Bostulp (Tulipa sylvestris)

Foto: Bernd Haynold, CC BY 2.5 · bron

Bol- of knolgewas · Liliaceae

Bostulp

Tulipa sylvestris

In andere talen: Tulipe sauvage (Français) · Wild tulip (English)

De bostulp is een wilde tulp die al eeuwenlang in Europa groeit en in oude parken, boomgaarden en kasteeltuinen verwilderd is. De precieze oorsprong is onzeker; waarschijnlijk komt hij uit het Middellandse Zeegebied. In april–mei verschijnen sierlijke, gele, stervormige bloemen die zoet geuren. De knoppen hangen eerst naar beneden en richten zich op als ze opengaan; de buitenste bloemblaadjes hebben vaak een groenige rug. Anders dan veel grote tuintulpen komt hij jaar na jaar terug en breidt hij zich uit via ondergrondse uitlopers, waardoor hij ideaal is om te verwilderen in gras of onder bomen.

Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de bol. Katten en honden kunnen ziek worden als ze aan bollen knagen of ze opgraven, en kinderen mogen de bollen niet in de mond stoppen. Draag handschoenen bij het planten als je een gevoelige huid hebt.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,35 m

    hoog, 0,1 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Hoogte0,35 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een bostulp?

Groeivorm
Slanke bol van 25–35 cm hoog met één, soms twee bloemen per steel; vormt via uitlopers losse groepen.
Blad
Smal en lijnvormig, grijsgroen, meestal twee of drie bladeren per plant; sterft af rond juni.
Bloem
Stervormig, met spitse bloemblaadjes; de knop hangt eerst en richt zich op bij het opengaan. Sluit ’s avonds en bij somber weer.
Kleur
Heldergeel, de buitenste bloemblaadjes met een groenige of roodachtige waas op de rug.
Geur
Zoet en fris, vooral bij zonnig weer goed te ruiken.
Bol
Kleine bol die ondergrondse uitlopers vormt; aan het uiteinde daarvan groeit een nieuwe bol.

Bloei: april–mei · Planten: september–november

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Verwildert vanzelf in gras, onder bomen en in de border, en komt elk jaar terug.
  • Zoet geurende, heldergele bloemen in april–mei.
  • Een klassieke stinzenplant die mooi past in een natuurlijke tuin.
  • Hoeft niet gerooid te worden: plant hem één keer en laat hem zijn gang gaan.
  • Sierlijk in een klein vaasje, met knikkende knoppen en open sterren.

Waar staat een bostulp graag?

  • Zon tot halfschaduw: onder bladverliezende bomen krijgt hij in het voorjaar genoeg licht. In diepe schaduw vormt hij veel blad en weinig bloemen.
  • Zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk, als de grond maar niet langdurig nat staat.
  • Normaal vochtige grond; in de zomer verdraagt de rustende bol droogte.
  • Plant in groepen, 8–10 cm uit elkaar; daarna vult hij de ruimte zelf op.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Normaal
Grootte
0,35 m hoog, 0,1 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Bosanemoon: Een wit tapijt onder bomen in maart–april, op dezelfde plek.
  • Kievitsbloem: Geblokte klokjes in april, ook om te verwilderen in gras.
  • Blauwe druifjes: Blauw naast het geel, in dezelfde periode.
  • Wilde hyacint: Blauwe klokjes onder bomen in april–mei, ideaal voor een natuurlijk bosrandje.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een bostulp?

Planten in september–november.

  1. Plant in september–november, als de grond afgekoeld is.
  2. Maak plantgaten of een brede kuil en meng op zware grond wat grof zand door.
  3. Leg de bollen 10 cm diep met de punt naar boven.
  4. Hou 8–10 cm tussen de bollen en plant in losse, natuurlijke groepen van minstens tien.
  5. In gras: steek een plag uit, leg de bollen in de kuil en leg de plag terug.
  6. Druk de grond aan en geef water als de grond droog is.

