
Foto: TeunSpaans at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Caryophyllaceae
Blaassilene
Silene vulgaris
In andere talen: Silène enflé (Français) · Bladder campion (English)
Blaassilene is een inheemse vaste plant die in heel Europa voorkomt, vooral in droge graslanden, langs wegbermen en op open, kalkrijke of zandige plekken. Uit een losse pol groeien stengels van 30–60 cm met blauwgroen, glad blad. Van mei tot september verschijnen witte bloemen met diep ingesneden kroonbladen, bovenop een opgeblazen, blaasvormige kelk met fijne paarsgroene nerven. De bloemen geuren vooral ’s avonds en worden bestoven door nachtvlinders, maar ook bijen bezoeken ze. In de tuin past blaasilene in een natuurlijke berm, grindtuin of bloemenweide, en de jonge scheuten zijn eetbaar.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–september |
Herkennen
Hoe herken je een blaassilene?
- Groeivorm
- Losse, rechtopgaande pol van 30–60 cm hoog en ongeveer 40 cm breed, met sterk vertakte stengels.
- Blad
- Tegenoverstaand, lancetvormig tot eirond, 3–8 cm, glad en blauwgroen, soms licht berijpt.
- Bloem
- Witte bloemen met vijf diep tweelobbige kroonbladen, in losse trossen, van mei tot september. Ze geuren vooral ’s avonds.
- Kelk
- Opgeblazen, blaasvormige kelk van ongeveer 1,5 cm met fijne, paarsgroene nerven: het typische kenmerk van de plant.
- Wortels
- Houtige wortelstok met een diepgaande penwortel; daardoor verdraagt de plant droogte.
Bloei: mei–september · Oogst en vruchten: maart–mei · Zaaien: maart–april en september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Inheemse plant die zonder zorg groeit op droge, schrale grond.
- Lange bloei van mei tot september, met witte bloemen die ’s avonds nachtvlinders en bijen aantrekken.
- Opvallende, opgeblazen kelken, ook mooi na de bloei.
- Droogtebestendig en volledig winterhard, dus ideaal voor berm, grind en bloemenweide.
- De jonge scheuten en bladeren zijn eetbaar, in het voorjaar geplukt.
Waar staat een blaassilene graag?
- Volle zon is het best; verdraagt ook lichte halfschaduw.
- Schrale tot gewone, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; hij verdraagt droogte, maar geen natte, stagnerende grond.
- Plant op 30–40 cm van elkaar of zaai in een berm of bloemenweide.
- Zaait zich spontaan uit; in een nette border moet je dat in de gaten houden.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Margriet: Witte en gele bloemen in dezelfde droge berm.
- Knoopkruid: Paarsroze distelachtige bloemen die in dezelfde maanden bloeien en bijen en vlinders aantrekken.
- Duizendblad: Platte schermen en fijn blad voor dezelfde droge, zonnige plek.
- Siergrassen: Lichte pluimen die de losse pol zacht omlijsten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een blaassilene?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Kies een zonnige plek en maak zware grond doorlatend met zand of grind. Voeg geen mest toe.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de wortelkroon op grondhoogte.
- Plant op 30–40 cm van elkaar en geef één keer een gieter water.
- Geef in het eerste jaar water bij langdurige droogte; daarna redt de plant zich.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden nodig; alleen in langdurige droogte water geven aan de voet.
- Bemesten
- Niet nodig: op arme grond blijft de plant compact en bloeit hij rijk.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze weg om de bloei te verlengen. Laat een deel staan als je nieuwe zaailingen wilt.
- Oogsten
- Pluk in het voorjaar de bovenste 5–10 cm van jonge scheuten en bladeren; rauw in salade of kort gestoomd of gebakken, met een milde, erwtachtige smaak. Oogst alleen van schone, onbespoten plantjes die je zeker herkent.
- Zaailingen
- Trek te veel zaailingen in het voorjaar uit of verplant ze.
Tip: Zaai hem in een droge, zonnige berm of bloemenweide en geef geen mest: op arme grond blijft hij compact en bloeit hij rijker. Pluk de jonge scheuten in het voorjaar en laat de rest bloeien voor de nachtvlinders.
