Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum)

Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron

Varen · Adelaarsvarenfamilie (Dennstaedtiaceae)

Adelaarsvaren

Pteridium aquilinum

In andere talen: Fougère aigle (Français) · Bracken (English)

Komt in België in het wild voor.

Adelaarsvaren is een van onze grootste inheemse varens, met driehoekige bladen van 1–2 m hoog die afzonderlijk uit een diepe, kruipende wortelstok opschieten. Hij is in België algemeen op zure, zandige of lemige grond: in loof- en naaldbossen, bosranden, kapvlakten, houtkanten en op de heide, vooral in de Kempen en de Ardennen. Je herkent hem aan de lange, kale steel en het twee- tot driemaal geveerde blad dat in de herfst roestbruin kleurt. Hij vormt grote, dichte velden die andere planten verdringen, maar ook schuilplaats bieden aan reeën en vogels. Voor kleine tuinen is hij te woekerend, en hij is giftig voor mens en dier.

Let op: Adelaarsvaren is giftig voor mens en dier en bevat een stof die als kankerverwekkend geldt. Eet hem nooit, ook niet de jonge krulletjes. Vooral paarden, runderen en schapen lopen risico: houd hem uit weides en hooi, en laat kinderen en huisdieren er niet aan knabbelen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 2 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart, juni en augustus
Hoogte1,5 m
Inheems in BelgiëJa

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Bladen staan afzonderlijk of in rijen langs een kruipende wortelstok, niet in een pol; 0,5–2 m hoog, soms tot 3 m.
Blad
Driehoekig, twee- tot driemaal geveerd, stevig en wat leerachtig; ontrolt in mei als een gekrulde bisschopsstaf.
Steel
Lang, kaal en stevig; in een schuine doorsnede van de voet zie je een donker patroon dat aan een adelaar doet denken.
Sporen
Onder de omgerolde bladrand, van juli tot september; niet elk jaar en niet bij elke plant.
Wortels
Diepe, zwarte, vertakte wortelstok die meters ver kan kruipen.
Verwarring met
Mannetjesvaren en wijfjesvaren groeien in een trechtervormige pol vanuit één punt, met korte stelen. Adelaarsvaren heeft losse, driehoekige bladen op lange stelen.

Snoeien: maart, juni en augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Dichte velden bieden schuilplaats aan reeën, vogels en kleine zoogdieren.
  • Het afgestorven, roestbruine blad is in herfst en winter een mooi beeld en een beschutte laag voor insecten en spinnen.
  • Geschikt voor grote, natuurlijke tuinen op zure grond, waar weinig andere planten willen groeien.
  • Enkele gespecialiseerde insecten, zoals bepaalde bladwespen en nachtvlinders, leven van adelaarsvaren.
  • Vroeger een nuttige plant: als strooisel in de stal, als verpakkingsmateriaal en verbrand tot potas voor zeep en glas.

Waar staat een adelaarsvaren graag?

  • In het wild in lichte bossen, bosranden, kapvlakten, houtkanten en op de heide.
  • Zure, droge tot vochtige, goed doorlatende zand- of leemgrond; mijdt kalk en natte, zware grond.
  • Zon tot halfschaduw; in diepe schaduw blijft hij lager.
  • In de tuin: alleen in een grote, natuurlijke tuin of bosrand waar hij mag uitbreiden, met een wortelbegrenzer.

Mooi samen met

  • Wintereik: Een lichte eikenkroon past bij een bosrand op zure grond.
  • Ruwe berk: Lichte schaduw op dezelfde zure zandgrond.
  • Struikhei: Voor een overgang van bosrand naar heide; houd de varen wel in toom.
  • Vingerhoedskruid: Paarse bloemaren op kapvlakten op zure grond.
  • Wilde kamperfoelie: Klimt in de bomen erboven en geurt in de zomer.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een adelaarsvaren?

