
Foto: Oscar den Uijl, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Gentiaanfamilie (Gentianaceae)
Klokjesgentiaan
Gentiana pneumonanthe
In andere talen: Gentiane pneumonanthe (Français) · Marsh gentian (English)
Komt in België in het wild voor.
De klokjesgentiaan is een inheemse, overblijvende plant van natte heide, vochtige heischrale graslanden en venoevers op arme, zure zand- of veengrond. In België is hij zeldzaam geworden en vooral nog te vinden in de Kempen. Van eind juli tot in september vallen zijn diepblauwe, trechtervormige bloemen op tussen de dopheide en het pijpenstrootje: 2,5–5 cm lang, met vijf groenige strepen aan de buitenkant. De plant is onmisbaar voor het gentiaanblauwtje, een zeldzame vlinder die zijn eitjes op de bloemknoppen legt. Wie een natte, zure tuin heeft, kan hem met wat geduld kweken in een heidetuin of moerasbed.
Let op: Zeldzame en bedreigde soort: pluk of graaf hem nooit in het wild en blijf in heidegebieden op de paden, zeker in de bloeitijd, zodat je ook de eitjes van het gentiaanblauwtje niet beschadigt. Koop planten of zaad alleen bij een kwekerij.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | oktober–november |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende plant van 15–40 cm, met één of enkele rechtopgaande, meestal onvertakte stengels uit een korte wortelstok.
- Blad
- Smal lijn- tot lancetvormig, 2–4 cm, tegenoverstaand, met één duidelijke nerf; donkergroen en kaal.
- Bloem
- Van eind juli tot september één tot enkele trechtervormige bloemen van 2,5–5 cm aan de top en in de bovenste bladoksels; diep azuurblauw, binnenin met groenige stippen, buitenkant met vijf groenige strepen. Ze gaan dicht bij somber weer en ’s nachts.
- Vrucht/Zaad
- Een langwerpige doosvrucht met talloze heel kleine zaadjes die in de herfst rijpen.
- Wortels
- Een korte wortelstok met vrij dikke wortels.
- Verwarring met
- Grasklokje heeft kleinere, hangende, lichtblauwe klokjes en groeit op drogere grond. Kruisbladgentiaan heeft brede bladeren en kleinere bloemen in bundels, op kalkgrond. Tuingentianen zoals Gentiana sino-ornata komen niet uit onze natuur en hebben vaak liggende stengels.
Bloei: juli–september · Snoeien: oktober–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Waardplant van het gentiaanblauwtje: de vlinder legt zijn witte eitjes op de knoppen, de rupsjes eten eerst in de bloem en worden daarna door knoopmieren in hun nest opgenomen en gevoerd.
- Diepblauwe bloei laat in de zomer, als de heide in volle bloei staat of al begint uit te bloeien.
- Hommels kruipen helemaal in de bloemen om nectar te halen en bestuiven ze zo.
- Een vlaggenschipsoort van natte heide: waar hij groeit, is het heidelandschap nog in goede staat.
- Een mooie uitdaging voor wie een heide- of moerastuin op zure grond heeft.
Waar staat een klokjesgentiaan graag?
- In het wild: natte en vochtige heide met dopheide, heischrale graslanden, venoevers en blauwgraslanden, op arme, zure zand- of veengrond.
- Hij heeft open, lage vegetatie en veel licht nodig; in hoog gras of onder struiken verdwijnt hij.
- In de tuin: volle zon tot lichte halfschaduw, op vochtige tot natte, zure, voedselarme grond, bijvoorbeeld zand gemengd met zure bladaarde.
- Geschikt voor een heidetuin, de oever van een vijver met zure grond of een grote pot met zure, zandige grond die nooit uitdroogt.
Mooi samen met
- Dophei: De typische heidestruik van natte heide, met roze klokjes op dezelfde zure, natte grond.
- Struikhei: Bloeit tegelijk paars, op iets drogere plekjes in de heidetuin.
- Blauwe knoop: Blauwe bolletjes in augustus–september en een topplant voor vlinders.
- Veenpluis: Witte pluizen in het voorjaar op natte, zure grond.
- Tormentil: Kleine gele bloempjes de hele zomer, op dezelfde arme, zure grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een klokjesgentiaan?
- Graaf of pluk nooit planten in het wild: de soort is zeldzaam en bedreigd. Koop planten of zaad van inheemse herkomst bij een gespecialiseerde kwekerij.
