig slijm, en aan de witte bloempjes in juli–augustus op een stengel die opzij onder het rozet ontspringt en dan omhoogbuigt. Kleine muggen en vliegjes die op de druppels landen, blijven kleven en worden langzaam verteerd: zo haalt de plant de voedingsstoffen die de arme grond hem niet geeft. In een veenbak of moeraspot is het een fascinerend plantje, maar koop het alleen bij een gespecialiseerde kwekerij.

Let op: Kleine zonnedauw is zeldzaam en wettelijk beschermd in België: pluk, graaf of verzamel nooit planten of zaad in het wild en betreed zijn groeiplaatsen op de natte heide niet. Koop hem alleen bij een gespecialiseerde kwekerij met gekweekte planten. Voor mensen en huisdieren is de plant niet gevaarlijk.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,1 m

    hoog, 0,08 m breed

  • Bloei

    juli–augustus

Feiten op een rij
Hoogte0,1 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuli–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Klein, overblijvend rozetplantje van 5–10 cm hoog, met schuin rechtopstaande bladeren. In ondiep water vormt hij soms een kort stengeltje met nieuwe rozetjes erboven.
Blad
Een langwerpig, lepelvormig bladschijfje van ongeveer 1 cm, dat geleidelijk overgaat in een lange, kale bladsteel. Het schijfje is bezet met rode tentakels met aan de top een glinsterende druppel kleverig slijm.
Bloem
Wit, ongeveer 5 mm, met vijf kroonblaadjes, met een paar samen aan een eenzijdige tros. De bloemstengel ontspringt opzij, onder het rozet, buigt omhoog en wordt maar iets hoger dan de bladeren. De bloempjes gaan alleen open bij zon. Bloei in juli–augustus.
Vrucht/Zaad
Kleine doosvruchtjes met talrijke, heel kleine zaadjes, die in de nazomer rijpen.
Wortels
Kort, zwak en weinig vertakt: ze houden de plant vast en nemen water op; voedingsstoffen haalt hij vooral uit zijn prooien.
Verwarring met
Ronde zonnedauw heeft ronde bladschijfjes die plat op de grond liggen, en een bloemstengel die uit het midden van het rozet komt en veel hoger wordt, tot 20 cm. Lange zonnedauw heeft langere, smallere bladeren en is bij ons uiterst zeldzaam.

Bloei: juli–augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van onze weinige vleesetende planten: een levend natuurlesje over hoe planten zich aanpassen aan arme grond.
  • Een kenmerkende soort van natte heide en vennen: waar hij groeit, is het water nog zuur, zuiver en voedselarm.
  • Vangt kleine muggen en vliegjes met zijn kleverige ‘dauwdruppels’, die in de zon prachtig glinsteren.
  • De rode tentakels en witte bloempjes maken van een kleine veenbak of moeraspot een blikvanger.
  • Een pionier die terugkomt waar natuurbeheerders de heide afplaggen: een teken dat dat beheer werkt.

Waar staat een kleine zonnedauw graag?

  • In het wild: natte heide, vochtige, kale zand- en veengrond, oevers van vennen en veentjes, karrensporen en afgeplagde plekken, soms in ondiep water.
  • Volle zon: in de schaduw verliest hij zijn rode kleur en groeit hij slecht.
  • Altijd natte, zure en zeer voedselarme grond; kalk en meststoffen verdraagt hij niet.
  • In de tuin: een veenbak of kleine moerasbak met regenwater, of een pot in een schotel regenwater, buiten op een zonnige plek.

Mooi samen met

  • Ronde zonnedauw: Zijn zustersoort, voor een veenbak met twee soorten zonnedauw; ook alleen uit een kwekerij.
  • Dophei: Een lage heidestruik met roze klokjes voor de rand van een nat, zuur veenbedje.
  • Veenpluis: Witte pluizen in het voorjaar, op dezelfde natte, zure grond.
  • Moerasviooltje: Een laag viooltje voor natte, zure grond, dat bloeit voor de zonnedauw.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kleine zonnedauw?

  1. Koop kleine zonnedauw uitsluitend bij een gespecialiseerde kwekerij voor vleesetende planten, met planten die daar gekweekt zijn. Pluk of graaf nooit planten of zaad uit in het wild: de soort is zeldzaam en wettelijk beschermd.
  2. Gebruik een voedselarm, zuur substraat, bijvoorbeeld kalkvrij zilverzand gemengd met wit veen of een turfvrij alternatief voor vleesetende planten. Nooit gewone potgrond of compost.
  3. Plant in april–mei in een kunststof of geglazuurde pot, of in een veenbak met vijverfolie, op een plek in de volle zon.
  4. Zet de pot in een schotel met 1–2 cm regenwater, zodat het substraat altijd nat blijft.
  5. Geef uitsluitend regenwater of gedemineraliseerd water: kraanwater bevat kalk en zouten die de plant langzaam doden.
  6. Plant een paar plantjes op 5 cm van elkaar voor een mooi groepje.

