
Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron
Kruidachtige plant · Anjerfamilie (Caryophyllaceae)
Avondkoekoeksbloem
Silene latifolia
In andere talen: Compagnon blanc (Français) · White campion (English)
Komt in België in het wild voor.
Avondkoekoeksbloem is een kortlevende, overblijvende plant met grote, witte bloemen die ’s avonds opengaan en dan zoet geuren. Hij groeit in heel België langs wegbermen, akkerranden, dijken en spoorwegtaluds en op braakliggende, zonnige plekken met matig voedselrijke, vrij droge grond. Je herkent hem aan de zacht behaarde, bovenaan wat kleverige stengels, de tegenoverstaande bladeren en de vijf diep gespleten kroonblaadjes boven een opgeblazen kelk. Er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke planten. Omdat hij nachtvlinders lokt, en die op hun beurt vleermuizen, is hij een waardevolle plant voor een natuurtuin.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kortlevend overblijvend, soms tweejarig; 30–100 cm hoog, vertakt, met zacht behaarde stengels die bovenaan klierachtig en wat kleverig zijn.
- Blad
- Tegenoverstaand, eirond tot lancetvormig, 3–10 cm, zacht behaard; onderaan een losse rozet.
- Bloem
- Wit, 2,5–3 cm breed, met vijf diep tweedelige kroonblaadjes; open van de late namiddag tot de volgende ochtend en ’s avonds geurend. Mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten.
- Kelk
- Opgeblazen, behaard en klierachtig. Bij vrouwelijke bloemen dik en bol, met 20 nerven en vijf stijlen; bij mannelijke slanker, met 10 nerven.
- Vrucht/Zaad
- Eivormige doosvrucht die bovenaan opengaat met tien rechtopstaande tandjes; veel kleine, grijsbruine, wrattige zaadjes.
- Verwarring met
- Dagkoekoeksbloem heeft roze bloemen die overdag open zijn en groeit vooral in bosranden; beide soorten kruisen makkelijk tot lichtroze bastaarden. Blaassilene heeft een kale, sterk opgeblazen, geaderde kelk en kleinere witte bloemen.
Bloei: mei–september · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van mei tot september en geurt ’s avonds: een nectarbron voor nachtvlinders zoals uilen en pijlstaarten.
- Nachtvlinders van het geslacht Hadena bestuiven de bloemen en leggen er hun eitjes in; hun rupsen eten de jonge zaden. Een bekend voorbeeld van een plant en een vlinder die van elkaar afhangen.
- Witte bloemen blijven in de schemering goed zichtbaar: ideaal voor een avondtuin bij het terras.
- Lokt nachtvlinders, en die trekken op hun beurt vleermuizen aan.
- Makkelijk en droogtebestendig; zaait zich uit zonder lastig te worden.
Waar staat een avondkoekoeksbloem graag?
- In het wild: wegbermen, akkerranden, dijken, spoorwegtaluds, braakliggende terreinen en ruige graslanden.
- Volle zon tot lichte halfschaduw, op goed doorlatende, matig voedselrijke grond: zand, leem of kalkhoudende grond.
- Droogtebestendig; op natte, zware grond leeft hij kort.
- In de tuin: een zonnige border, de rand van een bloemenweide, een talud of een avondtuin bij het terras.
Mooi samen met
- Wilde kamperfoelie: Ook een avondgeurer voor nachtvlinders; samen maken ze een avondtuin.
- Margriet: Grote, witte bloemen overdag, in dezelfde zonnige berm.
- Groot kaasjeskruid: Roze bloemen van juni tot september, voor bijen en hommels.
- Wilde peen: Witte schermen die ook in de schemering oplichten.
- Knoopkruid: Paarse bloemhoofdjes voor vlinders en hommels in de zomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een avondkoekoeksbloem?
- Koop zaad of planten in pot van inheemse herkomst bij een kwekerij voor wilde planten.
- Zaai in april–mei of in september dun op open, losgemaakte grond en dek het zaad heel licht af. Het kiemt meestal binnen 2–3 weken.
