Siberische lork (Larix sibirica)

Foto: Andrew Kudrin from Novosibirsk, Russia, CC BY 2.0 · bron

Boom · Dennenfamilie (Pinaceae)

Siberische lork

Larix sibirica

In andere talen: Mélèze de Sibérie (Français) · Siberian larch (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

De Siberische lork is een grote, bladverliezende naaldboom uit het noordoosten van Europees Rusland en West-Siberië, tot in het Altaigebergte en Mongolië. Hij vormt er uitgestrekte, lichte bossen in de taiga en verdraagt winters met temperaturen ver onder −40 °C. In België komt hij niet in het wild voor: je ziet hem alleen in arboreta en verzamelingen, want in ons zachte klimaat groeit hij moeizaam. Je herkent hem, zoals elke lork, aan de zachte naalden in bundeltjes op korte zijtakjes, die in de herfst goudgeel kleuren en afvallen, en aan de kleine, rechtopstaande kegels, die bij deze soort dicht behaarde schubben hebben. Zijn hout is harsrijk en duurzaam en is bij ons bekend van gevelbekleding en terrassen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -45 °C

  • Grootte

    25 m

    hoog, 8 m breed

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Snoeimaandendecember–januari
Hoogte25 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeimaart–april

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Grote naaldboom van 20–40 m, met een rechte stam en een smal kegelvormige, later bredere, open kroon. Bij ons blijft hij meestal kleiner.
Naalden
Zacht, 2–4,5 cm, licht- tot frisgroen; in bundeltjes van 20–50 op korte zijtakjes, los en spiraalsgewijs op de nieuwe lange scheuten. In de herfst goudgeel, daarna vallen ze af.
Bloei
In maart–april, met het uitlopen van de naalden: gele mannelijke kegeltjes onder de twijgen en rechtopstaande, roze tot rode vrouwelijke kegeltjes.
Kegels
Eivormig, 2,5–4 cm, rechtop op de takken. De schubben zijn aan de buitenkant dicht en zacht behaard en hebben een gave, iets naar binnen gebogen rand. Rijp in de eerste herfst, maar ze blijven jaren aan de boom hangen.
Twijgen en schors
Jonge twijgen lichtgeel tot strogeel; de schors van oudere bomen is dik, roodbruin tot grijsbruin en diep gegroefd.
Verwarring met
De Europese lork heeft kegels met gladde of maar weinig behaarde schubben. De Japanse lork heeft blauwgroene naalden, roodbruine twijgen en kegels waarvan de schubben aan de top naar buiten krullen, als een roosje. Zekerheid is niet altijd mogelijk: lorken vormen ook onderling kruisingen.

Bloei: maart–april · Snoeien: december–januari

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een naaldboom met seizoenen: frisgroen in het voorjaar, goudgeel in de herfst en kaal in de winter.
  • De lichte kroon laat veel licht door, zodat er onder de boom een rijke ondergroei kan groeien.
  • De zaden in de kegels zijn voedsel voor sijsjes, barmsijzen en kruisbekken.
  • Extreem winterhard: een van de meest koudebestendige bomen ter wereld.
  • Een interessante boom voor een verzameling, om te vergelijken met de Europese en de Japanse lork.

Waar staat een Siberische lork graag?

  • In het wild in de taiga van het noordoosten van Europees Rusland en West-Siberië, tot in het Altaigebergte en Mongolië: in lichte bossen, op rivieroevers en hellingen, in een landklimaat met lange, strenge winters en korte, warme zomers.
  • In de tuin: volle zon; lorken verdragen geen schaduw.
  • Goed doorlatende, niet te voedselrijke grond, van zand tot leem; geen natte grond.
  • Kies een open plek die in het voorjaar laat opwarmt, zoals een noordhelling, maar geen koude laagte waar late nachtvorst blijft hangen.
  • Reken op 8–10 m ruimte: dit is een boom voor een grote tuin, een park of een bosrand.

Mooi samen met

  • Ruwe berk: Ook een lichtminnende pionier uit noordelijke bossen; de witte stammen staan mooi bij de goudgele herfstkleur.
  • Grove den: Een altijdgroene buur uit dezelfde noordelijke bossen, die de winterkaalheid van de lork aanvult.
  • Wilde lijsterbes: Een kleine boom met bessen voor vogels, die naast de lichte lorkenkroon goed gedijt.
  • Blauwe bosbes: Een lage ondergroei voor zure, zandige grond onder de lichte kroon, met bessen voor vogels.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Siberische lork?

  1. Koop een jonge boom van 60–120 cm, met blote wortel of in pot, bij een bosboomkwekerij.
  2. Plant met blote wortel in november–december, of later in de winter bij zacht weer, zolang de boom kaal is: hij loopt al vroeg in het voorjaar uit.
  3. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de wortels, maak de bodem los en zet de boom even diep als hij stond.
  4. Druk de grond goed aan, geef meteen 10–20 liter water en leg mulch rond de voet.
  5. Zet een korte, schuine paal aan de windkant; lorken groeien de eerste jaren snel.
  6. Graaf nooit jonge boompjes uit in een bos: koop ze bij een kwekerij.