Wanneer snoei je een blaassilene?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In maart de oude stengels afknippen, en eventueel eind juli na de eerste bloei de helft inkorten.
Hoe:
- Knip in maart alle oude, dode stengels af tot vlak boven de grond.
- Knip na de eerste bloei de uitgebloeide stengels tot de helft terug; vaak volgt dan een tweede bloei.
- Laat in de late zomer een paar zaaddozen staan als je wilt dat de plant zich uitzaait.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april of in september buiten zaaien op de plaats van bestemming: dun uitstrooien en nauwelijks bedekken. Dun uit tot 30–40 cm. Hij kiemt vlot.
- Delen
- In het voorjaar de pol uitgraven, in stukken met wortels en scheuten verdelen en meteen herplanten.
- Basale stekken
- In het voorjaar jonge scheuten van 5–8 cm aan de voet afsnijden en in vochtige stekgrond zetten.
Hoe komt een blaassilene de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De bovengrondse delen verdorren in de winter deels; laat ze staan tot maart.
- Zorg voor goed doorlatende grond: natte winters zijn schadelijker dan vorst.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Op jonge scheuten en knoppen. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
- Slakken: Eten in het voorjaar de jonge scheuten. Verzamel ze ’s avonds of leg een plank neer om ze te vangen.
- Brandschimmel: Donkerpaars poeder in de bloemen, op de meeldraden. Verwijder de aangetaste planten en composteer ze niet.
- Te veel zaailingen: De plant zaait zich gemakkelijk uit. Knip uitgebloeide bloemen weg of trek jonge plantjes uit voor ze groot zijn.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Planten of delen. Zaaien buiten.
- April: Zaaien buiten. Planten. Jonge scheuten oogsten.
- Mei: Planten. Begin van de bloei.
- Juni: Bloei. Water geven bij langdurige droogte.
- Juli: Bloei. Na de eerste bloei de helft terugknippen.
- Augustus: Tweede bloei. Een paar zaaddozen laten staan.
- September: Laatste bloei. Planten. Zaaien buiten.
- Oktober: Planten. Zaailingen verplanten.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Jonge scheuten (maart–mei)
- Pluk in maart, april en mei de bovenste 5–10 cm van de jonge scheuten, met de blauwgroene blaadjes, voor de plant bloeit. Ze smaken mild en wat erwtachtig, met een licht bittertje. In Spanje heten ze collejas en worden ze gebakken met eieren; in Italië (stridoli) gaan ze in risotto en pasta. Eet ze vooral gekookt: kort gestoomd, gebakken of gestoofd; een paar blaadjes kunnen rauw door een salade. Pluk telkens maar een deel van de scheuten: de plant loopt opnieuw uit en bloeit daarna nog volop.
- Bewaring
- Vers een à twee dagen in een zakje in de koelkast. Kort geblancheerd en uitgeknepen kan je ze in porties invriezen, tot 6 maanden: gebruik ze dan in risotto, soep of een omelet.
Let op: Blaassilene bevat saponinen, zoals veel anjerachtigen: eet de scheuten met mate en liefst gekookt. Pluk enkel van planten uit je eigen tuin die je zeker herkent, en nooit in het wild: in bermen en op oude mijnterreinen kan de plant zware metalen opnemen. Kruisbladige wolfsmelk, een giftige plant die ook in tuinen opduikt, heeft eveneens tegenoverstaand blauwgroen blad, maar geeft wit melksap als je een blad afbreekt. Spoel de scheuten goed.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Roerei met blaassilene (revuelto de collejas) (Gerecht · 2 personen · 20 min)
- Risotto met blaassilene (Gerecht · 4 personen · 40 min)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De opgeblazen, blaasvormige kelk geeft de plant zijn naam: in het Engels bladder campion en in het Nederlands blaassilene.
- In het Middellandse Zeegebied, onder meer in Spanje, Italië en op Cyprus, worden de jonge scheuten al lang gegeten.
- Op sommige plekken groeit de soort op grond met veel zware metalen, zoals oude mijnterreinen, en is hij dus bijzonder taai.