
Foto: Gretaz, CC BY-SA 4.0 · bron
Kruidachtige plant · Leliefamilie (Liliaceae)
Tuintulp
Tulipa gesneriana
In andere talen: Tulipe des jardins (Français) · Garden tulip (English)
Komt van buiten Europa, maar staat hier veel in tuinen en parken.
De tuintulp is de bekende voorjaarsbol van onze tuinen en parken: een eeuwenoude kweekgroep die teruggaat op wilde tulpen uit de bergen van Centraal-Azië en Turkije. Daar groeien tulpen op droge, stenige hellingen met hete zomers en koude winters. In België groeit de tuintulp niet in het wild, maar sinds de 16de eeuw wordt hij hier geplant, en de Lage Landen werden het centrum van de tulpenteelt. Je herkent hem aan de brede, grijsgroene bladeren en één grote, bekervormige bloem per stengel, in bijna elke kleur behalve echt blauw. Hij bloeit in april en mei en geeft vroege bijen en hommels wat stuifmeel, al is zijn grootste waarde de kleur na de winter.
Let op: Tulpenbollen zijn giftig bij opeten, vooral voor honden en katten die ze uitgraven, en ook voor kinderen; verwar ze nooit met uien. Het sap van bollen en stengels kan bij veelvuldig contact de huid irriteren: draag handschoenen als je veel bollen plant of bloemen snijdt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Bolgewas met één onvertakte stengel van 30–60 cm, met 2–4 bladeren onderaan.
- Blad
- Breed lancetvormig, grijsgroen en wat wasachtig, vaak met een golvende rand.
- Bloem
- Meestal één beker- of kelkvormige bloem per stengel, met zes bloemdekbladen, zes meeldraden en een driedelige stempel. Er zijn enkele, gevulde, leliebloemige, gefranjerde en papegaaitulpen, in bijna alle kleuren behalve echt blauw.
- Vrucht/Zaad
- Een rechtopstaande, driekantige doosvrucht met platte, bruine zaden, als je de bloem niet afknipt.
- Bol
- Een peervormige bol met een bruine, papierachtige huid; na de bloei vormt hij een nieuwe bol en dochterbolletjes.
- Verwarring met
- De bosgeeltulp (Tulipa sylvestris), een stinzenplant in oude parken, is kleiner, met gele, geurende bloemen die in de knop knikken.
Bloei: april–mei · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Kleur in april en mei, in een eindeloze keuze aan vormen en kleuren.
- Enkelbloemige tulpen geven vroege bijen en hommels stuifmeel; gevulde bloemen veel minder.
- Makkelijk: in de herfst planten en in het voorjaar genieten, ook in potten en bakken.
- Een prachtige snijbloem, die in de vaas nog doorgroeit.
- Een stukje Europese geschiedenis, van de Ottomaanse tuinen tot de tulpenmanie in de Nederlanden.
Waar staat een tuintulp graag?
- In het wild groeien de voorouders op droge, stenige hellingen en steppen in Centraal-Azië en Turkije, met hete, droge zomers.
- Volle zon, minstens een halve dag; onder bomen die vroeg uitlopen bloeit hij minder.
- Goed doorlatende grond: zand of leem, of klei verbeterd met grof zand. In natte grond rotten de bollen.
- Ideaal in borders tussen vaste planten, in potten en bakken of als snijbloem in de moestuin.
- Zet ze in groepen van minstens 10–15 bollen voor het mooiste effect.
Mooi samen met
- Vergeet-mij-nietje: Een blauwe wolk tussen de tulpen, en het zaait zich vanzelf uit.
- Muurbloem: Geurende bloemen in geel, oranje en paars, in dezelfde weken.
- Druifhyacint: Lage blauwe trosjes aan de voet.
- Narcis: Bloeit iets eerder en zorgt samen met de tulpen voor een lange voorjaarsbloei.
- Ooievaarsbek: Groeit uit als de tulpen uitgebloeid zijn en verbergt het afstervende blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tuintulp?
- Koop gezonde, stevige bollen bij een tuincentrum of kwekerij; haal nooit planten of bollen uit het wild. Wilde tulpen zijn in hun herkomstgebied vaak beschermd.
- Plant in oktober–november, tot in december als de grond niet bevroren is: in koude grond is er minder kans op tulpenvuur.
- Plant 10–15 cm diep, ongeveer drie keer de hoogte van de bol, met de punt naar boven.
