Kleinbloemige roos (Rosa micrantha)

Foto: Hugues TINGUY, CC BY-SA 2.0 fr · bron

Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)

Kleinbloemige roos

Rosa micrantha

In andere talen: Rosier à petites fleurs (Français) · Small-flowered sweet-briar (English)

Komt in België in het wild voor.

De kleinbloemige roos is een inheemse wilde roos uit de groep van de egelantier, met blad dat zacht naar appel ruikt. Hij groeit in zonnige hagen, struwelen en bosranden, vooral op kalkrijke of lemige grond, en is in België zeldzaam, met de meeste vindplaatsen in het zuiden van het land. Je herkent hem aan de overhangende takken met krom gehaakte stekels, het kleine, kleverige blad met klieren aan de onderkant, de kleine, lichtroze bloemen in juni–juli en de rode, eivormige rozenbottels. Bijen, hommels en zweefvliegen halen stuifmeel uit de bloemen, en lijsters en andere vogels eten in de winter de bottels. In een gemengde, vrij uitgroeiende haag is hij een geurige en waardevolle aanwinst.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    2 m

    hoog, 2 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenfebruari–maart
Hoogte2 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–juli

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Losse struik van 1,5–3 m met lange, boogvormig overhangende takken.
Blad
Geveerd met 5–7 eironde deelblaadjes van 1,5–3 cm, dubbel gezaagd met kliertjes op de tanden; de onderkant draagt veel kleverige klieren die bij wrijven naar appel ruiken.
Bloem
Enkel, 2–3 cm breed, lichtroze tot roze-wit, met vijf kroonbladen; de bloemsteeltjes dragen klierharen. Bloeit in juni–juli.
Vrucht
Eivormige tot ronde, rode rozenbottel van 1–1,5 cm. De kelkbladen buigen na de bloei terug en vallen af voor de bottel rijp is, in september–oktober.
Stengel
Groen tot roodachtig, met krom gehaakte stekels van ongeveer gelijke grootte, maar zonder de fijne klierborstels die de egelantier heeft.
Verwarring met
De egelantier (Rosa rubiginosa) heeft grotere, dieperroze bloemen, een wollig behaard knopje van stijlen in het hart van de bloem, naast de grote stekels ook fijne klierborstels, en kelkbladen die lang op de bottel blijven staan. De hondsroos (Rosa canina) heeft blad zonder klieren en zonder appelgeur.

Bloei: juni–juli · Snoeien: februari–maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een inheemse wilde roos die bij ons zeldzaam is: wie hem plant, helpt een weinig bekende soort van onze hagen.
  • De lichtroze bloemen in juni–juli zitten vol stuifmeel voor bijen, hommels, zweefvliegen en kevers.
  • De rode rozenbottels blijven tot in de winter hangen en voeden lijsters, merels, kramsvogels en muizen.
  • Het blad ruikt, vooral na een regenbui, zacht naar appels.
  • De stekelige, dichte struik is een veilige nestplaats voor vogels zoals de grasmus.
  • Wilde rozen zijn waardplant voor talrijke insecten, waaronder de rozengalwesp, die de harige ‘slaapappels’ maakt.

Waar staat een kleinbloemige roos graag?

  • In het wild: zonnige hagen, struwelen, bosranden en de randen van kalkgraslanden, vooral op kalkrijke of lemige grond.
  • In de tuin: zon tot lichte halfschaduw; in de schaduw bloeit hij nauwelijks.
  • Droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond, liefst kalkhoudend; schraal is prima.
  • Ideaal in een gemengde, vrij uitgroeiende haag, een houtkant of aan de rand van een bloemenweide.

Mooi samen met

  • Sleedoorn: Bloeit wit in het vroege voorjaar; samen vormen ze een stekelige vogelhaag.
  • Eenstijlige meidoorn: Een klassieke inheemse haagstruik met witte bloei in mei en rode bessen.
  • Wilde liguster: Witte, geurige bloemen in juli en zwarte bessen; houdt ook van kalk.
  • Wilde marjolein: Aan de zonnige voet van de haag, in de zomer vol vlinders.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kleinbloemige roos?

