
Foto: Bernd Haynold, CC BY 2.5 · bron
Kruidachtige plant · Anjerfamilie (Caryophyllaceae)
Nachtsilene
Silene nutans
In andere talen: Silène penché (Français) · Nottingham catchfly (English)
Komt in België in het wild voor.
Nachtsilene is een overblijvende plant uit de anjerfamilie van droge, zonnige graslanden, rotshellingen, bosranden en lichte, droge bossen, vaak op kalkrijke of stenige grond. In België groeit ze vooral in Wallonië, bijvoorbeeld op de rotsige hellingen van de Maasvallei; in Vlaanderen is ze zeldzaam. Je herkent haar aan de rozet van lepelvormige bladeren en de knikkende, witte bloemen die aan één kant van de stengel hangen, met diep gespleten, opgerolde kroonblaadjes. Overdag zien de bloemen er verfrommeld uit, maar ’s avonds gaan ze open en geuren ze, en dan komen nachtvlinders op de nectar af. Het bovenste deel van de stengel is kleverig, zodat kleine insecten eraan blijven plakken. In een droge, zonnige rotstuin of een schraal bloemenweitje is ze een stille, geurige bijzonderheid.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,25 m breed
Bloei
mei–augustus
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende plant van 30–60 cm, met een wintergroene rozet van bladeren en een of meer rechtopgaande, weinig vertakte bloeistengels.
- Blad
- Rozetbladeren lepelvormig, met een lange steel, tot 10 cm lang en zacht behaard; stengelbladeren smal lancetvormig, tegenoverstaand en naar boven toe kleiner.
- Bloem
- Wit, soms met een roze of groenige zweem, ongeveer 1,5 cm breed, knikkend, in een losse pluim die naar één kant overhelt. De vijf kroonblaadjes zijn diep in twee smalle slippen gespleten en overdag opgerold. Ze openen ’s avonds en geuren ’s nachts, van mei tot augustus.
- Vrucht/Zaad
- Een eivormige doosvrucht die bovenaan met zes tandjes openspringt, met veel kleine, niervormige zaadjes.
- Stengel
- Behaard, in het bovenste deel kleverig door klierharen, waaraan kleine insecten blijven plakken.
- Verwarring met
- Blaassilene heeft een opgeblazen, kale kelk en kale, blauwgroene bladeren. Avondkoekoeksbloem heeft grotere, rechtopstaande witte bloemen met een opgeblazen kelk en is over de hele plant ruw behaard. Bij nachtsilene hangen de bloemen naar één kant en zijn de kroonblaadjes overdag opgerold.
Bloei: mei–augustus · Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De bloemen gaan ’s avonds open en geuren ’s nachts: een nectarbron voor nachtvlinders.
- Waardplant voor rupsen van uilen uit het geslacht Hadena, die in de zaaddozen leven en de zaden eten.
- Een plant voor moeilijke, droge plekken: rotstuin, grindtuin, muurkruin of een zonnig talud.
- De wintergroene rozet geeft ook in de koude maanden wat groen.
- Een bijzondere plant voor een avondtuin: ga in juni bij schemering kijken en ruiken.
Waar staat een nachtsilene graag?
- In het wild: droge, zonnige graslanden, rotshellingen, bosranden en lichte, droge bossen, vaak op kalk, rots of stenige grond.
- Goed doorlatende, schrale grond: zand, grind of kalkhoudende leem, neutraal tot kalkrijk.
- Zon tot lichte halfschaduw; in de schaduw bloeit ze weinig.
- Natte voeten in de winter verdraagt ze slecht.
- In de tuin: rotstuin, grindtuin, muurkruin, zonnig talud of een schraal bloemenweitje, liefst dicht bij een terras waar je ’s avonds zit.
Mooi samen met
- Wilde marjolein: Paarse bloemen voor vlinders en bijen op dezelfde droge, kalkrijke grond.
- Geel zonneroosje: Lage, gele bloemen in de zon, naast de witte nachtsilene.
- Kartuizer anjer: Felroze anjers in dezelfde droge rotstuin.
- Wilde tijm: Een geurend tapijt aan de voet, geliefd bij bijen.
- Wilde kamperfoelie: Geurt ook ’s avonds en lokt nachtvlinders, langs een hek of in een haag vlakbij.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een nachtsilene?
- Koop planten of zaad van inheemse herkomst bij een kwekerij voor wilde planten. Graaf nooit planten uit in het wild: in Vlaanderen is ze zeldzaam.
