
Foto: Luc Viatour, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Dennenfamilie (Pinaceae)
Canarische den
Pinus canariensis
In andere talen: Pin des Canaries (Français) · Canary Island pine (English)
Komt van buiten Europa, maar staat hier veel in tuinen en parken.
De Canarische den is een statige, groenblijvende den die in het wild alleen op de Canarische Eilanden groeit, vooral op Tenerife, La Palma, Gran Canaria en El Hierro. Daar vormt hij uitgestrekte, lichte bossen op de vulkanische hellingen, grofweg tussen 1000 en 2000 m hoogte, vaak in de wolkenzone. Je herkent hem aan de zeer lange, slappe naalden van 20–30 cm, die per drie bij elkaar staan en sierlijk afhangen, en aan de dikke, diep gegroefde schors. Bijzonder is dat hij na een bosbrand opnieuw uitloopt uit stam en takken, iets wat maar weinig dennen kunnen. In België is hij niet winterhard: hier is het vooral een sierlijke kuipplant die je vorstvrij overwintert.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -8 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
25 m
hoog, 8 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | mei |
|---|---|
| Hoogte | 25 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- In het wild een rechte boom van 25–40 m met een eerst kegelvormige, later onregelmatige, open kroon. In een pot blijft hij bij ons 1–3 m.
- Naalden
- Per drie in een schede, 20–30 cm lang, dun en slap, sierlijk afhangend; helder groen tot geelgroen. Jonge planten hebben de eerste jaren losse, blauwgrijze jeugdnaalden.
- Kegels
- Eivormig tot kegelvormig, 10–20 cm, glanzend bruin; ze rijpen in hun tweede jaar. Potplanten vormen bij ons zelden kegels.
- Stam en schors
- Dik, roodbruin tot grijs, met diepe groeven en platen. Op oude stammen zie je vaak korte groene scheuten die uit de stam zelf groeien.
- Wortels
- Een diepe penwortel en wijd uitgespreide zijwortels, aangepast aan droge, losse vulkanische grond.
- Verwarring met
- Parasolden: naalden per twee, 10–20 cm en stijver, met een schermvormige kroon en grote, ronde kegels. Zeeden: naalden per twee, stijf, 15–25 cm. Montereyden: ook naalden per drie, maar korter (8–15 cm) en niet hangend, met scheve kegels.
Bloei: april–mei · Snoeien: mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de mooiste dennen voor wie van lange naalden houdt: jonge planten zijn blauwgroen, oudere frisgroen met hangende naaldbossen.
- Als kuipplant brengt hij een mediterrane sfeer op een zonnig terras of balkon.
- Een boeiend voorbeeld van aanpassing aan vuur: dikke schors en slapende knoppen laten hem na een brand opnieuw uitlopen.
- In zijn thuisland zijn de dennenbossen het leefgebied van de blauwe vinken van Tenerife en Gran Canaria, die nergens anders voorkomen en veel dennenzaad eten.
- Het harsrijke kernhout, ‘tea’ genoemd, is zeer duurzaam en werd op de eilanden gebruikt voor balkons, deuren en plafonds van oude huizen en kerken.
Waar staat een Canarische den graag?
- In het wild: open dennenbossen op vulkanische hellingen van de Canarische Eilanden, vaak in de wolkenzone, op droge, losse, stenige grond.
- Volle zon en warmte; hij verdraagt droogte en wind, maar geen strenge vorst.
- In een pot: een grote kuip met goed doorlatende grond, bijvoorbeeld potgrond met een derde grind of lavakorrels.
- Buiten in de volle grond alleen op de allerzachtste plekken, zoals tegen een zuidmuur in de stad; reken erop dat een strenge winter hem doodt.
- In de winter: een lichte, koele en vorstvrije plek van ongeveer 2–10 °C, zoals een onverwarmde serre of oranjerie.
Mooi samen met
- Kanarische dadelpalm: Nog een kuipplant van de Canarische Eilanden, die je ook vorstvrij overwintert.
- Olijfboom: Grijsgroen blad naast de lange groene naalden op een zonnig terras.
- Rozemarijn: Geurige, droogtebestendige struik voor een pot of een warm, droog plekje.
- Lavendel: Paarse bloemen en een mediterrane geur in de zomer; bijen komen erop af.
- Zonneroosje: Kleurrijke bloemen in de vroege zomer, ook op droge, arme grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Canarische den?
- Koop een jonge plant bij een kwekerij of tuincentrum met mediterrane planten. Haal nooit zaailingen uit het wild, ook niet op vakantie op de Canarische Eilanden.
- Kies een zware, stabiele kuip van minstens 40–50 cm breed met afvoergaten, en leg onderin een laag grind.
- Vul met goed doorlatende potgrond gemengd met grind of lavakorrels en plant even diep als in de oude pot.
