Bleke schubwortel (Lathraea squamaria)

Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz, CC BY-SA 4.0 · bron

Kruidachtige plant · Bremraapfamilie (Orobanchaceae)

Bleke schubwortel

Lathraea squamaria

In andere talen: Lathrée écailleuse (Français) · Toothwort (English)

Komt in België in het wild voor.

Bleke schubwortel is een bijzondere bosplant zonder bladgroen: hij leeft als parasiet op de wortels van hazelaar, els, iep, populier, beuk en andere loofbomen. Het grootste deel van de plant zit het hele jaar onder de grond, als een vertakte wortelstok vol vlezige, witte schubben. Alleen in maart–april komen de bleke, roomwitte tot vleeskleurig roze bloeistengels boven het strooisel uit, met alle bloemen naar één kant gericht en een knikkende top. Je vindt hem in vochtige, voedselrijke loofbossen, langs beken en in oude hagen op leem; in België is hij vrij zeldzaam, in Vlaanderen zeldzaam. Voor vroege hommelkoninginnen is hij een welkome nectarbron, en voor wandelaars een van de vreemdste verschijningen van het voorjaarsbos.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,2 m

    hoog, 0,2 m breed

  • Bloei

    maart–mei

Feiten op een rij
Hoogte0,2 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimaart–mei

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvende parasiet zonder bladgroen. Boven de grond alleen bloeistengels van 8–30 cm, vaak in groepjes; de rest van de plant leeft onder de grond.
Blad
Geen groene bladeren. Aan de stengel zitten een paar bleke, vliezige schubben; onder de grond zit de wortelstok vol dikke, witte, vlezige schubbladeren die als tanden over elkaar liggen.
Bloem
Tweelippige buisbloemen van ongeveer 1,5 cm, roomwit tot vleeskleurig roze, soms paarsig aangelopen, met een klokvormige, behaarde kelk. Ze staan in een dichte tros, allemaal naar één kant, met een knikkende top. Van maart tot mei.
Vrucht/Zaad
Een eivormige doosvrucht met enkele zaden. Die kiemen alleen bij de wortels van een geschikte gastboom.
Stengel
Dik, vlezig, wit tot roze en onvertakt. Na de bloei wordt hij bruin en in juni verdort hij helemaal.
Verwarring met
Bremrapen bloeien in de zomer op kruiden en hebben bruinige of gelige bloemen rondom de stengel. Stofzaad is geelachtig en bloeit in de zomer onder beuk en den. Vogelnestje is een bruine orchidee van beukenbossen in mei–juni. Paarse schubwortel, een tuinontsnapping, heeft grote paarse bloemen vlak op de grond.

Bloei: maart–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de eerste nectarbronnen in het voorjaarsbos: hommelkoninginnen bezoeken de bloemen al in maart.
  • Een levend schoolvoorbeeld van een plant zonder bladgroen: hij haalt water, suikers en voedingsstoffen uit de wortels van zijn gastboom.
  • Hij doet zijn gastboom meestal weinig kwaad: een hazelaar met schubwortel groeit gewoon verder.
  • Een typische plant van oude, ongestoorde bossen en hagen met een rijke, vochtige bodem; waar hij groeit, is de bosgrond al lang met rust gelaten.
  • Een verrassende vondst in een oude tuin met hazelaars: heb je hem, koester hem dan.

Waar staat een bleke schubwortel graag?

  • In het wild: vochtige, voedselrijke loofbossen, broekbossen, bosranden, holle wegen, beekoevers en oude hagen, meestal op leem of kalkrijke grond.
  • Altijd in de buurt van een gastboom: meestal hazelaar, ook els, iep, populier, haagbeuk of beuk.
  • Halfschaduw tot schaduw onder bladverliezende bomen, met een losse, humusrijke bodem die nooit uitdroogt.
  • In de tuin: alleen in een oude, rustige houtkant of bosrand met hazelaars en een dikke strooisellaag, waar de grond nooit omgespit wordt.

Mooi samen met

  • Hazelaar: De belangrijkste gastboom: zonder hem geen schubwortel.
  • Bosanemoon: Bloeit tegelijk, in hetzelfde vochtige loofbos.
  • Muskuskruid: Kleine, groene voorjaarsbloeier van dezelfde rijke bosgrond.
  • Slanke sleutelbloem: Gele bloemen naast de bleke trossen, in maart–april.
  • Gele dovenetel: Neemt de bloei over in april–mei en houdt de grond bedekt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een bleke schubwortel?

