
Foto: Ivar Leidus, CC BY-SA 4.0 · bron
Kruidachtige plant · Ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
Gewone reigersbek
Erodium cicutarium
In andere talen: Érodium à feuilles de ciguë (Français) · Common stork’s-bill (English)
Komt in België in het wild voor.
Gewone reigersbek is een een- tot tweejarige plant uit de ooievaarsbekfamilie met fijn verdeelde, varenachtige bladeren en kleine, roze bloemen. Je vindt hem vooral op droge, zandige grond: in de duinen, op zandige akkers en bermen, in schrale graslanden, op spoorwegterreinen en tussen klinkers. In België is hij algemeen aan de kust en in de zandstreken, elders minder. Herken hem aan het platte rozet van gevinde, behaarde bladeren, de schermpjes van roze tot lila bloemen met vijf kroonblaadjes en vooral aan de lange, spitse vruchten die op de snavel van een reiger lijken. Die vruchten splitsen in vijf delen met een spiraalvormig gedraaide staart, die het zaadje bij wisselend vocht letterlijk de grond in schroeft. Bijen en zweefvliegen bezoeken de bloemen, en de rupsen van het bruin blauwtje eten van het blad.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
april–september
| Snoeimaanden | september |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Een- tot tweejarige plant met een plat rozet en liggende tot opstijgende, behaarde stengels van 10–40 cm, vaak wat kleverig.
- Blad
- Gevind, 3–15 cm lang, met diep ingesneden deelblaadjes, waardoor het blad varenachtig of fijn als peterselie lijkt; behaard.
- Bloem
- Roze tot lila, soms wit, 1–1,5 cm, met vijf kroonblaadjes, met 2–12 samen in een schermpje op een lange steel. Soms hebben de twee bovenste kroonblaadjes een donkere vlek aan de voet. De kroonblaadjes vallen snel af. Bloei van april tot september.
- Vrucht/Zaad
- Een lange, rechte snavel van 2–4 cm die bij rijpheid splitst in vijf deelvruchtjes, elk met een spiraalvormig gedraaide staart. Die staart windt zich op bij droog en ontrolt bij vochtig weer, en boort het zaadje zo de grond in.
- Wortels
- Een dunne penwortel; jonge planten zijn makkelijk uit te trekken.
- Verwarring met
- Ooievaarsbekken, zoals zachte ooievaarsbek, hebben ronde, handvormig gelobde bladeren in plaats van gevinde. Muskusreigersbek, vooral aan de kust, heeft grotere, minder diep ingesneden deelblaadjes en ruikt naar muskus.
Bloei: april–september · Snoeien: september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit bijna het hele seizoen, van april tot september, met kleine roze bloemen voor bijen, hommels en zweefvliegen.
- Waardplant van het bruin blauwtje, een vlinder van droge, schrale plekken.
- De snavelvruchten met hun schroefstaart zijn een klein wonder om aan kinderen te tonen.
- Een echte pionier voor zandgrond, grindtuinen en schrale bermen, waar weinig andere planten gedijen.
- Blijft laag en is makkelijk in toom te houden: een vriendelijk ‘onkruid’ tussen tegels en in grind.
Waar staat een gewone reigersbek graag?
- In het wild: duinen, zandige akkers en akkerranden, schrale bermen, droge graslanden, spoorwegterreinen, zandpaden en voegen in bestrating.
- Volle zon.
- Droge, voedselarme, goed doorlatende grond: zand of grind, kalkrijk of licht zuur.
- In de tuin: een grindtuin, een zandige rand, een groendak, tussen terrastegels of in een schrale bloemenweide op zand.
Mooi samen met
- Vroegeling: Bloeit in februari–april, voor de reigersbek op gang komt.
- Zachte ooievaarsbek: Een verwant met roze bloempjes en ook waardplant voor het bruin blauwtje.
- Muurpeper: Gele kussentjes op hetzelfde droge zand.
- Grasklokje: Blauwe klokjes in de zomer, voor dezelfde schrale grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gewone reigersbek?
- Koop zaad bij een kwekerij voor inheemse planten of verzamel in de zomer wat rijp zaad in je eigen tuin; graaf nooit planten uit in het wild.