- Zaai in november–januari aan de oppervlakte van zure, zandige zaaigrond en dek niet af: het zaad kiemt in het licht en heeft een koude periode nodig. Zet de pot buiten en hou hem vochtig.
- Kiemplanten groeien traag; verspeen ze pas als ze een paar bladparen hebben en kweek ze een jaar verder in potjes.
- Plant in april–mei met 20–30 cm tussenruimte, liefst in een groepje, op een plek die nooit uitdroogt.
- Geef regenwater, geen kraanwater: kraanwater is vaak kalkrijk en maakt de grond minder zuur.
- Hou de omgeving laag en open, zodat de jonge planten genoeg licht krijgen.
Verzorgen
- Water
- De grond moet altijd vochtig blijven, ook in de zomer. Geef regenwater bij droogte.
- Bemesten
- Nooit: mest en kalk zijn funest. Arme, zure grond houdt hem gezond.
- Maaien
- Maai de omgeving één keer per jaar in oktober–november, na de zaadzetting, en voer het maaisel af.
- Concurrentie
- Trek opschietende berken, braam en te dicht pijpenstrootje weg, zodat de plant niet in de schaduw komt.
- Zaad laten vallen
- Laat de doosvruchten rijpen en openspringen: zo ontstaan op open, vochtige grond rond de plant nieuwe zaailingen.
Tip: Giet altijd met regenwater: zo blijft de grond zuur genoeg, en dat is het belangrijkste geheim voor een gezonde klokjesgentiaan.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: oktober–november.
Wanneer: In oktober–november, na de zaadzetting.
Hoe:
- Laat de stengels na de bloei staan tot de doosvruchten bruin zijn en het zaad verspreid is.
- Knip of maai de droge stengels daarna kort af en voer ze af.
- Schraap af en toe een klein plekje grond open naast de plant: daar kunnen nieuwe zaailingen kiemen.
Let op: Maai nooit in de zomer: dan verdwijnen knoppen, bloemen én de eitjes van het gentiaanblauwtje.
Vermeerderen
- Zaad
- In de herfst rijp zaad oogsten van eigen planten en in november–januari aan de oppervlakte zaaien in zure zaaigrond; buiten laten staan. Het kiemt in het voorjaar; bloei na 2–3 jaar.
- Scheuren
- Oude planten met meerdere stengels kun je in april voorzichtig scheuren. Ze slaan moeizaam aan, dus zaaien is beter.
Hoe komt een klokjesgentiaan de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De stengels sterven in de herfst af; de plant overwintert met knoppen aan de wortelstok, net onder de grond.
- Volledig winterhard, ook bij strenge vorst.
- De rupsen van het gentiaanblauwtje overwinteren intussen in de nesten van knoopmieren.
Ziektes en plagen
- Uitdroging: Op een droge plek verdort de plant in de zomer. Kies een vochtige plek of zet de pot in een schotel met regenwater.
- Slakken: Jonge scheuten en kiemplanten zijn gevoelig. Bescherm ze in het voorjaar.
- Verdringing: Pijpenstrootje, berken en braam groeien hem voorbij. Maai jaarlijks en trek opslag weg.
- Kwijnende groei: Gele bladeren en weinig groei wijzen op te kalkrijke of te voedselrijke grond. Gebruik regenwater en zure, schrale grond.
Het jaar rond
- Januari: Zaaien aan de oppervlakte; de pot buiten laten staan.
- April: Nieuwe scheuten komen boven. Kiemplanten in het oog houden. Planten.
- Mei: Planten. Beschermen tegen slakken.
- Juni: De stengels groeien. Water geven bij droogte.
- Juli: De eerste knoppen en bloemen. Kijk naar witte eitjes van het gentiaanblauwtje.
- Augustus: Volle bloei. Hommels kruipen in de bloemen.
- September: Laatste bloemen en rijpend zaad.
- Oktober: Zaad oogsten. Na de zaadzetting maaien.
- November: Maaisel afvoeren. Zaaien kan.
- December: Rust onder de grond. Zaaien kan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht Gentiana zou genoemd zijn naar Gentius, een koning van Illyrië uit de 2e eeuw voor Christus, die volgens Plinius de gentiaan als eerste gebruikte.
- ‘Pneumonanthe’ betekent ‘longbloem’: de plant werd vroeger met de longen in verband gebracht.
- Het gentiaanblauwtje kan alleen overleven waar klokjesgentiaan én de juiste knoopmieren samen voorkomen: de mieren voeden de rups in hun nest tot ze er verpopt.