
Foto: No machine-readable author provided. Migas assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Zonnedauwfamilie (Droseraceae)
Ronde zonnedauw
Drosera rotundifolia
In andere talen: Rossolis à feuilles rondes (Français) · Round-leaved sundew (English)
Komt in België in het wild voor.
Ronde zonnedauw is een klein vleesetend plantje van natte heide, hoogveen en vennen. Het rozetje van een paar centimeter breed ligt plat op veenmos of op natte, zure zandgrond, en de ronde blaadjes zitten vol rode kliertjes met elk een glinsterend druppeltje lijm. Kleine insecten die erop landen, blijven plakken en worden langzaam verteerd. Zo haalt de plant stikstof uit haar prooi, op een bodem die er bijna niets van bevat. In België is ze zeldzaam en beschermd, met de meeste groeiplaatsen in de Kempen en op de hoogvenen van de Ardennen.
Let op: Ronde zonnedauw is zeldzaam en in België beschermd. Pluk haar niet en steek haar nooit uit in de natuur; koop alleen gekweekte planten bij een gespecialiseerde kwekerij. Blijf in venen en op natte heide ook op de paden: de plantjes zijn kwetsbaar.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,08 m breed
Bloei
juni–augustus
| Hoogte | 0,15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kleine, platte bladrozet van 3–8 cm breed. De bloeistengel wordt 5–25 cm hoog.
- Blad
- Ronde bladschijfjes van 0,5–1 cm op lange, behaarde steeltjes, bezet met rode kliertentakels met elk een kleverig druppeltje dat in de zon glinstert als dauw.
- Bloem
- Kleine witte bloempjes van ongeveer 5 mm aan een bladloze stengel die uit het midden van het rozet rechtop groeit. Ze staan in een eenzijdige tros die aan de top opgekruld is, en gaan alleen open in de zon.
- Vrucht/Zaad
- Een klein doosvruchtje met tientallen piepkleine, spoelvormige zaadjes die met wind en water verspreid worden.
- Wortels
- Zwak en weinig vertakt: de plant haalt een deel van haar voedingsstoffen uit gevangen insecten.
- Verwarring met
- Kleine zonnedauw heeft langwerpige, spatelvormige blaadjes en een bloeistengel die zijdelings onder het rozet ontspringt en dan omhoog buigt. Lange zonnedauw heeft lange, smalle blaadjes en is in België uiterst zeldzaam.
Bloei: juni–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van onze weinige vleesetende planten: een levend natuurwonder om aan kinderen te tonen.
- Ze vangt kleine muggen en vliegjes, maar is volkomen onschuldig voor mens en dier.
- Een graadmeter voor gezonde, voedselarme natte natuur: waar ze groeit, is de bodem niet bemest en niet verdroogd.
- In een veenbak of een moerastuintje met regenwater kun je dit zeldzame plantje van dichtbij volgen, met gekweekte planten.
- De glinsterende druppels zijn prachtig in de ochtendzon, van het voorjaar tot in de herfst.
Waar staat een ronde zonnedauw graag?
- In het wild: natte heide, hoogveen, venoevers, vochtige zandige plekken in heidegebieden en tapijten van veenmos.
- Volle zon: in de schaduw of tussen hoge vegetatie verdwijnt ze snel.
- Een natte, zure en zeer voedselarme bodem: veenmos, veen of kaal, nat zand. Nooit kalk of mest.
- In de tuin: alleen in een veenbak, een moerastuintje met folie of een pot in een schotel regenwater, op een zonnige plek.
Mooi samen met
- Veenmos: De natuurlijke bodem: houdt water vast en blijft zuur en voedselarm.
- Dophei: Roze klokjes in de zomer, op dezelfde natte, zure grond.
- Veenpluis: Witte pluizen in mei–juni, typisch voor natte heide.
- Kleine veenbes: Kruipt over het veenmos en draagt rode besjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ronde zonnedauw?
- Koop alleen gekweekte planten of zaad bij een gespecialiseerde kwekerij voor vleesetende planten. Pluk of steek nooit zonnedauw uit in de natuur: de soort is zeldzaam en beschermd.
- Maak een veenbak: een kuip of vijverbak zonder afvoergaten, of een plantgat met folie, gevuld met een mengsel van veenmos en kalkvrij zand.
