
Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz, CC BY-SA 4.0 · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Egelantier
Rosa rubiginosa
De egelantier is een inheemse wilde roos van 1,5–3 m, met een geheim: het blad ruikt naar appels. De onderkant zit vol kleverige kliertjes die vooral na een regenbui of op een warme avond hun geur afgeven. In juni–juli bloeit hij met helderroze, enkelvoudige bloemen, en in de herfst volgen ovale, oranjerode bottels. Hij groeit graag op zonnige, droge en kalkrijke plekken, en is in het wild zeldzaam geworden. In de tuin is hij een geurige, stekelige struik voor een vrij groeiende haag of een zonnige rand.
Let op: De stengels zitten vol krachtige, gebogen stekels: draag stevige handschoenen. De haartjes rond de zaden in de bottels jeuken op de huid en irriteren mond en keel: verwijder ze grondig voor je de bottels verwerkt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
1,5–3 m
hoog
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 1,5–3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een egelantier?
- Groeivorm
- Struik van 1,5–3 m met rechtopgaande tot boogvormige, stekelige takken.
- Blad
- Verspreid, geveerd met 5–7 kleine (1–3 cm), rondachtige, dubbel gezaagde blaadjes; onderzijde dicht bezet met kleverige, roodbruine kliertjes die naar appel geuren.
- Stengels
- Krachtige, haakvormig gebogen stekels, vaak gemengd met fijnere stekeltjes en klierhaartjes.
- Bloem
- Helderroze bloemen (2–3 cm) met vijf kroonblaadjes, in juni–juli.
- Vrucht
- Ovale, oranjerode bottels (1,5–2 cm), vaak met klierhaartjes op het steeltje, in september–oktober.
- Verschil met de hondsroos
- De hondsroos heeft blad zonder geurende kliertjes en grotere, bleekroze bloemen.
- Verschil met de duinroos
- De duinroos is een lage roos met rechte, dichte stekels, roomwitte bloemen en zwarte bottels.
Bloei: juni–juli · Oogst en vruchten: september–november · Snoeien: februari–maart
Herkennen per kenmerk: Gevinde bladeren · Oranje bessen · Dorens of stekels
Lijkt op, maar is het niet
- Hondsroos Rosa canina: blad zonder geurende kliertjes en grotere, bleekroze bloemen. Verschil met hondsroos
- Duinroos Rosa spinosissima: een lage roos met rechte, dichte stekels, roomwitte bloemen en zwarte bottels. Verschil met duinroos
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Blad dat naar appels geurt, vooral na een regenbui.
- Helderroze bloemen voor bijen en hommels in juni–juli.
- Bottels voor vogels, en voor thee en jam.
- Een dichte, stekelige nestplaats voor vogels, en een inheemse roos die in het wild zeldzaam is.
Waar staat een egelantier graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij weinig en zet hij weinig bottels.
- Droge tot gewone, goed doorlatende grond, liefst kalkrijk; geen natte voeten.
- Reken op 2 m breed: geschikt voor een vrij groeiende haag, een zonnige rand of een wilde hoek.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 2,5 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hondsroos: Een andere inheemse wilde roos voor dezelfde haag, met grotere, bleekroze bloemen.
- Eenstijlige meidoorn: Bloeit in mei, vóór de roos: samen een inheemse haag vol bloesem, bessen en bottels.
- Wollige sneeuwbal: Een inheemse struik voor dezelfde droge, kalkrijke grond.
- Sleedoorn: Witte bloesem in maart en een doornig struweel waarin vogels veilig broeden.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- Niet onder de dichte kroon van deze bomen planten: fijnspar, gewone zilverspar, kaukasische zilverspar, douglasspar, taxus, witte paardenkastanje, noorse esdoorn, gewone esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een egelantier?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed; dat slaat het best aan.
- In een gemengde haag: zet hier en daar een egelantier tussen meidoorn, sleedoorn en hondsroos.
- Plant hem op een meter van een pad of terras: dicht genoeg om na een regenbui de appelgeur te ruiken, ver genoeg van de stekels.
- Knip na het planten de takken terug tot 20–30 cm: zo loopt hij krachtig uit vanaf de voet.
Verzorgen
- Water
- Enkel het eerste jaar bij droogte.
- Bemesten
- Niet nodig; op rijke grond groeit hij vooral in de lengte.
- Stekels
- Draag stevige handschoenen bij elk werk aan de struik.