- Zaai in de herfst of het vroege voorjaar in een bak met zanderige zaaigrond die buiten staat; strooi de fijne zaden op het oppervlak en druk ze licht aan.
- Verspeen de zaailingen in kleine potjes en plant ze uit als ze een stevige rozet hebben, in het voorjaar of in september.
- Plant 20–25 cm uit elkaar, in groepjes van drie tot vijf voor een mooi effect.
- Werk op zware grond grind of grof zand door het plantgat, zodat het water goed wegloopt; voeg geen compost toe.
- Geef water na het planten en de eerste weken bij droogte; daarna is het niet meer nodig.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten. Een gevestigde plant kan goed tegen droogte.
- Bemesten
- Niet nodig: op rijke grond wordt ze overwoekerd door grassen en valt ze om.
- Wieden
- Houd hoge grassen en ruigte rond de rozet kort, zodat ze genoeg licht krijgt.
- Maaien
- In een bloemenweitje: één keer maaien in september, na de zaadrijping, en het maaisel afvoeren.
- Zaad laten vallen
- Laat een deel van de stengels staan tot de zaaddozen open zijn; ze zaait zich dan bescheiden uit.
Tip: Plant nachtsilene dicht bij een terras of bank waar je op zomeravonden zit: overdag valt ze nauwelijks op, maar bij schemering gaan de bloemen open en ruik je haar geur.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: In september, na de zaadrijping, of in maart als je de stengels in de winter laat staan.
Hoe:
- Laat de uitgebloeide stengels staan tot de zaaddozen open zijn en het zaad gevallen is.
- Knip daarna de bloeistengels af tot net boven de rozet; laat de rozet zelf staan.
- Wil je de stengels als schuilplaats voor kleine insecten houden, knip ze dan pas in maart af.
- In een weitje: maai in september op 5–8 cm en voer het maaisel na een paar dagen af.
Let op: Knip de rozet niet weg: ze blijft de hele winter groen en de plant heeft ze nodig om volgend jaar te bloeien.
Vermeerderen
- Zaad
- In de herfst of het vroege voorjaar zaaien in een bak buiten; het kiemt in het voorjaar. Zaailingen bloeien meestal pas het tweede jaar.
- Scheuren
- Oudere planten met meerdere rozetten kun je in het vroege voorjaar of in september voorzichtig delen; geef daarna water tot ze aanslaan.
Hoe komt een nachtsilene de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Boven de grond blijft een wintergroene rozet van behaarde bladeren.
- De droge stengels met lege zaaddozen kunnen blijven staan als schuilplaats voor kleine insecten.
- Volledig winterhard, maar op grond die in de winter nat blijft, kan de wortel wegrotten.
Ziektes en plagen
- Natte grond: In de winter rot de wortel op natte, zware grond. Zorg voor drainage met grind of zand, of plant op een talud.
- Overgroeiing: Hoge grassen en ruigte nemen haar het licht weg. Maai of wied rond de plant en bemest niet.
- Slakken: Ze vreten soms aan jonge rozetten in het voorjaar. Een laagje grind rond de plant helpt.
- Zaadrupsen: Rupsen van Hadena-uilen eten zaden in de doosvruchten. Onschuldig voor de plant; ze horen bij de natuur.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen als je ze liet staan. Zaaien in een bak buiten.
- April: De rozet groeit. Planten of uitplanten.
- Mei: De bloeistengels schieten op; de eerste bloemen.
- Juni: Volle bloei: ga ’s avonds kijken en ruiken. Nachtvlinders op de bloemen.
- Juli: Bloei; de eerste zaaddozen rijpen.
- Augustus: Laatste bloemen. Zaad oogsten uit open zaaddozen.
- September: Uitgebloeide stengels afknippen of het weitje maaien. Planten of scheuren.
- Oktober: Zaaien in een bak buiten. De rozet blijft groen.
- December: Wintergroene rozet; let op natte voeten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam Nottingham catchfly verwijst naar het kasteel van Nottingham, op de muren waarvan ze in de 17e eeuw werd gevonden; daar groeit ze al lang niet meer.
- De kleverige klierharen op de stengel houden volgens de gangbare verklaring kruipende insecten zoals mieren weg van de bloemen; die zouden nectar stelen zonder te bestuiven.
- Uilen van het geslacht Hadena bestuiven de bloemen en leggen er tegelijk hun eitjes in: hun rupsen eten later een deel van de zaden. Een ruil met een prijs.