- Zet de pot vanaf half mei, na de laatste nachtvorst, op de zonnigste plek van tuin of terras.
- Geef na het planten flink water en laat de grond daarna tussen twee beurten oppervlakkig opdrogen.
- Verpot jonge planten om de twee à drie jaar in april naar een iets grotere pot.
Verzorgen
- Water
- In de zomer regelmatig, zodra de bovenste centimeters droog zijn; laat nooit water in de schotel staan. In de winter heel weinig.
- Bemesten
- In een pot van april tot juli eens per maand een beetje organische mest; in de volle grond niet nodig.
- Overwinteren
- Binnenzetten voor de eerste strenge vorst, meestal in november. Een lichte, koele, vorstvrije plek van 2–10 °C is ideaal; een warme woonkamer is te donker en te droog.
- Buiten zetten
- Vanaf half mei; laat hem eerst een week wennen in de halfschaduw, zodat de naalden niet verbranden.
- Wind
- Een grote pot met een hoge den waait makkelijk om: zet hem beschut of verzwaar de pot met stenen.
Tip: Overwinter de Canarische den licht en koel in plaats van warm: in een onverwarmde serre of een koele, heldere gang blijft hij gezond, in een warme woonkamer verliest hij zijn naalden.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: mei.
Wanneer: Weinig nodig. Wil je hem compact houden, knip dan in mei de nieuwe scheuten (de ‘kaarsen’) in.
Hoe:
- Knip of breek in mei de jonge, nog zachte kaarsen met de helft tot twee derde in: de plant blijft compacter en vertakt beter.
- Haal dode of bruine takken weg tot op gezond hout met naalden.
- Laat bij een jonge plant de topscheut staan, anders verliest hij zijn vorm.
Let op: Snoei niet in kaal hout zonder naalden: in een pot loopt hij daar zelden opnieuw uit, ook al kan een oude boom in het wild dat na een brand wel.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in maart–april binnen of in een serre bij 18–20 °C, in luchtige zaaigrond; de zaden kiemen meestal binnen enkele weken zonder voorbehandeling. Pot de zaailingen apart zodra ze een paar centimeter hoog zijn.
- Stekken
- Lukt bij dennen zelden; zaaien is de gewone manier.
Hoe komt een Canarische den de winter door?
Winterhard tot −8 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: alleen kortstondig bestand tegen enkele graden vorst, rond −8 °C voor een oudere, goed afgeharde plant. In een pot bevriezen de wortels veel sneller.
- Overwinter hem vorstvrij op een lichte, koele plek en geef weinig water.
- Hij blijft groen; wat oudere naalden worden in de winter geel en vallen af, dat is normaal.
- Zet hem in april bij zacht weer al overdag buiten, maar haal hem binnen zolang er nachtvorst dreigt.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruine naalden en dode scheuten na een koude nacht. Tijdig binnenzetten is de enige echte oplossing.
- Wortelrot: Gele naalden en een kwijnende plant door te natte grond, vooral in de winter. Zorg voor afvoergaten, grind in de grond en matig water.
- Spint: In een droge, warme overwinteringsruimte kunnen kleine mijten de naalden dof en grauw maken. Koel overwinteren en af en toe verluchten helpt.
- Naaldval: Veel bruine naalden na het binnenzetten: meestal te weinig licht of een te warme plek. Zet hem lichter en koeler.
- Omwaaien: Een hoge den in een pot vangt veel wind. Verzwaar de pot of zet hem beschut.
Het jaar rond
- Januari: Overwinteren: licht, koel en vorstvrij. Heel weinig water.
- Maart: Zaaien binnen. Op zachte dagen verluchten.
- April: Verpotten indien nodig. Overdag buiten bij zacht weer. Oudere planten kunnen bloeien.
- Mei: Vanaf half mei buiten, eerst in de halfschaduw. Kaarsen innijpen om compact te houden. Bloei.
- Juni: Volle zon. Regelmatig water en maandelijks een beetje mest.
- Juli: Water geven bij hitte. Laatste bemesting.
- Augustus: Water geven. Pot beschermen tegen omwaaien bij onweer.
- Oktober: Minder water. Binnenzetten bij de eerste nachtvorst.
- November: Binnen op een lichte, koele, vorstvrije plek.
- December: Rust. Af en toe controleren op spint en uitdroging.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het kernhout van oude bomen, ‘tea’, zit zo vol hars dat het bijna niet rot. Het werd eeuwenlang gebruikt voor de typische houten balkons en plafonds van Canarische huizen en kerken.
- Na een bosbrand lijken de stammen dood en zwart, maar binnen enkele maanden verschijnen er overal nieuwe groene scheuten op stam en takken.
- De lange naalden vangen druppels uit de mist die door de bossen trekt; dat water drupt op de grond en komt zo het bos ten goede.