Leylandcipres (× Cuprocyparis leylandii)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Naaldboom · Cipresfamilie (Cupressaceae)

Leylandcipres

× Cuprocyparis leylandii

De leylandcipres is een toevallige kruising tussen de Montereycipres en de Nootkacipres, in 1888 ontstaan in een Brits park. Hij groeit tot een meter per jaar en werd daarom een van de populairste conifeerhagen. Juist die groeikracht is ook zijn grootste nadeel: zonder twee à drie knipbeurten per jaar wordt hij een boom van 20–30 m, en een verwaarloosde haag krijg je niet meer smal, want uit bruin, kaal hout loopt hij niet meer uit. Hij verdraagt zon en halfschaduw en bijna elke grond. Overweeg je een groenblijvende haag, denk dan ook aan een inheemse haag zoals taxus, hulst of haagbeuk: die vraagt minder werk en is beter voor de natuur.

Let op: Groeit zeer snel en wordt zonder knippen een boom van 25 m. Een verwaarloosde haag krijg je niet meer smal.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot nat

    niet kieskeurig

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    20–30 m (als haag zo hoog als je hem knipt)

    hoog

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–september
Hoogte20–30 m (als haag zo hoog als je hem knipt)
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een leylandcipres?

Groeivorm
Zeer snelgroeiende, smal kegelvormige boom van 20–30 m met een kroon van zo’n 5 m; als haag zo hoog als je hem knipt.
Blad
Kleine schubblaadjes dicht tegen de twijgjes, donker- tot grijsgroen. De twijgjes vormen geen platte waaiers maar staan onregelmatig in alle richtingen; geen witte tekening aan de onderkant.
Schors
Roodbruin, in lange repen gegroefd.
Kegels
Ronde kegeltjes van 1,5–2 cm met acht schubben; in een geknipte haag zie je ze zelden.
Verschil met de Californische cipres
De Californische cipres heeft platte twijgwaaiers met witte X-tekeningen eronder, en een overhangende top.
Verschil met de levensboom
De levensboom heeft platte waaiers, een fruitige geur en langwerpige kegeltjes.

Snoeien: mei–september

Herkennen per kenmerk: Schubjes in plaats van naalden

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groeit snel: binnen enkele jaren heb je een hoge, groenblijvende haag of windscherm.
  • Het hele jaar dicht: een nestplaats voor merels en duiven.
  • Verdraagt zon en halfschaduw en bijna elke grond.
  • Maar wees eerlijk: hij vraagt elk jaar twee à drie knipbeurten, en een inheemse haag is vaak de betere keuze.

Waar staat een leylandcipres graag?

  • Zon of halfschaduw; in diepe schaduw wordt hij ijl.
  • Bijna elke grond, van zand tot klei, droog of vochtig.
  • Een dichte kroon: naast en onder een leylandhaag is het droog en donker, en groeit weinig.
  • Als vrije boom wordt hij 20–30 m hoog: dat past in geen enkele gewone tuin. Als haag moet je hem elk jaar knippen; houd ook rekening met de regels over hoogte en afstand tot de perceelsgrens.
Licht
Zon of halfschaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Droog tot nat
Grootte
25 m hoog, 5 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Taxus: Een inheems, wintergroen alternatief dat trager groeit, ook in de schaduw, en ook uit oud hout opnieuw uitloopt. Let op: taxus is giftig.
  • Haagbeuk: Een inheemse haag die met een of twee knipbeurten per jaar strak blijft en vaak zijn dorre bladeren tot de lente houdt.
  • Hulst: Een inheemse, wintergroene haag met glanzend, stekelig blad en rode bessen voor vogels.
  • Wilde liguster: Een inheemse, halfwintergroene haag met geurige bloemen voor bijen en zwarte bessen voor vogels.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Liever niet bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een leylandcipres?

  1. Plant in april of in september–oktober, als de grond warm en vochtig is; kies planten in pot.
  2. Voor een haag volstaan 2–3 planten per meter: ze groeien snel dicht.
  3. Plant niet dieper dan in de pot en geef de eerste twee jaar water bij droogte.
  4. Overweeg vooraf een inheems alternatief: taxus, hulst, haagbeuk of een gemengde haag groeien trager, maar blijven met een of twee knipbeurten per jaar strak.