Verzorgen

Water
Houd het substraat altijd nat met regenwater; in de zomer mag er een laagje water in de schotel staan. Nooit laten uitdrogen.
Bemesten
Nooit: meststoffen verbranden de wortels. Hij haalt zijn voedsel zelf uit gevangen insecten.
Voeren
Buiten niet nodig: hij vangt genoeg muggen en vliegjes. Geef hem nooit stukjes vlees.
Onkruid
Trek grassen, biezen en zaailingen van berk voorzichtig weg en knip te hard groeiend mos kort, anders groeit hij dicht.
Verpotten
Om de twee à drie jaar in het voorjaar, in vers substraat: oud substraat valt na verloop van tijd uiteen, wordt minder luchtig en rijker aan voedingsstoffen.

Tip: Zet een regenton of emmer klaar en geef nooit kraanwater: dat is het grootste geheim van een gezonde zonnedauw. Laat de plant ook in de winter buiten staan, want zonder winterkou loopt hij in het voorjaar slecht uit.

Snoeien en maaien

Wanneer: Niet nodig.

Hoe:

  • Knip niets af: oude bladeren sterven vanzelf af en verteren in het substraat.
  • Wil je geen zaad, knip dan de uitgebloeide bloemstengel af; anders laat je hem staan.
  • Haal in het voorjaar alleen dode, beschimmelde resten weg, met een pincet.

Let op: Laat de winterknop in het hart van de plant altijd ongemoeid.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Strooi in de herfst of het vroege voorjaar zaad van gekweekte planten op nat, zuur substraat en dek het niet af. Het zaad heeft een koude periode nodig: laat de pot de winter buiten staan.
Bladstek
Leg in de zomer een gezond blad op nat substraat onder een doorzichtig deksel; na een paar weken verschijnen er kleine plantjes op het blad.
Winterknoppen
Planten die in de herfst meerdere winterknoppen gevormd hebben, kun je in het voorjaar voorzichtig van elkaar scheiden.

Hoe komt een kleine zonnedauw de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • In de herfst trekt hij zich terug in een kleine, groene winterknop aan of net onder het oppervlak; de bladeren sterven af.
  • Volledig winterhard, en hij heeft de winterkou zelfs nodig: laat de pot of veenbak buiten staan.
  • Houd het substraat ook in de winter nat: bevriezen is geen probleem, uitdrogen wel.
  • In maart–april lopen de winterknoppen weer uit.

Ziektes en plagen

  • Kraanwater: Bruine bladranden en kwijnende planten komen meestal door kalk of zouten uit kraanwater. Spoel het substraat door met regenwater of verpot in vers substraat.
  • Uitdrogen: Eén dag droog staan in de zomer kan al fataal zijn. Zet de pot altijd in een schotel met water.
  • Bladluis: Soms op de bloemknoppen. Spoel ze voorzichtig af met regenwater.
  • Grijze schimmel: Op dode delen bij weinig licht of in een vochtige, stilstaande hoek. Haal dode bladeren weg en zet hem op een luchtige, zonnige plek.
  • Overgroeid door mos: Veenmos en ander mos kunnen hem overgroeien. Knip het mos rond het rozet kort.

Het jaar rond

  • Januari: Rust als winterknop: de kou is nodig.
  • Maart: De winterknoppen lopen uit. Verpotten als het nodig is.
  • April: Planten in een veenbak of pot. Regenwater in de schotel.
  • Mei: Nieuwe bladeren met kleverige druppels: de eerste muggen worden gevangen.
  • Juni: Volop groei. Altijd nat houden met regenwater.
  • Juli: Bloei bij zonnig weer. Bladstekken nemen.
  • Augustus: Laatste bloemen. Nooit laten uitdrogen.
  • September: Het zaad rijpt. Zaad oogsten van je eigen, gekweekte planten.
  • Oktober: Winterknoppen vormen zich. Zaaien en de pot buiten laten staan.
  • November: Rust. Het substraat nat houden.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Drosera komt van het Griekse droseros, ‘bedauwd’: de kleverige druppels op de bladeren lijken op dauw die in de zon niet opdroogt. Ook de naam zonnedauw verwijst daarnaar.
  • Charles Darwin bestudeerde zonnedauw jarenlang en wijdde er een groot deel van zijn boek Insectivorous Plants uit 1875 aan.
  • Raakt een insect de tentakels, dan buigen ze er langzaam naartoe en klemmen het vast; in een paar dagen wordt de prooi verteerd tot alleen het harde pantser overblijft.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…