
Foto: Roberta F., CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Hondsroos
Rosa canina · ook: Wilde roos
De hondsroos is de meest verspreide wilde roos van België en Nederland: een struik van 2–4 m met lange, boogvormige takken vol gebogen stekels. In juni bloeit hij met eenvoudige, bleekroze tot witte bloemen die bijen, hommels en zweefvliegen lokken. In de herfst volgen rode rozenbottels, rijk aan vitamine C, voor thee en jam, en voor de vogels tot diep in de winter. Hij hoort thuis in een gemengde, inheemse haag of houtkant en heeft weinig snoei nodig.
Let op: De takken zitten vol scherpe, gebogen stekels: draag stevige handschoenen. De haartjes rond de zaden in de bottels jeuken op de huid en irriteren mond en keel: verwijder ze grondig voor je de bottels verwerkt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–4 m
hoog
Bloei
juni
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 2–4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een hondsroos?
- Groeivorm
- Struik van 2–4 m met lange, boogvormig overhangende takken; klimt soms door andere struiken.
- Blad
- Verspreid, geveerd met 5–7 gezaagde blaadjes; steunblaadjes aan de voet.
- Schors
- Groene tot rode takken met gebogen stekels.
- Bloem
- Enkelvoudige bleekroze tot witte bloemen met vijf kroonblaadjes, juni.
- Vrucht
- Rode rozenbottels, rijk aan vitamine C (thee, jam); de haartjes binnenin jeuken.
- Verschil met framboos en braam
- De framboos heeft blaadjes met een witviltige onderkant en rechte stengels; de braam heeft krachtige stekels en zwarte bramen.
Bloei: juni · Oogst en vruchten: juni en september–november · Snoeien: februari–maart
Herkennen per kenmerk: Gevinde bladeren · Rode bessen · Dorens of stekels
Lijkt op, maar is het niet
- Framboos Rubus idaeus: blaadjes met witviltige onderkant en rechte stengels. Verschil met framboos
- Braam Rubus: krachtige stekels en zwarte bramen. Verschil met braam
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Inheems en sterk: past in elke gemengde haag of houtkant.
- Bloemen in juni voor bijen, hommels en zweefvliegen.
- Rode bottels voor thee en jam, en wintervoer voor vogels.
- De stekelige takken bieden vogels een veilige nestplaats.
Waar staat een hondsroos graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst en zet hij de meeste bottels.
- Elke gewone grond, ook kalkrijk of zandig; geen natte voeten.
- Reken op 3 m breed: geschikt voor een gemengde haag, houtkant of wilde rand, minder voor een kleine border.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Eenstijlige meidoorn: Bloeit in mei, vlak voor de roos: samen een inheemse haag vol bloesem, bessen en bottels.
- Sleedoorn: Witte bloesem in maart en een doornig struweel waarin vogels veilig broeden.
- Gewone vlier: Bloesem en bessen voor dezelfde wilde rand.
- Wilde kamperfoelie: Klimt door de roos en geurt ’s avonds.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Samen een gemengde inheemse haag, goed voor vogels en insecten: eenstijlige meidoorn, sleedoorn, hazelaar, rode kornoelje, gelderse roos, wilde liguster, spaanse aak, haagbeuk
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hondsroos?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed; dat slaat het best aan.
- In een gemengde haag: zet hier en daar een hondsroos tussen meidoorn, sleedoorn en hazelaar.
- Knip na het planten de takken terug tot 20–30 cm: zo loopt hij krachtig uit vanaf de voet.
- Geef water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Enkel het eerste jaar bij droogte.
- Bemesten
- Niet nodig; op rijke grond groeit hij vooral in de lengte.
- Stekels
- Draag stevige handschoenen bij elk werk aan de struik.
- Oogsten
- Pluk de bottels als ze helemaal rood en een beetje zacht zijn, vanaf september–oktober; na een eerste vorst worden ze zachter.
Tip: Voor jam: halveer de bottels en schraap pitten en haartjes er grondig uit, of kook ze heel en zeef de moes door een fijne doek.
Wanneer snoei je een hondsroos?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Eind van de winter.
Hoe:
- Dun oude, vergrijsde takken aan de voet uit; jonge takken bloeien en dragen het best.
- Knip niet alle takken in, anders zijn er geen bottels.
- Te lange takken die over een pad hangen, mag je inkorten tot op een zijtak.
