
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Grasachtige plant · Cypergrassenfamilie (Cyperaceae)
Veenpluis
Eriophorum angustifolium
In andere talen: Linaigrette à feuilles étroites (Français) · Common cottongrass (English)
Komt in België in het wild voor.
Veenpluis is een inheemse plant uit de cypergrassenfamilie van 20–60 cm die met kruipende wortelstokken losse groepen vormt in hoogvenen, natte heide, vennen en veenmoerassen. Hij groeit op natte, zure en voedselarme veengrond, vaak tussen veenmos of in ondiep water. In België is hij vrij zeldzaam: je ziet hem vooral in vennen en natte heide in de Kempen en in de hoogvenen van de Ardennen, zoals de Hoge Venen. Van mei tot in juli is hij onmiskenbaar: aan elke stengel hangen meerdere witte, katoenachtige pluizen die van ver oplichten. Het is een kenmerkende plant van echte, natte venen en een goed teken van een gezond veen.
Let op: Veenpluis is in België vrij zeldzaam en groeit in kwetsbare venen. Pluk geen pluizen, steek nooit planten uit in het wild en blijf in venen op de paden. Koop hem alleen bij een kwekerij.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Rechtopstaand cypergras van 20–60 cm dat met kruipende wortelstokken losse groepen vormt, geen dichte pollen.
- Blad
- Smal, 2–6 mm breed, gootvormig, met een lange, driekantige punt; in de herfst rood tot paarsbruin.
- Bloem
- In april–mei 3–7 hangende aartjes op ongelijk lange, gladde steeltjes aan de top van de stengel; onopvallend bruingroen, met gele helmknoppen.
- Vrucht/Zaad
- Na de bloei groeien de borstels rond elk bloempje uit tot witte haren van 3–5 cm: de pluizen. Daartussen zitten kleine, bruine nootjes die in juni–juli met de pluis verwaaien.
- Stengel
- Rond, bovenaan stomp driekantig, glad en zonder knopen.
- Verwarring met
- Eenarig wollegras vormt dichte pollen en draagt maar één rechtopstaande pluis per stengel. Breed wollegras heeft bredere, vlakke bladeren en ruwe aarsteeltjes en groeit op kalkrijkere grond; in België is het zeer zeldzaam.
Bloei: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Van mei tot juli spectaculaire witte pluizen die een natte hoek of vijverrand doen oplichten.
- Wollegrassen, vooral eenarig wollegras, zijn de waardplant van het veenhooibeestje, een zeldzame vlinder van hoogvenen.
- Een pionier op kale, natte veengrond: hij helpt bij het herstel van venen en vennen.
- Het smalle blad kleurt in de herfst rood tot paarsbruin.
- Een stukje echt veen in je tuin: in een veentuintje of aan een vijver met regenwater.
- Vroeger gebruikte men de pluis plaatselijk om kussens te vullen en als lampenpit.
Waar staat een veenpluis graag?
- In het wild: hoogvenen, natte heide, randen van vennen, veenmoerassen en natte, zure graslanden.
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij nauwelijks.
- Natte tot zeer natte, zure en voedselarme grond, liefst veen of humusrijk zand; verdraagt ondiep water tot ongeveer 5–10 cm.
- In de tuin: in een veentuintje of aan de ondiepe rand van een vijver met regenwater, nooit op kalkrijke of bemeste grond.
Mooi samen met
- Dopheide: Roze klokjes in juli–augustus op dezelfde natte, zure grond.
- Ronde zonnedauw: Klein vleesetend plantje dat in veenmos tussen het veenpluis groeit; alleen van een kwekerij.
- Wateraardbei: Donkerrode bloemen in juni–juli aan de rand van zure vennen.
- Veenmos: Houdt water vast als een spons en vormt de basis van een echt veentuintje; haal het nooit uit het wild.
- Moerasviooltje: Lila viooltjes in april–mei op natte, zure grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een veenpluis?
- Koop planten bij een kwekerij van water- of inheemse planten. Steek nooit planten uit en pluk geen pluizen in het wild.
- Plant in april–juni in natte grond of in ondiep water van 0–5 cm.