Verzorgen

Water
De eerste twee zomers bij droogte elke week een flinke gieter. Daarna redt hij zich.
Bemesten
Niet nodig. Laat het naaldstrooisel onder de boom liggen.
Licht
Geef hem rondom ruimte en plant hem niet onder of vlak naast andere bomen: in de schaduw sterven de takken af.
Late vorst
Loopt een jonge boom na een zachte winter vroeg uit, dek hem dan bij nachtvorst af met vliesdoek.
Ondergroei
Onder de lichte kroon groeien bosplanten en grassen goed; je hoeft er niets te doen.

Tip: Wil je een lork voor een gewone Belgische tuin of bosrand, kies dan liever de Europese of de hybride lork: die groeien in ons zachte klimaat veel beter. De Siberische lork is vooral iets voor een verzameling, op een open plek die in het voorjaar laat opwarmt.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: december–januari.

Wanneer: Zelden nodig. Snoei in december–januari, als de boom kaal is en nog niet uitloopt.

Hoe:

  • Haal dode, gebroken en zieke takken weg, vooral takken met kankers.
  • Hou één doorgaande top: knip bij twee toppen de zwakste weg.
  • De onderste takken kan je geleidelijk wegnemen, een paar per jaar, tegen de stam.

Let op: Snoei niet in het voorjaar: bij ons loopt de Siberische lork al in februari–maart uit en bloeden de wonden dan hars. Zaag nooit de top weg.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Pluk de kegels in de herfst en laat ze op een warme plek openspringen. Bewaar de zaden enkele weken koud en vochtig in de koelkast en zaai ze in maart–april buiten in een bak of zaaibed. Veel zaden zijn leeg: zaai ruim.
Enten
Bijzondere bomen worden op een onderstam van een andere lork geënt; dat is werk voor een kwekerij.

Hoe komt een Siberische lork de winter door?

Winterhard tot −45 °C.

  • Bladverliezend: de naalden kleuren in oktober goudgeel en vallen af; de boom staat de hele winter kaal, met de kegels nog aan de takken.
  • Een van de meest winterharde bomen ter wereld: vorst is voor hem nooit een probleem.
  • Het zwakke punt is bij ons de zachte winter: bij een warme periode in februari of maart loopt hij uit, en een nachtvorst daarna beschadigt de jonge naalden.
  • Sijsjes en kruisbekken halen in de winter de zaden uit de kegels.

Ziektes en plagen

  • Bevroren scheuten: Bruine, slappe jonge naalden en scheuten na een late nachtvorst. De boom loopt meestal opnieuw uit; plant voortaan niet in een koude laagte.
  • Lorkenkanker: Ingezonken, harsende wonden op stam en takken, door de schimmel Lachnellula willkommii. Zaag aangetaste takken weg en plant op een open, luchtige plek; bomen die in een zacht, vochtig klimaat verzwakt zijn, zijn er gevoeliger voor.
  • Mineermotje: Kleine rupsjes van een kokermot vreten in het voorjaar de naalden uit, waardoor de boom bruin lijkt. Hij herstelt meestal vanzelf; mezen eten de rupsjes.
  • Wolluis: Witte, wollige pluisjes op de naalden en twijgen, van een lorkenwolluis. Meestal onschuldig; spuit jonge bomen af met een harde waterstraal.

Het jaar rond

  • Januari: Snoeien als het nodig is. Planten met blote wortel bij zacht weer.
  • Februari: Bij zacht weer kan hij al uitlopen. Jonge bomen bij nachtvorst afdekken met vliesdoek.
  • Maart: Uitlopen en bloei: gele mannelijke en roze vrouwelijke kegeltjes.
  • April: Bloei. Zaaien in een bak.
  • Mei: Frisgroene naalden. Bevroren scheuten wegknippen.
  • Juli: Jonge bomen water geven bij droogte.
  • September: De kegels rijpen. Kegels plukken voor zaad.
  • Oktober: Goudgele herfstkleur.
  • November: De naalden vallen. Planten met blote wortel.
  • December: Snoeien als het nodig is. Sijsjes en kruisbekken in de kegels.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Lorken zijn de enige naaldbomen in onze streken die in de herfst al hun naalden laten vallen. Zo verliezen ze in de lange, bevroren winter geen water via hun naalden.
  • In Rusland bedekken lorkenbossen een enorm gebied: lorken behoren er tot de meest verspreide bomen.
  • Lorkenhout uit Rusland wordt bij ons vaak als ‘Siberisch lariks’ verkocht voor gevelbekleding en terrassen: het is zwaar, harsrijk en van nature vrij duurzaam.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…