Let op: Snoei niet in het broedseizoen, en laat de bottels in de herfst staan voor de vogels.
Vermeerderen
- Zaaien
- Haal de zaden in de herfst uit rijpe bottels en zaai ze buiten in een pot; ze kiemen vaak pas na een of twee winters.
- Stekken
- Steek in de herfst stukken van 20–25 cm eenjarig hout in de grond; een deel ervan wortelt.
Hoe komt een hondsroos de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De bottels blijven tot diep in de winter hangen: wintervoer voor merels, lijsters en kramsvogels.
Ziektes en plagen
- Rozenmosgal: Rode, harige bolletjes op de takken: het werk van een galwespje. Onschuldig, en mooi om te zien.
- Bladluis: Groene luizen op de jonge scheuten in het voorjaar. Lieveheersbeestjes en mezen ruimen ze op.
- Meeldauw: Witte laag op het blad, vooral in de nazomer. Een wilde roos verdraagt dat goed; ruim aangetast blad op.
Het jaar rond
- Februari: Uitdunnen: oude takken aan de voet weg.
- Maart: Laatste maand voor snoei en planten.
- Mei: Eerste knoppen; let op bladluizen op de jonge scheuten.
- Juni: Bloei: bijen en zweefvliegen op de bloemen.
- September: Bottels kleuren rood.
- Oktober: Bottels plukken voor thee of jam.
- November: Planten; bottels laten hangen voor de vogels.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Rozenbottels voor thee en jam, na het verwijderen van de pitten en haartjes.
- Voor de natuur
- Bloemen voor insecten, bottels voor vogels; ideaal in een gemengde haag.
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni)
- Pluk in juni op een droge ochtend een deel van de bleekroze bloemblaadjes; laat genoeg bloemen staan voor bottels en insecten. Ze zijn eetbaar en geven een lichte rozengeur aan siroop, suiker of een salade.
- Vruchten (september–november)
- Rozenbottels oogst je vanaf eind september, als ze helderrood en nog stevig zijn, of na de eerste vorst, als ze zachter en zoeter zijn. Ze zijn rijk aan vitamine C en geven thee, siroop, moes en confituur. De pitjes met hun jeukende haartjes moeten er altijd uit.
- Bewaring
- Droog gehalveerde, ontpitte bottels op een rooster of in de oven op 40 à 50 °C tot ze hard zijn, en bewaar ze in een gesloten pot. Hele bottels kan je invriezen; dat maakt ze ook zachter. Bloemblaadjes droog je los op papier in de schaduw.
- Fermenteren
- Rozenbottelwijn is een oud huisrecept op het platteland: de bottels worden met suiker, water en gist vergist.
Let op: De pitjes zitten in een laagje fijne haartjes die mond, keel en darmen irriteren (vroeger maakten kinderen er jeukpoeder van): verwijder ze zorgvuldig en zeef thee en siroop door een fijne doek of koffiefilter. Pluk alleen bottels van wilde of onbespoten rozen, weg van drukke wegen. Verwar de rode bottels niet met de giftige bessen van bijvoorbeeld kardinaalsmuts, taxus of kamperfoelie.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Rozenbottelthee (Thee · 1 theepot (± 4 koppen) · 5 min + 10 min koken)
- Rozenbottelsiroop (Siroop · ± 750 ml · 1 uur + 2 keer uitlekken)
- Rozenblaadjessuiker (Andere · ± 250 ml · 20 min + 1–2 dagen drogen)
- Rozenbottelsoep (Gerecht · 4 porties · 1 uur)
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
- Lieveheersbeestjes
- Bladluizen op de plant zijn voedsel voor lieveheersbeestjes en hun larven.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Van de haartjes in de rozenbottels maakten kinderen vroeger jeukpoeder.
- Veel tuinrozen staan geënt op een onderstam van hondsroos: wilde scheuten aan de voet van een tuinroos zijn vaak hondsroos.
- De naam ‘canina’ (van de hond) zou komen van het oude geloof dat de wortel hielp tegen hondsdolheid.
- De naam hondsroos zou teruggaan op de Romeinse schrijver Plinius: volgens hem hielp de wortel tegen de beet van een dolle hond.
- De rode, harige bollen die je soms op de takken ziet, zijn gallen van een galwesp. Ze heten ‘slaapappels’: vroeger legde men ze onder het kussen om goed te slapen.