- Plant in april–mei, op een plek met minstens een halve dag volle zon.
- Zaaien kan ook: strooi het zaad in de herfst of de winter op nat veenmos en laat het buiten de kou doorstaan. Niet bedekken, want het kiemt in het licht.
- Houd alles kletsnat met regenwater. Gebruik nooit kraanwater: de kalk en zouten erin doden de plant op termijn.
- Geef geen mest en voer haar geen vlees: ze vangt zelf genoeg insecten.
Verzorgen
- Water
- Uitsluitend regenwater. De grond moet altijd nat zijn; in de zomer kan een pot in een schotel met 1–2 cm regenwater staan.
- Bemesten
- Nooit. Mest en voedselrijke grond doden de plant of laten mos en gras haar overgroeien.
- Wieden
- Trek gras, pitrus en zaailingen van bomen voorzichtig uit, zodat de rozetjes in de volle zon blijven.
- Veenmos
- Groeit het veenmos over de rozetjes, knip het dan wat terug met een schaartje.
- Zaad laten vallen
- Laat de bloemstengels hun zaad rijpen: in een goede veenbak verschijnen vanzelf nieuwe plantjes.
Tip: Zet een regenton naast je veenbak: zonnedauw sterft niet aan kou, maar wel aan kraanwater en droogte.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig. Je houdt alleen de omgeving open als de plantjes overgroeid raken.
Hoe:
- Laat dode blaadjes gewoon liggen: ze verteren tot nieuwe veenbodem.
- Knip veenmos of grassen weg die het rozet beschaduwen.
- Laat de bloemstengels staan tot het zaad rijp is.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in de herfst of de winter op nat veenmos en zet het buiten: het zaad heeft een koude periode nodig. De kiemplantjes verschijnen in het voorjaar en groeien traag.
- Bladstekken
- Een blaadje plat op nat veenmos onder een doorzichtig deksel geeft na enkele weken soms kleine plantjes. Alleen met gekweekte planten.
Hoe komt een ronde zonnedauw de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- In de herfst trekt ze haar blaadjes in en vormt ze een kleine, stevige winterknop op het veenmos.
- In die rusttoestand overleeft ze strenge vorst; in het voorjaar loopt de knop weer uit.
- Zet haar nooit binnen in de warmte: zonder winterrust gaat ze dood.
Ziektes en plagen
- Kraanwater: Bruine, verdorrende rozetten na een paar maanden: vaak door kalk en zouten. Spoel de bak met veel regenwater en gebruik voortaan alleen regenwater.
- Uitdroging: Al één hete, droge week kan de plantjes doden. Controleer in de zomer dagelijks het waterpeil.
- Overgroeiing: Gras, pitrus of veenmos schaduwt de plantjes weg. Regelmatig voorzichtig uitdunnen.
- Bladluis: Soms op de bloemstengels. Afspoelen met regenwater; geen sprays gebruiken.
Het jaar rond
- Januari: Winterrust. Geen warmte, wel nat houden met regenwater.
- Maart: De winterknop loopt uit. Gras en mos rond de plantjes wegknippen.
- April: Nieuwe blaadjes met druppels. Planten in een veenbak.
- Mei: Volop vangst van kleine insecten. Dagelijks het water controleren.
- Juni: Bloeistengels verschijnen; eerste bloemen bij zonnig weer.
- Juli: Bloei. Regenwater bijvullen bij droogte.
- Augustus: Laatste bloemen; het zaad rijpt.
- September: Zaad oogsten of laten vallen.
- Oktober: De blaadjes worden kleiner; de winterknop vormt zich. Zaaien op nat veenmos.
- November: Winterknop. Laat de bak buiten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Charles Darwin bestudeerde zonnedauw jarenlang en wijdde er een groot deel van zijn boek over insectenetende planten (1875) aan.
- De tentakels buigen zich traag naar een gevangen insect toe en het blad kan zich er gedeeltelijk omheen vouwen; daarna verteren enzymen de prooi.
- De naam Drosera komt van het Griekse droseros, bedauwd. De Franse naam rossolis komt van het Latijnse ros solis, ‘zonnedauw’.