Spijklavendel (Lavandula latifolia)

Foto: Javier martin, Public domain · bron

Dwergstruik · Lipbloemenfamilie (Lamiaceae)

Spijklavendel

Lavandula latifolia

In andere talen: Lavande aspic (Français) · Spike lavender (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

De spijklavendel is een groenblijvende, grijze dwergstruik uit de lipbloemenfamilie. Hij groeit wild in het westen van het Middellandse Zeegebied, vooral in Spanje en Zuid-Frankrijk, op droge, stenige kalkhellingen, in de garrigue en in open eikenbossen, meestal lager in de bergen dan de echte lavendel. In België groeit hij niet wild, maar in een warme, droge tuin doet hij het goed. Je herkent hem aan het brede, grijsviltige blad, de lange, vaak vertakte bloemstengels met smalle, lichtlila aren en de scherpe, kamferachtige geur. Hij bloeit later dan de echte lavendel, van juli tot in september, en is dan een drukbezochte nectarbron voor bijen, hommels en vlinders.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Winterhard

    tot -12 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    juli–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril en september
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeijuli–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Groenblijvende, compacte, onderaan houtige dwergstruik van 30–60 cm, met bloemstengels die tot ongeveer 80 cm hoog reiken.
Blad
Tegenoverstaand, langwerpig tot spatelvormig, 3–6 cm, duidelijk breder dan bij echte lavendel, grijsgroen en dicht viltig behaard. Ruikt bij het kneuzen naar kamfer.
Bloem
Kleine, lichtlila tot grijsblauwe lipbloempjes in slanke aren op lange, kale stengels. De stengels zijn vaak vertakt, met twee kleinere zijaren onder de hoofdaar. Smalle, groene schutblaadjes. Bloei in juli–september.
Vrucht/Zaad
Vier kleine, bruine nootjes in de blijvende kelk, rijp in de herfst.
Wortels
Een diepe, houtige wortel: oudere planten verdragen verplanten slecht.
Verwarring met
Echte lavendel (Lavandula angustifolia) heeft smallere bladeren, onvertakte stengels met één aar en brede, bruine schutblaadjes, en bloeit vroeger, in juni–juli. Lavandin (Lavandula × intermedia), een kruising van beide, wordt groter, met lange aren op vaak vertakte stengels. Kuiflavendel (Lavandula stoechas) heeft dikke aren met paarse ‘oortjes’ bovenaan.

Bloei: juli–september · Snoeien: april en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Late bloei van juli tot in september, als veel andere lavendels al uitgebloeid zijn: welkome nectar voor honingbijen, hommels en wilde bijen.
  • Ook vlinders zoals koolwitjes en dagpauwogen komen op de bloemen af.
  • Groenblijvend, grijs blad dat het hele jaar structuur geeft aan een grindtuin of droge border.
  • Verdraagt hitte en droogte zodra hij geworteld is: een klimaatbestendige plant die bijna geen water vraagt.
  • De bloemstengels zijn mooi om te drogen; de geur is scherper en kruidiger dan die van echte lavendel.

Waar staat een spijklavendel graag?

  • In het wild: droge, stenige kalkhellingen, garrigue en open eiken- en dennenbossen, op lagere hoogte dan de echte lavendel.
  • In de tuin: volle zon, warm en beschut, liefst op het zuiden of tegen een zonnige muur.
  • Arme, zeer goed doorlatende grond, kalkrijk tot neutraal: zand, grind of steenslag. Zware, natte klei in de winter is fataal.
  • Mooi in een grindtuin, een rotstuin, langs een zonnig pad of in een grote pot met veel drainage.

Mooi samen met

  • Wilde marjolein: Roze bloemschermen in dezelfde zomer, ook een bijenmagneet op droge grond.
  • Tijm: Een geurige, lage bodembedekker vooraan, die vroeger bloeit.
  • Rozemarijn: Een andere mediterrane struik met dezelfde wensen: zon, grind en geen natte voeten.
  • Kattenkruid: Lavendelblauwe bloei vanaf mei, zodat er al nectar is voor de spijklavendel bloeit.
  • Salie: Grijs blad en paarse bloemen voor een mediterrane kruidenhoek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een spijklavendel?

  1. Koop hem bij een kwekerij of tuincentrum en kijk goed op het etiket: Lavandula latifolia. Haal nooit planten uit het wild, ook niet tijdens een vakantie in Spanje of Frankrijk.
  2. Plant in april–mei, zodat hij voor de winter goed geworteld is.
  3. Maak zware grond lichter met grind of breekzand, of plant op een verhoogd bed. Geef geen compost of mest.
  4. Zet de plant even diep als in de pot, druk de grond aan en geef een goede gieter water.
  5. Reken op 50–60 cm tussen de planten. In een pot gebruik je potgrond gemengd met een derde grind, in een pot met gaten.
  6. Leg een mulch van grind rond de voet, geen schors: die houdt te veel vocht vast.