  1. Denk twee keer na: in een kleine tuin overwoekert hij alles en hij is giftig. Kies dan liever een varen die in een pol groeit, zoals mannetjesvaren.
  2. Koop een plant bij een kweker of neem een stuk wortelstok uit een tuin waar hij weg mag; graaf hem nooit uit in een natuurgebied.
  3. Zet eerst een wortelbegrenzer rondom, zo diep mogelijk en liefst 60 cm of meer, of plant hem in een grote ingegraven kuip.
  4. Plant in maart–april, 5–10 cm diep, in zure, losse grond.
  5. Geef het eerste jaar water bij droogte; daarna niet meer.

Verzorgen

Water
Niet nodig na het eerste jaar.
Bemesten
Niet nodig.
Woekeren
Maai of knip jonge bladen buiten de gewenste plek weg, in juni en opnieuw in augustus; na enkele jaren raakt de wortelstok uitgeput.
Oud blad
Laat het bruine blad in de winter liggen als bescherming; haal het in maart weg als het te dik ligt.
Handschoenen
Draag handschoenen: de stelen zijn taai en de bladranden kunnen snijden.

Tip: Wil je hem kleiner krijgen, maai dan twee keer per zomer, in juni en augustus: één keer maaien is niet genoeg om de wortelstok uit te putten.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart, juni en augustus.

Wanneer: Om hem in toom te houden in juni en augustus; oud blad eventueel in maart weghalen.

Hoe:

  • Knip of maai jonge bladen aan de grond, liefst twee keer per zomer: dat put de wortelstok uit.
  • Knakken of kneuzen van de stelen werkt ook en wordt in natuurgebieden toegepast.
  • Voer het maaisel af; het verteert traag.
  • Haal in maart het afgestorven blad weg waar het te dik ligt; laat elders een deel liggen voor insecten.

Let op: Draag handschoenen en lange mouwen, en maai bij voorkeur voor de sporen rijp zijn.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Wortelstok
De belangrijkste manier: de wortelstok kruipt ondergronds verder. In maart kun je een stuk met een knop afsteken en elders planten.
Sporen
Verspreidt zich ook met sporen, maar jonge plantjes uit sporen zie je in de natuur maar zelden.

Hoe komt een adelaarsvaren de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Het blad sterft bij de eerste nachtvorst af en kleurt roestbruin.
  • De dode bladen blijven als een bruine laag staan of liggen: beschutting voor insecten, muizen en vogels.
  • De wortelstok overwintert diep in de grond en is volledig winterhard; jonge bladen zijn wel gevoelig voor late vorst.

Ziektes en plagen

  • Woekeren: Verovert grote oppervlaktes. Twee keer per zomer maaien en een wortelbegrenzer helpen.
  • Giftig voor dieren: Paarden, runderen en schapen die ervan eten, worden ziek. Houd hem uit weides en hooi.
  • Late vorst: Jonge, ontrollende bladen bevriezen in mei. De plant loopt opnieuw uit.
  • Verdringen van heide: Op de heide overgroeit hij struikhei. Maai jonge bladen tijdig.

Het jaar rond

  • Maart: Oud blad weghalen waar nodig. Planten.
  • April: Planten.
  • Mei: Jonge bladen ontrollen als krulletjes.
  • Juni: Jonge bladen maaien waar hij niet mag staan.
  • Juli: Bladen volgroeid. Sporen vormen zich.
  • Augustus: Tweede maaibeurt waar hij te ver gaat.
  • Oktober: Het blad kleurt roestbruin.
  • November: Bruin blad laten liggen voor de dieren.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam aquilinum betekent ‘van de adelaar’: in een schuin doorgesneden steel zie je een figuur die doet denken aan een adelaar met gespreide vleugels.
  • Adelaarsvaren groeit op alle continenten behalve Antarctica en is een van de meest verspreide planten ter wereld.
  • Vroeger verbrandde men grote hoeveelheden adelaarsvaren om potas te maken, een grondstof voor zeep en glas.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…