Vroegeling (Draba verna)

Foto: Andrea Moro, CC BY-SA 4.0 · bron

Kruidachtige plant · Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)

Vroegeling

Draba verna

In andere talen: Drave printanière (Français) · Common whitlowgrass (English)

Komt in België in het wild voor.

Vroegeling is een piepklein, eenjarig plantje uit de kruisbloemenfamilie en een van de allereerste bloeiers van het jaar. Het groeit op open, droge en zandige plekken: in duinen, op zandgrond, op muren, tussen straatstenen, op spoorwegterreinen, grindpaden en in schrale bermen. In België is het algemeen, maar het valt nauwelijks op, want de hele plant is vaak niet hoger dan 5–10 cm. Herken het aan het rozetje van kleine, behaarde blaadjes, de bladloze stengeltjes met witte bloempjes waarvan de vier kroonblaadjes diep in tweeën gespleten zijn, en de platte, ovale hauwtjes. Al in februari–maart, als er nog bijna niets bloeit, vinden kleine bijen, vliegjes en zweefvliegen er een eerste hapje. In mei is het plantje alweer verdwenen: het overleeft de zomer als zaad.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,1 m

    hoog, 0,05 m breed

  • Bloei

    februari–mei

Feiten op een rij
Hoogte0,1 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeifebruari–mei

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Piepklein eenjarig plantje van 2–20 cm, meestal 5–10 cm, met een vlak bladrozetje en één of meer dunne, bladloze bloeistengeltjes.
Blad
Alleen in een rozet: lancet- tot spatelvormige blaadjes van 0,5–2 cm, met een gave of licht getande rand, behaard met gevorkte of stervormige haartjes.
Bloem
Wit, 3–6 mm, met vier kroonblaadjes die elk diep in tweeën gespleten zijn, zodat het op acht blaadjes lijkt. Bloei van februari tot mei. Bij slecht weer en ’s nachts knikken en sluiten de bloempjes.
Vrucht/Zaad
Platte, ovale hauwtjes van 3–9 mm op lange steeltjes, met veel heel kleine zaadjes. Als ze openspringen, blijft een zilverig, doorschijnend tussenschotje achter.
Wortels
Een dun, kort worteltje: het plantje laat bij de minste trek los.
Verwarring met
Zandraket heeft hele, niet gespleten kroonblaadjes en lange, smalle hauwen. Kleine veldkers heeft gevinde blaadjes en lange, rechtopstaande hauwen. Alleen vroegeling heeft gespleten kroonblaadjes en korte, platte hauwtjes.

Bloei: februari–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de eerste bloemen van het jaar: al in februari–maart een beetje nectar en stuifmeel voor kleine bijen, vliegjes en zweefvliegen.
  • Een echt plantje van de stad en de oprit: het groeit waar bijna niets anders groeit, tussen stenen en op muren.
  • Neemt geen plaats in: in mei is het verdwenen, net als andere planten de ruimte nodig hebben.
  • Een mooi voorbeeld van hoe planten de droge zomer ontwijken: kiemen in de herfst, bloeien in het voorjaar en overleven als zaad.
  • Gratis en vanzelf: wie voegen en grindpaden pas in juni wiedt, krijgt het elk jaar terug.

Waar staat een vroegeling graag?

  • In het wild: duinen, open zandgrond, droge graslanden, muren, rotsjes, spoorwegterreinen, grindpaden en voegen in bestrating.
  • Volle zon, op een open plek zonder hoog gras.
  • Droge, voedselarme, zandige of grindrijke grond; ook op kalk en in oude muren.
  • In de tuin: een grindtuin, tussen terrastegels of klinkers, op een groendak, een muurtje of een zandige rand.

Mooi samen met

  • Muurpeper: Gele kussentjes tussen de stenen, die bloeien als vroegeling allang verdwenen is.
  • Zandhoornbloem: Nog een piepklein voorjaarsplantje van open zand.
  • Gewone reigersbek: Bloeit op hetzelfde zand, van april tot in de zomer.
  • Grote tijm: Geurige, paarse kussentjes voor een zonnige grindtuin.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een vroegeling?