- Maak voor een veentuintje een kuil van 30–40 cm diep, leg er vijverfolie in met een paar kleine gaatjes en vul hem met een arm, zuur mengsel van zand en turfvrije potgrond voor zuurminnende planten of bladaarde. Gebruik geen turf: turfwinning vernietigt de venen waar veenpluis groeit.
- Plant op 30–40 cm van elkaar, of 6–9 planten per m²; ze groeien snel aaneen.
- Houd de grond altijd nat met regenwater, nooit met kraantjeswater: dat is te kalkrijk.
- Zaaien kan ook: zaai vers zaad in de zomer of herfst op natte, zure grond, dek het niet af en laat de bak buiten overwinteren.
Verzorgen
- Water
- Altijd nat houden met regenwater; vul in droge zomers bij uit de regenton.
- Bemesten
- Nooit: veenpluis groeit alleen op voedselarme grond, en mest maakt plaats voor grassen en pitrus.
- Wieden
- Trek kiemplanten van pitrus, berk, wilg en grassen tijdig uit, voor ze het veenpluis overgroeien.
- Zon
- Houd de plek open en zonnig: snoei overhangende takken terug.
- Woekeren
- In een klein veentuintje kan hij flink uitbreiden. Steek in het voorjaar stukken wortelstok af als het te veel wordt.
Tip: Geef veenpluis alleen regenwater en geen korreltje mest: arm, zuur en altijd nat is het geheim van een tuin vol witte pluizen.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen; het is niet verplicht.
Hoe:
- Knip het dode, bruine blad af tot een paar centimeter boven de grond, of laat het gewoon staan.
- Haal het afgeknipte blad weg, zodat de grond niet rijker wordt.
- Laat de pluizen in juni–juli staan: zo verwaait het zaad en geniet je er langer van.
Let op: Knip niet meer vanaf april: dan komen de bloemaartjes al tevoorschijn.
Vermeerderen
- Delen
- In april–mei stukken wortelstok met een paar scheuten afsteken en elders in natte, zure grond planten.
- Zaad
- Verzamel in juni–juli rijp zaad met pluis van je eigen planten. Zaai op natte, zure grond, dek niet af en laat buiten overwinteren; de kieming is traag.
Hoe komt een veenpluis de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Het blad kleurt in de herfst rood tot paarsbruin en sterft af; de wortelstokken overwinteren in de natte grond.
- Zeer winterhard: hij groeit tot in het noordpoolgebied.
- Al vroeg in het voorjaar lopen nieuwe scheuten uit, en in april verschijnen de eerste bloemen.
- Laat het dode blad in de winter staan: insecten en spinnen schuilen erin.
Ziektes en plagen
- Geen pluizen: Te veel schaduw of te rijke grond. Zet hem in volle zon op arme, natte grond.
- Uitdrogen: Valt de grond droog, dan verdort hij. Houd een veentuintje altijd nat met regenwater.
- Kalk en mest: Kraantjeswater, kalk en mest maken de grond te rijk: hij kwijnt weg en wordt overgroeid. Gebruik alleen regenwater en nooit mest.
- Overgroeien: Pitrus, grassen en jonge boompjes groeien hem voorbij. Wied ze tijdig met de hand.
Het jaar rond
- Maart: Dood blad wegknippen (mag ook blijven staan).
- April: Nieuwe scheuten en de eerste bloemaartjes. Planten.
- Mei: Bloei; de eerste witte pluizen verschijnen. Planten of delen.
- Juni: Volop witte pluizen.
- Juli: Het zaad verwaait. Zaad verzamelen van eigen planten.
- Augustus: Bijvullen met regenwater bij droogte.
- Oktober: Het blad kleurt rood tot paarsbruin.
- December: Rust; de wortelstokken overwinteren in de natte grond.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Eriophorum komt van het Griekse erion, wol, en phoros, dragend: ‘woldrager’. Angustifolium betekent ‘smalbladig’.
- De witte pluis bestaat uit de uitgegroeide borstels rond elk bloempje; ze laat het zaad met de wind ver over het veen zweven.
- Ondanks de Engelse naam cottongrass, ‘katoengras’, is veenpluis geen gras maar een cypergras, familie van de zeggen.