- Zet de bollen 10–15 cm uit elkaar, in natuurlijke groepen eerder dan in rijen.
- Druk de grond aan en geef water als de herfst droog is.
- In potten kun je verschillende bollen in lagen planten: de tulpen onderaan, kleinere bollen erboven.
Verzorgen
- Water
- Meestal niet nodig. Enkel in een droog voorjaar en in potten water geven.
- Bemesten
- Wil je ze jaren laten staan? Geef na de bloei wat compost. Voor één seizoen is mest niet nodig.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de bloem na de bloei af, maar laat stengel en bladeren staan tot ze geel zijn, zo’n zes weken.
- Opnemen
- Wil je ze bewaren? Graaf de bollen in juni–juli op als het blad geel is, laat ze droog en luchtig drogen en plant ze in de herfst opnieuw.
- Elk jaar terug
- Veel rassen bloeien na het eerste jaar minder. Darwinhybriden en botanische tulpen komen het best terug; leg anders elk najaar nieuwe bollen bij.
Tip: Plant tulpen pas als de grond echt afgekoeld is, in november: dat verkleint de kans op tulpenvuur, en de bollen wortelen toch nog goed voor de winter.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Uitgebloeide bloemen in mei; het blad pas in juni, als het geel is.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide bloem net onder de bloem af, zodat er geen zaad gevormd wordt.
- Laat de stengel en de bladeren staan: ze voeden de bol voor volgend jaar.
- Knip of trek het blad pas weg als het helemaal geel is, meestal in juni.
- Verberg het afstervende blad achter later uitlopende vaste planten.
Let op: Gooi planten met tulpenvuur bij het restafval, niet op de composthoop.
Vermeerderen
- Dochterbolletjes
- Graaf in juni–juli de bollen op en haal de kleine bolletjes eraf. Plant ze in de herfst in een rij in de moestuin; na 1–3 jaar zijn ze groot genoeg om te bloeien.
- Zaad
- Kan, maar is traag: zaailingen bloeien pas na 4–7 jaar en lijken niet op de ouder. Vooral iets voor liefhebbers.
Hoe komt een tuintulp de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- De bol wortelt in de herfst en overwintert in de grond; in februari–maart verschijnen de bladeren.
- Tulpen hebben een koude winter nodig: zonder enkele weken kou strekt de bloemstengel zich niet goed.
- Winterhard in de volle grond; bescherm potten tegen strenge vorst en te veel regen.
- Voor wilde dieren heeft de tulp in de winter weinig waarde, maar woelmuizen eten graag de bollen.
Ziektes en plagen
- Tulpenvuur: Een schimmelziekte: misvormde, gevlekte bladeren en bloemen met grijze schimmel. Verwijder zieke planten, plant pas in november en zet drie jaar geen tulpen op dezelfde plek.
- Muizen en woelmuizen: Eten de bollen in de winter. Plant in een gaaskorf.
- Minder bloei na het eerste jaar: De bol splitst in kleinere bolletjes. Kies sterke rassen, laat het blad volledig afsterven of plant elk jaar bij.
- Slakken: Vreten aan bladeren en knoppen in een nat voorjaar. Raap ze ’s avonds.
- Virus: Strepen in bladeren en bloemen die niet bij het ras horen. Haal zulke planten weg; bladluizen verspreiden het virus.
Het jaar rond
- Februari: De eerste bladpunten verschijnen.
- Maart: De bladeren groeien. Letten op slakken en tulpenvuur.
- April: Bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Mei: Laatste bloemen. Uitgebloeide bloemen afknippen, blad laten staan.
- Juni: Geel blad afknippen. Bollen opgraven als je ze wilt bewaren.
- Juli: Opgegraven bollen droog en luchtig bewaren.
- September: Nieuwe bollen kopen.
- Oktober: Bollen planten.
- November: Bollen planten, ook in potten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Zwitserse geleerde Conrad Gessner zag in 1559 een tulp bloeien in een tuin in Augsburg en beschreef hem; de naam Tulipa gesneriana eert hem.
- De Vlaamse diplomaat Ogier Ghislain de Busbecq zag in de 16de eeuw tulpen in het Ottomaanse Rijk, en de botanicus Carolus Clusius, geboren in Atrecht, kweekte ze vanaf 1593 in Leiden.
- In 1636–1637 brak in de Nederlanden de tulpenmanie uit, toen voor zeldzame gestreepte bollen enorme bedragen werden betaald. Pas in de 20ste eeuw ontdekte men dat die strepen door een virus kwamen.