  1. Meestal hoef je het niet te zaaien: het komt vanzelf als je open, zandige plekjes en voegen niet wiedt of afspuit.
  2. Wil je het toch zaaien, koop zaad bij een kwekerij voor inheemse planten of neem in mei een paar rijpe hauwtjes uit je eigen tuin of die van een buur. Haal geen planten uit het wild.
  3. Zaai in september–oktober: strooi het stoffijne zaad op kale, zandige grond of in voegen en druk het aan; niet afdekken.
  4. Geef bij droog weer na het zaaien af en toe een beetje water, tot de kiemplantjes er zijn.
  5. Niet bemesten, geen compost en geen mulch: dan verdwijnen de open plekjes die het nodig heeft.
  6. Verplanten heeft weinig zin: het plantje leeft kort en heeft een teer worteltje.

Verzorgen

Water
Niet nodig: het groeit en bloeit in het natte voorjaar en is in de zomer al verdwenen.
Bemesten
Niet doen: op rijke grond groeien andere planten eroverheen.
Wieden
Wied voegen en grindpaden niet in februari–mei, of wied voorzichtig rond de rozetjes.
Zaad laten vallen
Het overleeft alleen als zaad: laat de plantjes in mei afsterven en hun zaad verspreiden.
Open houden
Krab de plek in de zomer één keer licht op, zodat er kale plekjes blijven waar het zaad in de herfst kan kiemen.

Tip: Wacht met het wieden van je oprit, terras en grindpaden tot juni: dan heeft de vroegeling al gebloeid en zaad gezet, en komt hij elk voorjaar terug.

Snoeien en maaien

Wanneer: Niet nodig.

Hoe:

  • Snoeien of afknippen is niet nodig: na de zaadzetting in mei sterft het plantje vanzelf af.
  • Laat de dode plantjes liggen; ze verdwijnen binnen een paar weken.
  • Maai of wied grindpaden en voegen pas in juni, nadat het zaad gevallen is.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Het zaait zichzelf uit. Verzamel in mei rijpe hauwtjes, bewaar ze droog en strooi het zaad in september–oktober op open, zandige grond.

Hoe komt een vroegeling de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Het zaad kiemt in de herfst; de kleine rozetjes overwinteren tussen de stenen of op het zand.
  • Volledig winterhard: de rozetjes verdragen strenge vorst.
  • In zachte winters bloeien de eerste plantjes al in februari.

Ziektes en plagen

  • Uitgewied: Het wordt vaak als onkruid uitgekrabd. Wied voegen pas in juni, of laat een paar plekken ongemoeid.
  • Overgroeid: In hoog gras of onder een laag compost verdwijnt het. Houd de plek schraal en open.
  • Hogedrukreiniger en branden: Afspuiten en onkruid branden halen niet alleen mos maar ook rozetjes en zaad weg. Laat in het voorjaar een paar stroken ongemoeid.

Het jaar rond

  • Februari: De eerste bloempjes bij zacht weer.
  • Maart: Volle bloei: kleine bijen en vliegjes op de bloempjes.
  • April: Bloei en de eerste hauwtjes. Voegen nog niet wieden.
  • Mei: Het zaad rijpt en valt; de plantjes sterven af. Hauwtjes verzamelen.
  • Juni: Voegen en grindpaden wieden: het zaad ligt al in de grond.
  • September: Zaaien op open, zandige plekken.
  • Oktober: Kiemplantjes en jonge rozetjes verschijnen.
  • December: De rozetjes overwinteren.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Elk van de vier kroonblaadjes is diep gespleten, waardoor het lijkt alsof het bloempje acht blaadjes heeft.
  • De Engelse naam whitlowgrass verwijst naar een oud geloof dat het plantje een fijt zou genezen, een ontsteking aan de vinger die in het Engels whitlow heet.
  • Het is een echte wintereenjarige: het kiemt in de herfst, bloeit in het vroege voorjaar en is in mei alweer verdwenen, zodat het de droge zomer als zaad doorbrengt.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…