Leylandcipres (× Cuprocyparis leylandii)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Snoeigids · Naaldboom

Leylandcipres snoeien: wanneer en hoe

× Cuprocyparis leylandii

Een haag van leylandcipres knip je twee à drie keer per jaar, van mei tot begin september; een vrijstaande boom snoei je in mei–augustus. Knip altijd in het groen, nooit tot in het bruine hout.

De leylandcipres groeit tot een meter per jaar: daarom is hij zo populair als snelle haag, maar daarom ook zo veeleisend. Zonder knippen wordt hij een boom van 20–30 m, en een haag die je een paar jaar laat gaan, krijg je niet meer smal, want uit kaal hout loopt hij niet meer uit. Knip dus vanaf het eerste jaar, vaak en ondiep.

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–september
Als haagmei–juni en augustus–september
Als vrije boommei–augustus
Broedseizoen (15 maart–15 augustus)Let op in mei–augustus
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor vogels
Inheems in BelgiëNee, aangeplant

Wanneer snoei je een leylandcipres?

Als haag

Als vrije boom

Een haag knip je twee à drie keer per jaar: een eerste keer in mei–juni, een tweede keer in augustus en, als hij hard groeit, een laatste keer uiterlijk begin september. Daarna niet meer: de nieuwe groei moet nog afharden voor de winter.

Een vrijstaande leylandcipres, of een windscherm dat je losser laat groeien, snoei je in mei–augustus, als hij volop groeit en de wonden snel dichtgaan.

Snoei bij droog, bewolkt weer. Bij nat weer krijgt de cipressenkanker (Seiridium) makkelijker vat op de wonden, en in felle zon verbranden de snijranden.

Wat snoei je nog in die maanden? mei · juni · juli · augustus · september

Hoe snoei je een leylandcipres?

  1. Knip met een heggenschaar de nieuwe groei terug tot een paar centimeter boven de vorige snede, en blijf altijd in het groen. Uit bruin, kaal hout loopt een leylandcipres niet meer uit.
  2. Houd de haag onderaan breder dan bovenaan, met licht schuine zijkanten: zo komt er licht bij de voet en blijft de haag tot onderaan groen.
  3. Knip de top in zodra de haag 15–30 cm onder de gewenste hoogte zit: zo vertakt hij bovenaan nog en is hij dicht als hij op hoogte komt.
  4. Is de haag te hoog geworden, dan kan je hem in de hoogte wel inkorten: de zijtakken groeien na een paar jaar over de snijvlakte heen. In de breedte gaat dat niet zonder kale, bruine wanden.
  5. Knip bruine twijgen, van bladluis of kanker, weg tot in gezond hout, bij droog weer, en ontsmet je schaar daarna.
  6. Werk aan een hoge haag van op een stevige ladder of een rolsteiger, nooit van op een wankele trap, en ruim het knipsel op: een dikke laag onder de haag verstikt de grond.

Hoeveel snoei je, en hoe vaak?

  • Liever drie keer een beetje dan één keer veel: per knipbeurt neem je enkel de groei sinds de vorige keer weg.
  • Laat de haag nooit breder of hoger worden dan je wil houden: wat er bijkomt, krijg je er later niet meer af zonder kale plekken. Houd ook rekening met de regels over hoogte en afstand tot de perceelsgrens.
  • Een verwaarloosde haag van meters breed en hoog krijg je niet meer smal. Vaak is rooien en vervangen door een gemengde, inheemse haag de beste oplossing.

Wat merkt de natuur ervan?

  • Een dichte leylandhaag is een geliefde nestplaats voor merels, zanglijsters, houtduiven en heggenmussen. De knipbeurten in mei–juni en augustus vallen in het broedseizoen (15 maart–15 augustus): kijk vóór elke knipbeurt goed, want een bezet nest verstoren is verboden.
  • Zit er een nest in, spaar dan een ruim stuk haag eromheen en knip dat later bij, als de jongen uitgevlogen zijn.
  • In de winter slapen mussen, vinken en andere kleine vogels graag in de beschutting van een coniferenhaag, en egels zoeken eronder een plek.
  • Voor bijen en vlinders doet een leylandhaag weinig, en naast en onder de haag is het droog en donker. Plant ervoor een strook inheemse struiken en bloemen, of kies bij een nieuwe haag voor haagbeuk, wilde liguster, meidoorn of taxus: die groeien trager, maar vragen minder werk en brengen meer leven in de tuin.

Veelgemaakte fouten

  • Een jonge haag de eerste jaren niet knippen, zodat hij te breed wordt.
  • Tot in het bruine hout knippen, zodat er kale plekken komen die nooit meer dichtgroeien.
  • Maar één keer per jaar zwaar knippen in plaats van twee à drie keer licht.
  • Na begin september nog knippen: de nieuwe groei hardt niet meer af voor de winter.
  • Knippen zonder eerst naar nesten te kijken.

Let op: Knip nooit tot in het bruine hout: kale plekken blijven kaal.

In de buurt: verwante snoeigidsen

Lijkt op: Verschil met Californische cipres · Verschil met levensboom

Fiche: Leylandcipres · Snoeikalender en basisregels

Laden…