- Oogsten
- Pluk de bottels als ze helemaal oranjerood en een beetje zacht zijn, in september–oktober.
Tip: Plant hem aan de windkant van je terras of bij een raam: na een regenbui waait de appelgeur zo naar je toe.
Wanneer snoei je een egelantier?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Eind van de winter.
Hoe:
- Dun oude stengels aan de voet uit; jonge takken bloeien en dragen het best.
- Knip niet alle takken in, anders verlies je bloemen en bottels.
Let op: Snoei niet in het broedseizoen, en laat de bottels in de herfst staan voor de vogels.
Vermeerderen
- Zaaien
- Haal de zaden in de herfst uit rijpe bottels en zaai ze buiten in een pot; ze kiemen vaak pas na een of twee winters.
- Stekken
- Steek in de herfst stukken van 20–25 cm eenjarig hout in de grond; een deel ervan wortelt.
Hoe komt een egelantier de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De bottels blijven lang hangen: wintervoer voor merels en lijsters.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Witte laag op het blad, vooral in de nazomer. Een wilde roos verdraagt dat goed; ruim aangetast blad op.
- Bladluis: Groene luizen op de jonge scheuten in het voorjaar. Lieveheersbeestjes en mezen ruimen ze op.
- Rozenmosgal: Rode, harige bolletjes op de takken: het werk van een galwespje. Onschuldig.
Het jaar rond
- Februari: Uitdunnen: oude stengels aan de voet weg.
- Maart: Laatste maand voor snoei en planten.
- Mei: Let op bladluizen op de jonge scheuten.
- Juni: Bloei: helderroze bloemen vol bijen.
- Juli: De bloei loopt af; na elke regenbui geurt het blad.
- September: Bottels kleuren oranjerood.
- Oktober: Bottels plukken voor thee of jam.
- November: Planten; bottels laten hangen voor de vogels.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Stekelige, geurende roos voor een vrij groeiende haag of een zonnige rand; na een regenbui ruikt de tuin naar appels.
- Voor de natuur
- Bloemen voor bijen en hommels, bottels voor vogels; een dichte, stekelige nestplaats.
- Eten en drinken
- De bottels zijn, net als die van de hondsroos, bruikbaar voor thee en jam (zonder de harige pitjes).
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (september–november)
- Pluk de bottels vanaf half september, als ze oranjerood en stevig zijn, of na de eerste vorst, als ze zachter en zoeter zijn. Knip ze met steeltje af: de struik is erg stekelig, dus draag stevige handschoenen. Haal voor je ze gebruikt steeltje en bloemrest weg en verwijder altijd de pitjes met hun jeukende haartjes. Laat genoeg bottels hangen voor de vogels.
- Bewaring
- Droog gehalveerde, ontpitte bottels op een rooster in de schaduw of in de oven op 40 à 50 °C, tot ze hard en brozig zijn, en bewaar ze in een gesloten pot. Hele bottels kan je invriezen; ontdooid zijn ze zachter en makkelijker te ontpitten. Confituur houdt een half jaar tot een jaar in uitgekookte potten, likeur een jaar of langer in flessen.
Let op: De pitjes zitten in een laagje fijne haartjes die mond en keel irriteren: verwijder ze altijd en zeef thee, soep en likeur door een fijne doek of koffiefilter. Pluk alleen van struiken waarvan je zeker weet dat ze niet bespoten zijn, ver van drukke wegen. Verwar de bottels niet met de giftige rode bessen van bijvoorbeeld kardinaalsmuts, taxus of rode kamperfoelie: bottels hebben nog een restje van de bloem aan de top en zitten aan een stekelige struik. Pluk niet in natuurreservaten en laat in het wild genoeg bottels voor de vogels hangen. Eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Bottelthee met appel en kaneel (Thee · ± 1 liter (4 koppen) · 10 min + 15 min trekken)
- Bottelconfituur (Jam · ± 3 potjes van 250 ml · 2 uur)
- Bottelsoep met amandelen (Gerecht · 4 porties · 45 min + 2 uur weken)
- Bottellikeur (Likeur · ± 600 ml · 30 min + 8 weken trekken en rijpen)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Na een regenbui of op een warme avond ruik je een egelantierhaag al van ver: het blad geurt naar groene appels.
- De Amsterdamse rederijkerskamer ‘De Eglentier’, met leden als Hooft en Bredero, was naar hem genoemd, net als de Egelantiersgracht in de Jordaan.
- In Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika is hij verwilderd en een lastige invasieve plant geworden.