Verzorgen

Knippen
Twee à drie keer per jaar, van mei tot begin september; begin meteen in het eerste jaar, zodat hij dicht en smal blijft.
Hoogte
Knip de top in zodra de haag 15–30 cm onder de gewenste hoogte zit: zo vertakt hij bovenaan nog.
Water
De eerste twee jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
Bemesten
Meestal niet nodig: hij groeit al hard genoeg.

Tip: Kies je toch voor leylandcipres, knip dan vanaf het eerste jaar twee à drie keer per jaar, zodat hij nooit te breed wordt. Of plant een gemengde inheemse haag: die groeit trager, maar vraagt minder werk en brengt meer leven in de tuin.

Wanneer snoei je een leylandcipres?

Snoeimaanden: mei–september.

Wanneer: Knip een haag twee à drie keer per jaar, van mei tot begin september. Kijk eerst of er geen vogels broeden.

Hoe:

  • Knip altijd in het groen: uit bruin, kaal hout loopt hij niet meer uit.
  • Houd de haag onderaan breder dan bovenaan, zodat er licht bij de voet komt.
  • Een te hoge haag kan je wel in de hoogte inkorten: de zijtakken groeien na een paar jaar over de snijvlakte heen. In de breedte gaat dat niet zonder kale, bruine wanden.

Let op: Knip nooit tot in het bruine hout: kale plekken blijven kaal.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
Hij is een kruising en wordt bijna altijd gestekt: neem in de late zomer of herfst halfhoutige stekken van 10–15 cm en laat ze in een koude bak wortelen; dat duurt maanden.

Hoe komt een leylandcipres de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Winterhard in België en Nederland.
  • Natte sneeuw kan een hoge, smalle haag openduwen: schud zware sneeuw er voorzichtig af.

Ziektes en plagen

  • Bruine plekken in de haag: Vaak door de cipresbladluis, die in het voorjaar op de takken zuigt. Knip bruine twijgen weg; zit er nog groen, dan groeit de plek langzaam weer dicht.
  • Seiridium-kanker: Takken worden plots bruin, met hars en ingezonken plekken op de schors. Knip aangetaste takken bij droog weer weg tot in het gezonde hout.
  • Kale plekken na het knippen: Wie te diep knipt, tot in het bruine hout, houdt kale plekken over. Knip vaker en minder diep.
  • Te groot geworden haag: Een verwaarloosde haag krijg je niet meer smal. Vaak is rooien en vervangen door een inheemse haag de beste oplossing.

Het jaar rond

  • April: Plantseizoen voor potplanten.
  • Mei: Eerste knipbeurt; kijk eerst naar broedende vogels.
  • Juni: Haag knippen kan; let op bruine plekken door bladluis.
  • Juli: Een vrijstaande boom snoeien kan; jonge hagen water geven bij droogte.
  • Augustus: Tweede knipbeurt.
  • September: Laatste knipbeurt, ten laatste begin september; plantseizoen begint.
  • Oktober: Planten in pot.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Snelle, groenblijvende haag of windscherm.
Voor de natuur
Dichte nestplaats voor merels en duiven.

Let op: Groeit zeer snel en wordt zonder knippen een boom van 25 m. Een verwaarloosde haag krijg je niet meer smal.

Goed voor dieren

Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Een toevallige kruising tussen de Montereycipres en de Nootkacipres, in 1888 ontstaan in een Brits park. Hij groeit tot een meter per jaar.
  • In Groot-Brittannië leidden burenruzies over te hoge leylandhagen in 2003 tot een wettelijke regeling voor hoge hagen.
  • Omdat hij bijna altijd gestekt wordt, zijn alle planten van eenzelfde kloon genetisch gelijk.
  • De kruising vormt bijna nooit kiemkrachtig zaad: vrijwel alle leylandcipressen zijn met stekken vermeerderde klonen.
  • In Groot-Brittannië leidden uit de hand gelopen leylandhagen tot zoveel burenruzies dat er in 2003 een wet op hoge hagen kwam.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…