- Zet planten in pot in maart–april of september–oktober op 30–40 cm afstand, in groepjes van drie of meer: zo heb je zeker mannelijke en vrouwelijke planten.
- Geef de eerste weken water bij droogte; daarna is het zelden nodig.
- Zaai of plant hem niet vlak bij dagkoekoeksbloem als je zuiver witte bloemen wilt houden.
- Graaf nooit planten uit in de natuur: zaad is goedkoop en slaat beter aan.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten en bij langdurige droogte. Te veel water maakt de stengels slap.
- Bemesten
- Niet nodig; op schrale grond blijft hij compacter en leeft hij langer.
- Terugknippen
- Knip in juli de helft van de stengels terug tot 10–15 cm: die lopen opnieuw uit en bloeien tot in de herfst.
- Zaad laten vallen
- Laat de andere helft zaad vormen. Hij leeft maar enkele jaren, en zaailingen nemen de plaats van oude planten in.
- Steun
- Op rijke grond vallen de stengels soms om; laat ze steunen tegen buurplanten of zet er wat takjes bij.
Tip: Plant avondkoekoeksbloem vlak bij een zitplek of terras en ga op een warme zomeravond kijken: met een zaklamp zie je de nachtvlinders van bloem tot bloem gaan.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In juli deels terugknippen voor een nabloei, en in maart de oude stengels opruimen.
Hoe:
- Knip in juli een deel van de uitgebloeide stengels terug tot 10–15 cm boven de grond.
- Laat de rest staan tot het zaad rijp is: de doosjes rammelen als je ertegen tikt.
- Laat droge stengels in de winter staan voor insecten en knip ze in maart af boven de nieuwe rozet.
Vermeerderen
- Zaad
- Oogst rijpe doosjes in augustus–september en schud het zaad eruit. Zaai meteen of in het voorjaar.
- Stekken
- Neem in april–mei jonge scheuten van 5–8 cm aan de voet en laat ze wortelen in een mengsel van zand en potgrond. Zo houd je een plant van het gewenste geslacht.
Hoe komt een avondkoekoeksbloem de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Overwintert als groene bladrozet; de bloeistengels sterven af.
- Droge stengels en doosjes blijven staan en bieden schuilplek aan insecten.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C; op natte grond kan de rozet wegrotten.
Ziektes en plagen
- Antherenbrand: Een schimmel kleurt de helmknoppen paarsbruin en maakt planten onvruchtbaar; nachtvlinders verspreiden de sporen. Verwijder aangetaste planten met wortel en al.
- Zaadetende rupsen: Rupsen van Hadena-uilen eten de zaden in de doosjes. Laat ze gaan: dat hoort bij de bestuiving.
- Slakken: Eten in een nat voorjaar van jonge rozetten. Bescherm zaailingen tijdelijk of zaai op een drogere plek.
- Kortlevend: Na 2–3 jaar verdwijnen oude planten. Laat elk jaar wat zaad vallen of zaai bij.
- Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ze op.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. De rozetten lopen uit.
- April: Zaaien of planten. Stekken nemen.
- Mei: Eerste bloemen; ’s avonds de geur opsnuiven.
- Juni: Volle bloei. Na zonsondergang met een zaklamp nachtvlinders bekijken.
- Juli: De helft van de stengels terugknippen voor een nabloei.
- Augustus: Rijpe doosjes oogsten. Nabloei op de teruggeknipte stengels.
- September: Zaaien. Laatste bloemen.
- Oktober: Planten kan nog. Stengels laten staan.
- December: Rust. Groene rozetten aan de voet.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Net als de mens heeft avondkoekoeksbloem X- en Y-geslachtschromosomen: mannelijke planten zijn XY, vrouwelijke XX. Daarom is hij een bekende modelplant voor onderzoek naar geslachtschromosomen.
- Antherenbrand, een brandschimmel, laat in vrouwelijke bloemen meeldraden groeien en vult die met sporen in plaats van stuifmeel.
- Avondkoekoeksbloem en dagkoekoeksbloem kruisen makkelijk; waar ze samen groeien, vind je vaak lichtroze bastaarden.