  1. Je kunt bleke schubwortel niet kopen zoals een gewone tuinplant, want hij kan niet zonder gastboom. Plant dus eerst een inheemse hazelaar of els op een vochtige, beschaduwde plek.
  2. Groeit hij al in je tuin of bij een buur, neem dan in mei–juni een paar rijpe zaden en strooi ze meteen vlak bij de jonge wortels van een hazelaar.
  3. Krab de strooisellaag even open, leg de zaden op de grond, dek ze licht af met bladaarde en houd de plek vochtig.
  4. Heb geduld: het duurt vele jaren voor er een eerste bloeistengel boven de grond komt, en het lukt lang niet altijd.
  5. Laat de grond rond de gastboom met rust: niet spitten, niet harken en geen bladeren weghalen.
  6. Graaf nooit planten of wortelstokken uit in het wild en neem er geen zaad weg: ze overleven het verplanten niet, en de groeiplaatsen zijn kwetsbaar.

Verzorgen

Water
Niet nodig in een vochtige bosgrond. Valt een voorjaar erg droog uit, geef de gastboom dan af en toe een flinke gieter water.
Bemesten
Niet doen. Een laag eigen bladafval is alles wat hij nodig heeft.
Bladlaag
Laat afgevallen bladeren liggen: ze houden de grond koel, vochtig en humusrijk.
Rust
Loop er in maart–mei niet over en spit nooit rond de gastboom. Markeer de plek met een stokje, zodat je hem de rest van het jaar niet beschadigt.
Gastboom
Een hazelaar mag je gerust als hakhout afzetten: zolang de wortels blijven leven, leeft de schubwortel mee. Rooi de gastboom nooit.

Tip: Markeer de plek waar je schubwortel ziet bloeien met een paar takjes: de rest van het jaar is er niets van te zien, en zo spit of plant je er niet per ongeluk in.

Snoeien en maaien

Wanneer: Niet nodig: na de zaadrijping in juni verdorren de stengels vanzelf.

Hoe:

  • Laat de verdorde stengels gewoon liggen; ze vergaan in de bladlaag.
  • Knip niets af tijdens de bloei: de bloeistengels zijn de enige delen boven de grond.
  • Snoei je de gastboom, doe het dan in de winter en laat de wortels ongemoeid.

Let op: Hakhoutbeheer van de hazelaar mag, maar rooi de struik nooit: zonder gastboom sterft de schubwortel.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
In mei–juni rijpe zaden uit de doosvruchten nemen en meteen bij de wortels van een hazelaar of els strooien. Ze kiemen alleen als het kiempje een gastwortel raakt.
Wortelstok
Onder de grond breidt de plant zich langzaam uit langs de wortels van de gastboom. Verplanten lukt in de praktijk niet.

Hoe komt een bleke schubwortel de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Boven de grond is in de winter niets te zien: de plant overwintert als een vlezige wortelstok vol schubben.
  • Al in februari kunnen de eerste bleke knoppen door het strooisel prikken.
  • Volledig winterhard: de wortelstok zit beschermd in de bosgrond, onder een deken van bladeren.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Ze vreten soms aan de jonge, sappige bloeistengels. Op een natuurlijke plek met egels, lijsters en loopkevers blijft het meestal beperkt.
  • Geen bloei: Hij kan jaren onder de grond leven zonder te bloeien, of een jaar overslaan na een droog voorjaar. Geef hem tijd.
  • Verdwenen gastboom: Wordt de hazelaar of els gerooid of sterft hij af, dan verdwijnt de schubwortel ook. Bescherm de gastboom.
  • Vertrappen en spitten: De stengels breken makkelijk en de wortelstok zit ondiep. Leg een paadje om de plek heen.

Het jaar rond

  • Februari: De eerste bleke knoppen kunnen door het strooisel prikken.
  • Maart: Bloeistengels verschijnen. Hommelkoninginnen bezoeken de bloemen.
  • April: Volle bloei. Niet betreden.
  • Mei: Laatste bloemen; de vruchten zwellen.
  • Juni: De zaden rijpen; de stengels worden bruin en verdorren.
  • Oktober: Afgevallen bladeren laten liggen onder de gastboom.
  • December: Eventueel de hazelaar als hakhout afzetten, zonder de wortels te beschadigen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De geslachtsnaam Lathraea komt van het Griekse lathraios, ‘verborgen’: de plant leeft bijna helemaal onder de grond.
  • In de schubbladeren zitten holle kamertjes met klieren. Vroeger dacht men dat de plant er kleine diertjes mee ving en verteerde; nu weet men dat de klieren vooral water afscheiden.
  • De Engelse naam ‘toothwort’ verwijst naar de witte, tandvormige schubben. Volgens de oude signatuurleer zou de plant daarom tegen kiespijn helpen.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…