Verzorgen

Water
De eerste weken na het planten bij droogte. Daarna bijna nooit meer; in een pot af en toe, als de grond helemaal droog is.
Bemesten
Niet doen: mest maakt hem slap, minder geurig en minder winterhard.
Winternat
Natte voeten in de winter zijn gevaarlijker dan vorst. Zet een pot in de winter onder een afdak en dek de plant nooit af met plastic.
Grindmulch
Een laag grind houdt de voet en het onderste blad droog en weerkaatst de warmte.
Oogsten
Knip bloemstengels om te drogen als de eerste bloempjes net open zijn en hang ze ondersteboven op een droge, luchtige plek.

Tip: Plant spijklavendel naast echte lavendel: de echte bloeit in juni–juli, de spijklavendel neemt het over tot in september. Zo hebben de bijen maandenlang geurende lavendel.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: april en september.

Wanneer: Na de bloei, in september, de uitgebloeide stengels wegknippen; in april de plant licht in vorm knippen.

Hoe:

  • Knip in september de uitgebloeide bloemstengels af tot net boven het blad.
  • Knip in april, als de nieuwe groei begint, de bladkussens 2–3 cm in, tot in het groene, bebladerde deel.
  • Houd een ronde, compacte vorm: zo valt de struik niet open en blijft hij jaren mooi.

Let op: Snoei nooit in het kale, oude hout: daar loopt hij niet meer uit. Knip in de herfst ook niet te diep, want dan is hij gevoeliger voor vorst.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
Halfrijpe stekken van 8–10 cm van niet-bloeiende scheuten in augustus–september, in zanderige stekgrond. Laat ze vorstvrij en droog overwinteren en plant ze in het voorjaar uit.
Zaad
Zaai in maart–april binnen bij 15–20 °C, dun en nauwelijks bedekt. Zaailingen kunnen wat van de moederplant verschillen.

Hoe komt een spijklavendel de winter door?

Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.

  • Groenblijvend: het grijze blad blijft de hele winter staan.
  • Minder winterhard dan echte lavendel: tot ongeveer −12 °C op droge grond. Natte grond en vorst samen zijn fataal.
  • Een plant in een pot zet je in de winter tegen een zuidmuur onder een afdak, of vorstvrij in een koele, lichte ruimte.
  • Laat de struik in de winter met rust; knip bevroren toppen pas in april weg.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: De plant verkleurt grijs en sterft af op natte, zware grond. Plant op een verhoogde, grindrijke plek en geef in de winter geen water.
  • Rozemarijnhaantje: Glanzende, groen-paars gestreepte kevertjes en grijze larven vreten aan het blad, vooral van de herfst tot het voorjaar. Schud ze op een krant en ruim ze op.
  • Kaal en houtig: Zonder jaarlijkse snoei valt de plant open en wordt hij onderaan kaal. Snoei elk voorjaar licht en vervang oude, kale planten.
  • Koekoeksspog: Witte schuimklodders op de stengels in mei–juni, met een larve van een schuimcicade erin. Onschuldig; spuit ze af met water als ze je storen.
  • Vorstschade: Bruine, verdorde toppen na een strenge winter. Wacht tot april en knip dan alleen weg wat echt dood is.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Grijs blad in de wintertuin; een pot droog houden.
  • April: Licht in vorm snoeien, tot in het groene deel. Planten.
  • Mei: Planten. Letten op koekoeksspog.
  • Juni: De bloemstengels schieten omhoog.
  • Juli: De bloei begint: bijen en hommels op de lila aren. Stengels oogsten om te drogen.
  • Augustus: Volle bloei. Halfrijpe stekken nemen.
  • September: Laatste bloemen. Uitgebloeide stengels wegknippen. Stekken nemen.
  • Oktober: Niet meer snoeien. Letten op rozemarijnhaantjes.
  • November: Een pot onder een afdak zetten, beschut tegen winternat.
  • December: Rust. Geen water geven.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Latifolia betekent ‘breedbladig’: het blad is breder dan dat van de echte lavendel, die daarom angustifolia, ‘smalbladig’, heet.
  • Waar spijklavendel en echte lavendel in Zuid-Frankrijk samen groeien, kruisen ze van nature. Die kruising, lavandin, wordt nu op veel lavendelvelden in de Provence geteeld.
  • Schilders gebruikten vroeger spijkolie, de olie van deze lavendel, om olieverf en vernis te verdunnen. Spijk en het Franse aspic gaan allebei terug op het Latijnse spica, ‘aar’.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…