Verzorgen

Water
Meestal niet nodig; alleen in een heel droog voorjaar water geven tijdens de groei.
Bemesten
Niet nodig. In arme grond kun je in het voorjaar een dun laagje compost geven.
Maaien
Maai pas als het blad afgestorven is, zo rond juni.
Uitgebloeide bloemen
Laat ze staan als hij zich mag uitzaaien. Wil je sterke bollen, knip dan alleen de bloem weg en laat steel en blad staan.

Tip: Plant de bollen in losse groepen onder bomen of in gras en laat ze ongestoord. Maai pas als het blad afgestorven is, zo rond juni, dan verwilderen ze via uitlopers vanzelf.

Wanneer snoei je een bostulp?

Wanneer: De bostulp snoei je niet. Ruim enkel in juni het afgestorven blad op.

Hoe:

  • Laat het blad staan tot het geel is en vanzelf loskomt.
  • In gras maai je pas na het afsterven van het blad, rond juni.
  • Knip uitgebloeide bloemen af als je liever sterke bollen dan zaad hebt; laat de steel staan.

Let op: Knip of maai nooit groen blad weg: dan bloeit hij het volgende jaar minder.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Bolletjes en uitlopers
In juni–juli, als het blad afgestorven is: graaf een groep op, maak de kleine bolletjes los en plant ze meteen op een nieuwe plek, of bewaar ze droog tot de herfst.
Zaad
Zaai rijp zaad in de herfst in een pot en zet die buiten: het zaad heeft kou nodig. Het duurt enkele jaren voor zaailingen bloeien.

Hoe komt een bostulp de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Hij heeft de winterkou zelfs nodig om in het voorjaar goed te bloeien.
  • In een pot: zet de pot beschut en zorg dat de grond in de winter niet drassig wordt.

Ziektes en plagen

  • Weinig bloemen: Veel blad maar weinig bloemen: typisch op een te schaduwrijke plek. Geef meer licht en wat geduld; een goed gevestigde groep bloeit rijker.
  • Muizen: Woelmuizen en muizen eten de bollen. Plant in een draadmandje als ze bij jou veel schade doen.
  • Tulpenvuur: Bruine vlekken op blad en bloemen en misvormde scheuten, vooral bij nat weer. Verwijder aangetaste planten met bol en al, niet op de composthoop.
  • Slakken: Vreten jonge scheuten en knoppen. Ga ’s avonds rapen in een vochtig voorjaar.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. De bollen hebben de winterkou nodig.
  • Maart: Het blad komt boven. Het gras rond de bollen nog niet maaien.
  • April: Bloei. Geniet van de geur bij zonnig weer.
  • Mei: Laatste bloemen. Blad laten staan.
  • Juni: Het blad sterft af; daarna mag je maaien.
  • Juli: Te volle groepen opgraven en verdelen.
  • September: Planten.
  • Oktober: Planten, ook in gras.
  • November: Laatste plantmoment voor de grond bevriest.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Tulpen zijn giftig, vooral de bollen: ze geven braken en diarree, ook bij paarden en bij katten en honden die bollen opgraven of eraan knagen. Een tulpenbol lijkt op een ui of sjalot, maar ruikt er niet naar als je hem doorsnijdt. Bewaar bollen die je na de bloei opgraaft dus nooit bij de groenten in de keuken, de kelder of de berging, en zet er een etiket bij. Wie veel bollen hanteert, kan huiduitslag krijgen (tulpenvingers): draag handschoenen bij het planten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Het is een klassieke stinzenplant: in de Lage Landen groeit hij al eeuwen verwilderd in oude kasteelparken en boomgaarden.
  • De bloemknoppen hangen eerst naar beneden en richten zich pas op als de bloem opengaat.
  • Tulpenbollen bevatten een stof die bij veel contact huiduitslag kan geven; bij bollenkwekers heet dat ‘tulpenvingers’.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…