- Zaai in augustus–september of in maart–april rechtstreeks ter plaatse op kale, zandige grond, 0,5 cm diep. Door zijn penwortel verplant hij slecht.
- Hark de grond eerst los en verwijder gras en wortelonkruid: hij heeft open plekjes nodig.
- Dun de zaailingen uit tot 20–30 cm van elkaar, of laat ze in losse groepjes staan.
- Houd de grond vochtig tot de kiemplantjes er zijn; daarna is water geven niet meer nodig.
- Niet bemesten en geen compost toevoegen: op arme grond blijft hij compact en bloeit hij het langst.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig: hij verdraagt droogte uitstekend.
- Bemesten
- Niet doen: op rijke grond wordt hij verdrongen door grassen en ander groen.
- Zaad laten vallen
- Laat de snavelvruchten rijpen: zo zaait hij zichzelf uit en komt hij elk jaar terug.
- Open houden
- Krab in de nazomer een paar kale plekjes open, zodat er nieuwe planten kunnen kiemen.
- Woekeren
- Komt hij op plekken waar je hem niet wilt, trek dan de jonge rozetten uit; de penwortel laat makkelijk los.
Tip: Zaai hem rechtstreeks op de plek waar hij moet groeien, op kale, zandige grond, en laat hem daarna zijn gang gaan: met zijn zelfborende zaadjes houdt hij zichzelf jarenlang in stand.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: september.
Wanneer: Snoeien is niet nodig; in een bloemenweide op zand maai je in september.
Hoe:
- Hij blijft laag en sterft na de zaadzetting vanzelf af: knippen is niet nodig.
- Uitgedroogde, afgestorven planten trek je in de herfst uit, nadat ze hun zaad hebben laten vallen.
- In een bloemenweide op zand maai je in september en voer je het maaisel af, zodat de grond schraal blijft.
Vermeerderen
- Zaad
- Hij zaait zichzelf uit. Verzamel rijpe deelvruchtjes in juni–september, voor ze wegspringen, en zaai ze in augustus–september of in het voorjaar ter plaatse.
Hoe komt een gewone reigersbek de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Planten die in de nazomer kiemen, overwinteren als een plat, groen rozet.
- Winterhard, tot ongeveer −20 °C; vooral natte, zware grond is in de winter een probleem.
- De oude planten van het afgelopen jaar verdwijnen; hun zaadjes zitten dan al in de grond.
Ziektes en plagen
- Overgroeid: Op rijke grond verliest hij het van grassen. Houd de grond schraal en open.
- Te veel zaailingen: Tussen tegels of in een border kan hij flink uitzaaien. Wied de rozetten in het voorjaar uit waar je ze niet wilt.
- Natte grond: Op natte, zware grond rot hij weg. Kies een droge, zandige plek.
- Bladluis: Soms op jonge scheuten; lieveheersbeestjes en larven van zweefvliegen ruimen ze op.
Het jaar rond
- Maart: Zaaien ter plaatse. Overwinterde rozetten groeien weer.
- April: De eerste roze bloemen.
- Mei: Volle bloei. De eerste bruine blauwtjes vliegen.
- Juni: Bloei en de eerste snavelvruchten. Zaad verzamelen.
- Juli: Bloei. Rupsen van het bruin blauwtje eten van het blad.
- Augustus: Bloei. Zaaien op kale, zandige plekken.
- September: Laatste bloemen. Een bloemenweide op zand maaien en het maaisel afvoeren.
- Oktober: Afgestorven planten opruimen. Nieuwe rozetten verschijnen.
- December: De rozetten overwinteren.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Erodium komt van het Griekse erōdios, reiger, naar de lange, snavelvormige vruchten. Cicutarium betekent ‘als Cicuta’, de waterscheerling, naar de fijn ingesneden bladeren.
- De staart van elk deelvruchtje windt zich op bij droog weer en ontrolt bij vocht. Door die beweging schroeft het zaadje zich als een kurkentrekker in de grond.
- Als de vrucht rijp is, springt hij open en schiet hij de deelvruchtjes een eindje weg van de moederplant.