  1. Koop hem bij een kwekerij voor inheemse planten, liefst van streekeigen herkomst. Graaf nooit wilde rozen uit: deze soort is bij ons zeldzaam.
  2. Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is; wortelnakte plantjes zijn goedkoop en slaan goed aan.
  3. Knip beschadigde wortels weg en zet de plant in een ruim plantgat, even diep als hij op de kwekerij stond.
  4. Reken op 1,5–2 m ruimte; in een gemengde haag plant je hem op 60–80 cm tussen andere inheemse struiken.
  5. Druk de grond goed aan en geef flink water, ook als het regent.
  6. Geef het eerste jaar alleen bij lange droogte water; daarna redt hij zich zelf.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna niet meer nodig.
Bemesten
Niet nodig: op arme grond blijft hij gezond en bloeit hij rijk.
Ruimte
Laat hem vrij uitgroeien met overhangende takken: dat is zijn mooiste vorm en de beste nestplek.
Bottels
Laat ze hangen voor de vogels; pluk er hooguit een paar voor zaad.
Bodem
Laat afgevallen blad onder de struik liggen: goed voor de bodem en een schuilplek voor egels en insecten.

Tip: Wrijf na een regenbui eens over een blaadje: de zachte appelgeur verraadt meteen dat je een roos uit de egelantiergroep voor je hebt.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: februari–maart.

Wanneer: Weinig nodig. Uitdunnen in februari–maart, als de vogels de meeste bottels gegeten hebben.

Hoe:

  • Haal om de drie à vier jaar een paar van de oudste, vergrijsde takken aan de voet weg.
  • Knip dode en gebroken takken weg.
  • Kort te lange takken in tot net boven een knop, maar scheer de struik niet.
  • Draag stevige handschoenen en lange mouwen: de haakstekels zijn venijnig.

Let op: Wie elk jaar alles kort snoeit, heeft geen bloemen en geen bottels: wilde rozen bloeien op takken van vorig jaar en ouder.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Haal in oktober de zaden uit rijpe bottels, spoel ze schoon en zaai ze meteen buiten in een pot of zaaibed. Ze kiemen pas na een koude winter, vaak zelfs pas na twee winters.
Houtige stekken
Stekken van 20–25 cm in november, met de onderste helft in de grond op een beschutte plek. Na een jaar heeft een deel ervan wortels.
Uitlopers
Steek in het najaar een uitloper met wortels af van de moederplant en plant hem elders.

Hoe komt een kleinbloemige roos de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Verliest in de herfst zijn blad; de rode bottels blijven nog lang aan de kale takken hangen.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C.
  • Bottels die blijven hangen zijn in strenge winters voedsel voor lijsters, kramsvogels en koperwieken.
  • Laat dode twijgjes en gevallen blad in en onder de struik: insecten overwinteren erin.

Ziektes en plagen

  • Rozenroest: Oranje sporenhoopjes aan de onderkant van het blad in de zomer. Bij wilde rozen meestal onschuldig; raap zwaar aangetast blad in de herfst op.
  • Bladluis: Op jonge scheuten in mei. Mezen, lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ruimen ze op.
  • Slaapappel: Een harig, roodachtig balletje op een tak: een gal van de rozengalwesp. Onschadelijk voor de struik en boeiend om te bekijken: laat hem zitten.
  • Overgroeid raken: In een haag kunnen sterkere struiken zoals meidoorn en braam hem overgroeien. Houd hem aan de zonnige kant en snoei de buren terug.

Het jaar rond

  • Januari: Vogels eten de laatste bottels.
  • Februari: Uitdunnen: oude en dode takken weg.
  • Maart: Laatste snoei- en plantwerk.
  • Mei: Het jonge blad ruikt naar appel na een regenbui. Letten op bladluis.
  • Juni: Bloei: bijen en zweefvliegen op de lichtroze bloemen.
  • Juli: Laatste bloemen; de jonge bottels zwellen.
  • September: De bottels kleuren rood.
  • Oktober: Rijpe bottels: zaad oogsten en meteen buiten zaaien.
  • November: Wortelnakte struiken planten. Houtige stekken nemen.
  • December: Bottels voor de vogels laten hangen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Micrantha betekent ‘kleinbloemig’: de bloemen zijn kleiner dan die van de verwante egelantier.
  • De harige ‘slaapappels’ op wilde rozen zijn gallen van de rozengalwesp. Vroeger legde men ze onder het hoofdkussen, in de hoop beter te slapen.
  • Bij rozen uit de groep van de hondsroos, waartoe ook deze soort hoort, krijgen de zaailingen het grootste deel van hun erfelijk materiaal van de moederplant: het stuifmeel geeft maar een klein deel door.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…